Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2008

Nu denk je misschien: hey wat vreemd de oficiele stelling luidt toch niet zoals in de titel maar is “Ik denk, dus ik besta” (cogito ergo sum). Dat klopt helemaal. Deze titel is de reactie van Gabriel Marcel op de oficiele stelling. Deze stelling van Descartes heeft volgens mij de wereld geen goed gedaan. De mens is (mede) hierdoor in een soort verscheurdheid terecht gekomen die zijn weerga niet kent. De mens is opgesloten in zichzelf en zijn denken. Zo is hij/zij het gezonde contact met mensen en andere schepsels buiten hem/haar kwijtgeraakt. Met deze mening ben ik niet de eerste, want meerdere mensen voor mij delen deze mening (vgl. Stephen Toulmin in “Een schitterend ongeluk” – VPRO). Het is niet zozeer dat ik deze mensen naspreek omdat ze goede argumenten voor hun mening hebben, maar via mijn ervaring vond ik herkenning in de analyse van deze mensen.

De filosofie na Descartes kan je misschien wel zien als pogingen om de kloof tussen subject en object te overbruggen. Dit zie ik vooral bij Husserl, Heidegger, Gadamer, Levinas etc. Maar daarover misschien een andere keer.

Waar het mij hierom gaat is de aansluiting op het thema van deze blog: Een bewust ‘verbindend’ omgaan met “zijn en hebben” in de verscheurdheid die we in onze ervaring tegenkomen. Het besef dat ik besta, ligt dan in de sfeer van “zijn”. Misschien niet eens zozeer mijn bestaan zelf, alswel ‘mijn besef dat ik besta’ of meer nog ‘mijn besef dat ik besef dat ik besta’. Dit lijkt misschien een woordenspel, maar is het geenszins. Het heeft voor mij alles te maken met een bewustwordingsbesef. Dit leven op ‘meta-niveau’ valt als “zijn” te typeren. Het denken valt voor Marcel toch echt in de sfeer van het hebben valt. Gedachten kan je immers ‘hebben’ en met woorden is er “beheersing” (vgl. Levinas in Het menselijk gelaat).

De ervaring gaat de aan gedachten vooraf. De ervaring kent immers ook voelen en zien zonder ‘denken’. Daarom kan ‘denken’ voor Marcel nooit het uitgangspunt zijn, zoals de formulering van Descartes doet vermoeden. Marcel was immers ook dramaturg en muzikant, waardoor hij ook bezig was met de ervaring van gevoel en klank.

Gabriel Marcel wil hierin nauw aansluiten bij wat hij ervaart. Hierbij wil ik niet zeggen dat dit niet de bedoeling is geweest van Descartes. Maar zijn methodische twijfel (we krijgen alleen ‘kennis’ van iets buiten ons wanneer we er een rationele onderbouwing voor hebben) en zijn nadruk op het denken en het subject lijken mij vatbaar voor een ongezonde verbondenheid tussen mens en omgeving. Zelfs als kennismethode vind ik hem te geconstrueerd. We gaan van heel veel dingen uit zonder dat we er een rationele onderbouwing voor hebben die ook nog eens is terug te voeren op onbetwijfelbare ‘fundamentele’ uitgangspunten. Als iemand tegen je zegt dat je gulp openstaat dan reageer je op het woord gulp waarschijnlijk met schrik je en kijk je direct en handel je meteen door er naar te voelen. Daarvoor heb je geen rationele argumentatie nodig. Als je verliefd bent dan speelt rationele argumentatie ook geen rol om jezelf te overtuigen van je verliefdheid voor de ander.

