Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2009

Abraham Maslow

Abraham Maslow

Door met Maslow mee te denken over het functioneren van onze behoeften krijg ik wat meer zicht op de psychologie van zijn en hebben. Zo wordt het voor mij iets concreter. Om me te ontwikkelen ‘moet’ wij ik voorbij onze lagere behoeften ook bezighouden met de hogere behoeften in de piramide. Zonder bevrediging van de lagere behoeften wordt dit moeilijk (onmogelijk?). Met een lege maag kunnen we ons moeilijk richten op sociale behoeften en de behoefte aan erkenning. Laat staan dat we dan ook in de hogere laag van de piramide kunnen komen tot topervaringen die ons brengen tot zelfactualisatie waarin we ook de ander kunnen zien en kunnen liefhebben (Z-liefde). Dit komt overeen met wat ik bedoel dat het zijn altijd via het hebben verloopt. Alleen bedoel ik dit breder dan alleen het terein van de behoeften.

Ook in de communicatie kunnen we ons zijn immers niet aan elkaar meedelen, als we niet ook zijn behebt met een lichaam die taal of gebaren kan produceren. Ook daarin is de waardering en gebruik van de sfeer van het hebben een voorwaarde om tot zijn en een gedeeld zijn te komen.

In het niet delen van ons zijn ervaren we onze individualiteit en onze eenzaamheid. Door dit te zien als noodzakelijke fase om te kunnen groeien als mens, kan de eenzaamheid worden beleefd als een zinvol alleen zijn.

De zogenaamde D-behoeften wijzen dus op ons tekort (deficientie) en vragen om vervulling. Daar komt ook onze D-liefde vandaan. Wanneer we als mens willen groeien naar een liefde die zich richt op de ander, de Z-liefde, dan zullen we in topervaringen onze vervulling beleven waardoor we beter in staat zijn om de ander te (voor)zien in zijn/haar behoeften en zo ook beter daarin te voorzien. Dat zegt Maslow…

Niet alleen vanuit de vervulling van het hebben, maar ook vanuit een onvervuld hebben, kan men volgens mij tot een gerichtheid op de ander komen als men af kan zien van de eigen behoefte-vervulling en kan kiezen om de ander in zijn behoefte te zien. De mens is immers niet altijd slaaf van zijn behoeften en staat er in verhouding mee. Daar ligt volgens mij een beslissend moment. Het besef dat ik in verhouding tot mijn behoeftes sta en in verhouding tot de ander, kan mij een stap verder brengen naar een ‘gezonde’ omgang met de ander. Kiezen voor de ander is dan afzien van mijn gerichtheid om te hebben. Dit vind dan plaats voorbij het hebben in de sfeer van mijn zijn waar ik mijn verhouding beleef tot mijn behoefte (en mezelf). Dan kan ik de vrijheid ervaren om te kiezen. Maar waarom zou ik kiezen voor de behoefte van de ander?

De gerichtheid op de ander kan ook ongereflecteerd zijn (zonder in de verhouding tot mijn gerichtheid te komen). Een ‘sub-assertief’ persoon is geneigd om voor de ander te zorgen vanuit een houding waarin geen keuzevrijheid wordt ervaren. Angst voor waardering of te trots en “flink moeten zijn” kunnen motieven zijn. Dat lijkt me niet de gezonde houding tot de ander. Als we ervan uitgaan dat de liefde deze vrijheid verondersteld, kunnen we deze ongereflecteerde keuze voor de behoefte van anderen ook niet als liefde benoemen. Ook al kan het wel heel lief zijn.

Zelfs wanneer we in de verhouding tot onszelf komen kan angst toch de doorslag geven om niet voor de ander maar voor onszelf te kiezen. Dat maakt dat zelfactualisatie nog niet vanzelf leidt tot “Z-liefde”. Misschien wel als we in alle behoeften zijn voorzien en er geen angst is die ons belemmerd. Maar sinds wanneer zijn we automatisch gericht op de ander als we zelf zijn voorzien? Sinds wanneer kunnen we volkomen vervuld zijn van erkenning zodat we niet langer erkenning zoeken, maar erkenning van de ander nastreven? Hier gaat wel een enorm positief mensbeeld aan vooraf. Komt zo de illusie dan toch weer door de achterdeur naar binnen bij Maslow. En verzuimt hij zo om af te dalen in de weerbarstige werkelijkheid waar mensen destructief zijn en elkaar geweld aandoen ook al zijn ze in alle behoeften voorzien (voor zover dat mogelijk is)

Dan zou de angst van de “jammerende Europese existentialisten” misschien toch weleens kunnen wijzen op een realistisch besef van de harde gebroken werkelijkheid waarin geweld en lijden een gegeven is. Dit heeft Maslow toch ook moeten zien in de 2de wereldoorlog.

Daarom wil ik in reactie op Maslow zeggen dat ik niet de zelfactualisatie als hoogste verdieping in de piramide zie, maar de vrije gerichtheid op de actualisatie van de ander. Dat vraagt om ethiek en relatie. Dit vind ik nog zeer gebrekkig aan bod komen bij Maslow.

Hierin ben ik niet origineel, want ook Levinas sprak al over “het humanisme van de ander” en ook Buber heeft de ik-jij-relatie al aan