Deze subject-objectscheiding (zoals Descartes hem onder woorden brengt) heb ik aan der lijve gevoel in mijn dilemma tussen verstand en gevoel. In een levensfase waarin ik grote nadruk op mijn verstand legde, werd ik steeds meer geconfronteerd met mijn beperkingen. In mijn contact met mensen om mij heen, voelde ik dit als een belemmering. Spontane reacties waren mij in die tijd vreemd, omdat de informatie van buitenaf eerst moest worden verwerkt in mijn denken. Als ik het begreep of er woorden aan gaf dan kon ik terugreageren met met woorden en zelfs ook gevoelens. Dit heb ik een periode vrij extreem zo beleefd.

Mede omdat ik mijn worsteling herkende in Toulmins reactie op Descartes. En ook al eerder bij denkers als Husserl en Heidegger. Maar dat is een blog appart (of misschien wel meerdere blogs).

Bij Marcel vind ik een praktisch herkenbaar gegeven in de ervaring als uitgangspunt. De ervaring heeft niet persee het laatste woord, maar het is voor mij wel de manier geweest om een gezonde (?) houding te ontwikkelen naar mijn omgeving. In de “volheid” van de ervaring zit namelijk een grote diversiteit die de mens meer rechtdoet als creatief schepsel met intuities, verlangens en gevoelens. Wanneer ik de ratio als prioriteit verheft komen deze “functies” bij mij in het gedrang. In de psychologie is dit ooit rationalisatie genoemd. Een afweermechanisme dat onprettige gevoelens en ervaringen op een verstandelijke manier reduceert of vervormd. Een van de eerste definities kan je vinden in Anna Freud’s afweermechanismen.

Hoe kan ik bijvoorbeeld liefde ervaren wanneer ik dit eerst moet begrijpen? Hoe kan ik verwondering beleven als ik dit in definities en concepten wil vatten? De ervaring barst immers altijd uit de woorden en de begrippen. Om Kierkegaard maar eens creatief te citeren.

Maar de weg naar het zijn loopt voor mij wel vaak door mijn ervaring via het hebben. Bewust van wat ik heb aan ‘bezit’ ervaar ik dat ik meer ben dan mijn bezit.

“Ook al groeien geld en goed, houd je hart er vrij van!” (psalm 62:11b)

Dat maakt zijn-en-hebben tot een meditatief moment. In het moment van deze ‘inkeer’ komen we vanuit ons zomaarzijn tot ons bewustzijn. Hierbij overstijgen de de sfeer van ons hebben. We reflecteren erop. Maar onze reflectie lijkt me rijker dan woorden alleen. Het houdt voor mij ook gevoelens in. En op de reflectie in mijn gedachten en gevoelens kan ik ook weer reflecteren met gedachten en gevoelens. Daar kan ik mij bijvoorbeeld verwonderen over mijn gedachten en gevoelens en beseffen dat alles in mij en buiten mij niet in woorden is te vatten en mijn denken te boven gaat, brengt mij in verwondering.

Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven ik kan er niet bij. (psalm 139)

Voor de antieke filosofen was de verwondering ook het uitgangspunt van het denken. Taalkundig zeg je ook dat je verwondert ‘bent’ en niet dat je verwondering ‘hebt’.

Alleen is er bij mij telkens weer de ervaring dat woorden tekort schieten. En daarom kan het bestaan nooit worden herleid tot woorden alleen. Iemand die graag een (zogenaamd) wetenschappelijk wereldbeeld wil vasthouden, komt hier in logische problemen. De wereld die wij ervaren is altijd rijker dan wat de regels van de consensus in wetenschap toestaat en is ook altijd persoonlijker dan de algemeenheden daarin. Wetenschap is immers gebonden aan regels die we met elkaar afspreken en waarover zelfs nog een diversiteit aan opvattingen mogelijk is.

De wereld die wij ervaren is dus ook altijd rijker dan de woorden die we hebben. Dat is een ervaring van hebben naar zijn! Mijn woorden schieten tekort en mijn ervaring is rijker. Wat kan mijn ervaring omvatten en rechtdoen. Laat staan hoe ik mijn ervaring ten volle kan delen.

Dit lijkt me een basaal verlangen die ik bij mezelf ervaar en die ik gelukkig ook ontmoet bij anderen. Misschien lukt het dan niet om alles te delen wat we ervaren, maar dan kunnen we altijd nog de ervaring dat we dit verlangen hebben met elkaar delen.

Dus nog even over de stelling “Ik besta dus ik denk”: Mijn bestaan kan dus nooit vooraf worden gegaan door ons denken (alleen). Elke menselijke (re)act impliceert mijn “zijn”. Analytisch wordt dit duidelijk als ik ‘zijn’ logisch wil definieren. Dan ‘is’ namelijk al het woordje “is” nodig en een definitie met het te definieren woord erin, lijkt me niet echt een bijdrage aan verheldering.

Maar voorbij en vooraf aan deze logische aangelegenheid zie ik een belevingskant van deze kwestie, met het risico dat mensen zich in hun denken kunnen opsluiten, kunnen isoleren, een aan-autisme-verwant risico lijkt mij dan een passende term, als je bedenkt dat voor Descartes alle “zuivere kennis” in ons aanwezig is en we het niet nodig hebben om ons door de ervaring te richten tot de uitwendige wereld der objecten.

Maar het is alweer even geleden dat ik Descartes las, dus als ik deze man onrecht aandoe met mijn woorden dan mag dit zeker worden geroepen.

Hoe-dan-ook de kern van mijn betoog blijft staan. Een goed besef van hebben en zijn, kan bijdragen aan heelheid in jezelf en aan verbondenheid met de schepping om je heen. De verbondenheid met de schepping en met delen in jezelf gaat aan het denken en aan de rationaliteit vooraf. De weg van de ervaring is voor mij het meest bevrijdend, maar wel met het besef dat er meer is dan wat ik ervaar en dat zelf mijn ervaring daarom nooit afdoend is om de werkelijkheid te bevatten.

Dit is niet alleen bevorderend voor mijn heelheid, maar behoed mij ook voor grootspraak en overmoed. Zoals Heschel twee houdingen vergelijkt: Enerzijds de logisch positivisten die zeggen: nog even en we begrijpen heel de wereld en het heelal en wat we nu nog niet begrijpen komt straks wel. En anderzijds de houding van verwondering waarbij we de schoonheid en de complexiteit van de zandkorrel ontdekken en ons verbazen dat er een heel strand vol is met verschillende zandkorrels. De houding die natuurkundige Blaise Pascal verwoord als hij het heeft over Gods grootheid in het kleine van de schepping (moleculen) en in het grote van de schepping (het heelal).

Ronald

In voorbereiding: “zijn-en-hebben” in de ontwikkelingspsychologie en de persoonlijkheidsvorming. Het kind dat de vader- en de moederrollen verinnerlijkt en in reactie daarop zich zal ontwikkelen. En de therapie die – vanuit een zomaarzijn – mensen uitdaagt tot bewustzijn waardoor er keuzevrijheid kan ontstaan voor gedragsverandering.

Advertenties

Read Full Post »

“Alleen degenen die dagen doorleefd hebben waarin woorden betekenisloos waren, waarin de prachtigste theorieën klonken als schuttingtaal, alleen zij die het uiterste niet-weten, het stemloos zijn van een door het wonder getroffen ziel, de totale sprake–loosheid hebben ervaren, zijn in staat om zich te begeven in de betekenis van God, een betekenis groter dan de menselijke geest. Er is een eenzaamheid in ons die luistert. Als de ziel het gezelschap van het ego en zijn gevolg van onnozele ideeën verlaat; wanneer we ophouden met het uitbuiten van alle dingen en in plaats daarvan de kreet van de wereld, het zuchten van de wereld smeken, dan hoort onze eenzaamheid misschien de levende genade die alle macht te boven gaat.

We moeten eerst in de duisternis turen, ons gewurgd en begraven voelen in de hopeloosheid van het leven zonder God, voor–dat we gereed zijn om de nabijheid van zijn levende licht te ervaren.”

Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens” h13.3

Abraham Joshua Heshel (1907-1972) was joods filosoof en rabbijn, geboren in Polen en tijdens de oorlog verhuisd naar de States. In dit boek doet hij in de eerste hoofdstukken een poging om geloof te positioneren ten opzichte van wijsbegeerte en wetenschap en geeft hij aan dat geloven alles te maken heeft met gebeurtenissen en ervaringen. Hij maakt allereerst in zijn boek onderscheid tussen concepten en gebeurtenissen. Geloof behoort tot de sfeer van gebeurtenissen. Israel had immers ervaringen met God meegemaakt, waarvan de getuigenissen werden opgeschreven in de bijbel. Dit geldt m.i. ook voor het nieuwe testament. De Grieken hielden zich vooral bezig met concepten.

Als geloof tot de sfeer van gebeurtenissen behoort komt het ook via onze ervaring bij ons binnen. De ervaring van God’s aanwezigheid of het uitblijven van deze ervaring. De ervaring van het lezen van de bijbel waarin we ervaren dat God spreekt of het uitblijven van deze ervaring. Ook de ervaring van anderen die we door getuigenissen krijgen overgeleverd kunnen we op betrouwbaarheid toetsen. De ervaring telt, maar het uitblijven van de ervaring telt ook. Maar de cattegorie van de gebeurtenis is er altijd openheid, want we staan open voor nieuwe ervaringen van gebeurtenissen. Dit geldt wat mij betreft ook voor mijn geloofservaringen.

De ervaring die Heschel hier beschrijft, is de ervaring van onze eenzaamheid die we ervaren als we door het wonder worden getroffen en woorden en theorien betekenisloos zijn geworden. Dit lijkt misschien wat spectaculair omdat we niet altijd de wonderen als wonderen in onze ervaring beleven. Voor Heschel heeft dit te maken met onze (on)gevoeligheid voor het wonder.

Voor Gabriel Marcel is de eenzaamheid wat dichterbij en kan ik dit ervaren in het ondeelbare van mijzelf met de mensen om mij heen. Tot op zekere hoogte kan ik ‘mezelf’ met mensen delen, maar hoe ‘dieper’ ik in mijn ervaring kom, hoe meer ik merk dat woorden tekort schieten en dat het delen met anderen dus niet mogelijk is. Een gevoel van eigenheid gaat dan samen met het het gevoel van eenzaamheid. Deze eenzaamheid die we kunnen ervaren luistert. Het is een eenzaamheid die niet met mensen kan worden gedeeld maar wel vraagt om gedeeld te worden.

In termen van benedictijner monnik Anselm Grün lijkt Heschel onze existentiele eenzaamheid te beschrijven in termen van “spiritualiteit van boven” (vanuit de openbaring > het wonder is er door God gegeven en als wij het ervaren dan bewerkt dit aanvankelijk een eenzaamheid) en Marcel in termen van “spiritualiteit van beneden” (vanuit de menselijke ervaring > waar komen wij onze eenzaamheid tegen en hoe gaan we ermee om). Misschien zijn het wel twee kanten van dezelfde medaille.

Zo wordt eenzaamheid ook een besef van “zijn”. Misschien wel beleeft als de onaangenaam isolement, maar soms ook als aangenaam besef van eigenheid. Beide gevoelens kunnen ontstaan wanneer we onze eigenheid, identiteit, uniciteit beleven. Dit lijkt Emanuel Levinas te omschrijven met termen als “anders zijn” en de ander, zelfs de oneindige ander. Deze ervaring van ons anders zijn loopt volgens Levinas altijd via de ander. Misschien het eerst wanneer ik ontdek dat ik anders ben dan mijn ouders en mijn broer of zus. Niet voor niets hebben volgens de psychologie meisjes meer moeite om uit de moedersymbiose te komen dan jongens.

Martin Bubers formulering is dat het ik, ik wordt door het gij, vanuit het grondwoord ik-gij. Het begint bij een ‘symbiose’ of confluentie (Perls) maar het ik zet zich af omdat het zijn eigenheid beleeft. Deze groei houdt eenzaamheid in.

Deze eenzaamheid geeft ons het besef dat we niet alles met mensen kunnen delen. Deze eenzaamheid kan ons gevoelig maken voor Degene met wie we wel alles kunnen delen. Volgens mij was het Goethe die al zei: “Over heel wat dingen kan ik alleen met God spreken.”

Niet alleen gaan we in onze ervaring voorbij aan de anderen, we beleven ook een eenzaamheid in onszelf die ons afkeert van de dingen, ons ego en onze onnozele gedachten. Zo gaat onze ervaring aan deze dingen voorbij en strekt zich uit naar “de levende genade die alle macht te boven gaat”.

De incarnatie maakt de beweging andersom. Het laat zien dat er een weg is die terugvoert naar de concretisering, naar mijn mens-zijn. De grote God wordt in Jezus Christus mens als ik en daalt af in mijn bestaan. Hij neemt deel aan ons ‘hebben’ (lichaam, ouders etc) en krijgt zo deel aan ons ‘zijn’. Zonder God’s afdaling zijn we overgelevert aan de metafysica en andere theoretische systemen of ‘wereldgeesten’. God daalde af en kwam in onze concrete ervaring. De apostelen hebben hebben gezien, gehoord en gevoeld. Voor en na de dood en opstanding van Jezus. En van deze ervaring hebben zijn getuigd. Hun getuigenis komt bij mij binnen via de ervaring van het horen en later ook via het lezen. Zoals Jezus in Joh 17 bidt: Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.

Het is de ervaring van het horen/lezen wat ons overtuigd van Gods spreken. Of dit nu door de bijbel is of door de andere verwijzingen naar God en zijn genade voor ons. De bijbel is de verkondiging van de apostelen van Jezus. En daarna volgen de vele getuigenissen van mensen in de geschiedenis die God hebben beleefd in Jezus Christus.

Ook hierin gaat het geloof vanuit de ervaring van het hebben naar het zijn. De boodschap die we hebben ontvangen, vraagt om een reflectie en een reactie. Misschien zijn we nog niet gelijk overtuigd, zoals Thomas die meer nodig had dan het getuigenis van de anderen. Hij wilde het zelf meemaken. Jezus wees hem hierom niet af maar kwam hem hierin tegemoet. Thomas voelde de wonden van Jezus en noemde Hem zijn Heer.

We hebben de uitnodiging ontvangen in woorden, en reageren hierop met onze gedachten en overwegingen maar het is vanuit de sfeer ons zijn waarin wij elke keer weer onze positie bepalen. Voorlopig afwijzend of aanvaardend.

Hierin noemt de bijbel ook de werking van Gods Geest, maar ik wil het nu maar even houden bij onze individuele verantwoordelijkheid.

Ronald

===

Meer over Heschel lezen?

http://nl.wikipedia.org/wiki/Abraham_Joshua_Heschel

Via de link in de kantlijn kom je op de site waar zijn boek online staat gepubliceerd.

Read Full Post »

Omdat ik ‘zijn en hebben’ zie als een behulpzaam concept dat mijn ervaring helpt te begrijpen, maar voor mij vooral ook een doorbraak is geweest in mijn beleving van mezelf en mijn omgeving, wil ik het voor de lezer zo concreet mogelijk proberen te maken door gedeelde ervaringen te noemen of de verbinding te zoeken met theorien die ons helpen om het te vatten.

Soms schrikken mensen wat af van woorden als begrijpen en theorie. In mijn beleving zijn deze niet negatief, omdat dit behulpzaam kan zijn om er woorden aan te geven. Als we woorden aan dingen kunnen geven of andere symbolen of gedragingen zijn we in staat zijn om het met anderen te delen. Met het samen delen komen we altijd weer in een gebied wat zich moeilijk laat delen. Soms omdat de woorden nog niet gevonden zijn die de ervaring recht doen. Soms zijn de woorden wel gevonden, maar haken ze niet aan bij het referentiekader van je gesprekspartner, zodat daar ook geen bijbehorende voorstelling of herkenning kan zijn. Of soms houden we liever iets voor onszelf.

Ik wil proberen om mijn ervaring van hebben naar zijn met je te delen door dit te algemeniseren in voorbeelden, begrippen en theorien. Hier volgt een poging.

Als we ons niet zo bewust zijn van onszelf en niet zo bewust omgaan met onze persoonlijke geschiedenis dan kunnen we dat de fase van “zomaarzijn” noemen.

Een jong kind die nog niet zo zelfbewust is, zit overduidelijk in de fase van ‘zomaarzijn’. Dat zomaarzijn is niet alleen bij kinderen aanwezig, ook ouderen kunnen op bepaalde gebieden zich niet bewust zijn van zichzelf. In communicatieboekjes kan je lezen over het johari-window. Dat is een theorie die ons zelf(on)bewustzijn in vier gebeiden verdeeld.

gebied 1. Wat je zelf bewust bent van zelf en anderen ook van jou

gebied 2. Wat je zelf bewust bent van jezelf en anderen niet van jou (je onuitgesproken gedachten&gevoelens)

gebied 3. Wat je zelf niet bewust van jezelf en anderen wel van jou (vogelpoep op je rug)

gebied 4. Wat jezelf niet van jezelf bewust bent en anderen ook niet van jou.

In de hulpverlening wordt je meestal geleerd om mensen te helpen bij vlak 3. Je helpt mensen om zich bewust te maken van hun eigen gedrag in de hoop dat ze dit gedrag als van zichzelf accepteren en het ook willen veranderen als het hen iets oplevert. Zo wordt hun probleemoplossend vermogen vergroot.

Deze bewustwording begint in termen van Gabriel Marcel met de term inkeer. In actieve daad keren we ons naar onszelf en worden we ons bewust van ons hebben. Het hebben wat we ons nog niet bewust waren, noemen we ons zomaarzijn. Als we ons bewust worden van ons “hebben” komt er een “bewust-hebben”. Dan zitten we in Joharivlak 1 of 2. Daar accepteren we datgene wat we hebben. Dit kan zijn dat we ons bewustworden van ons haar wat in de war zit, maar ook meer immateriele dingen als ervaringen uit ons verleden. We “hebben” immers onze ervaringen. Maar we “zijn” meer dan deze ervaring.

Dit lijkt vanzelfsprekend, maar kan soms op een verwarrende manier in ons leven aanwezig zijn. Als we bijvoorbeeld net een ongeluk hebben gehad en nog in een shock zijn, dan zitten we nog in een fase van zomaarzijn. We beseffen nog niet wat er precies is gebeurd. We weten niet precies wat we moeten voelen en we hebben nog geen woorden om onze ervaring te benoemen. Als we een week verder zijn dat hebben we deze ervaring wat meer “een plek kunnen geven”. We weten meer wat er is gebeurd en we weten meer wat we voelen. Omdat het echter nog maar net achter de rug is en we er nog weinig nieuwe ervaringen na hebben gehad, ervaren we het als een groot gebeuren. Dan kunnen we het gevoel krijgen dat het zo op de voorgrond staat dat we bijna niets meer dan slachtoffer zijn. Dit kan ook als we dader zijn van iets.

Maar hoe meer ervaringen we hierna opdoen hoe beter we in staat kunnen zijn dat we niet alleen het slachtoffer zijn van het ongeluk, maar dat we nog meer zijn. In de therapie wordt soms ook weer teruggegrepen naar eerdere ervaringen, om zo wat meer “stevigheid” te hebben. Waar droomden we vroeger van, wat vonden we leuk etc. Dan is er meer ervaring van andere dingen die we “hebben” en kunnen we ons ongeluk beter relativeren.

Dit relativeren kunnen we zien zit in de sfeer van “zijn”. Als het gepaard gaat met de bewustwording “ik ben niet alleen het slachtoffer, ik ben nog meer dan dat”. Dan is er een bewust-hebben en ga je over tot een “bewust-zijn”. Deze overstijging, noemen existentialistische filosofen “transcenderen”.

Dit proces speelt een grote rol in de existentialistische psychologie. Daar komt dan nog bij dat we ons niet zozeer alleen vasthouden aan de rol van slachtoffer, maar dat we door nieuwe ervaringen en oude ervaringen van moed en durf, bewustworden dat we sterk zijn en dat we kracht en invloed kunnen uitoefenen in situaties. Dit noemen psychologen dan ego-sterkte.

De existentialisten gaan iets verder dan het psychologische aspect van de mens. Ze zien ook dat de mens is “aangelegd” op zingeving. Een existentialistisch psycholoog van naam is Victor Frankl van de Logotherapie. Hij verloor heel zijn familie tijdens de oorlog in het concentratiekamp. Hij moest een manier vinden om dat intense verdriet te “verwerken”. De manier die voor hem werkte heeft hij tot een therapie gemaakt, de logotherapie. Daarin gaat hij uit van de mens als zinzoekend wezen. Als aanvulling op Sigmund Freud ontdekte hij dat de mens niet alleen ziek wordt van angst (angstneurose), maar dat hij ziek wordt wanneer hij gebrek heeft aan zingeving.

Weer terug naar de gewone wereld, kunnen we dan weer zeggen dat een ongeluk ons soms bewust maakt van de kwetsbaarheid van het leven. We willen zingeven aan gebeurtenissen en aan ons leven en het leven van anderen.

Zo sprak ik gisteren nog een vrouw die tegen me zei dat ze was gaan nadenken over geloven en God toen er iemand uit haar omgeving overleed. Op dat soort momenten voelen we blijkbaar de behoefte om zin te geven aan ons bestaan. We “hebben” deze behoefte en in sommige situaties worden we ons bewust van deze behoeften. Dan kunnen we er twee dingen mee doen. We gaan op zoek naar vervulling van deze behoefte of we laten deze verlangens weer voor wat het is. De vrouw die ik gisteren sprak verbaasde zich over haar eigen reactie en zei tegen me dat het toch gek is dat ze na haar verlieservaring niet meer verder heeft nagedacht over deze behoefte van haar. Volgens mij doen veel mensen dat.

Een reactie volgens “hebben en zijn” lijkt mij, dat je bewust wordt van het hebben van deze behoefte en dat je daar ook bewust op gaat reageren. Het is iets van jou wat om een reactie vraagt. Je reageert op deze bewustwording. Dit kan zijn door een voorlopig antwoord te formuleren en het daarmee te doen. Dit kan ook door een zoektocht te starten. De eerste reactie is meer gesloten en de tweede reactie is meer een openheid naar wat je nog zal gaan ontdekken. Deze reacties kunnen volgens mij ook goed samengaan.

In mijn bewust leven met “hebben naar zijn” ervaar ik deze openheid. Zelfs als ik antwoorden heb gevonden ben ik mij steeds bewust van de reis die mijn leven is. De nieuwe ervaringen die ik zal opdoen. Daar word ik mij van steeds meer dingen bewust en zal ik steeds weer moeten reageren op datgene wat zich in mijn ervaring aandient. Zowel als het gaat om ervaringen van buiten mezelf als bewustwording van wat er in mij leeft aan gedachten, gevoelens en verlangens.

Hiermee wil ik zeggen dat bewust omgaan met ons hebben en ons zijn, een reis kan worden in ons leven. Een ontdekkingstocht en een avontuur. Dat is mijn persoonlijk ervaring die ik hier met jullie in algemene termen wil delen.

Ronald

Read Full Post »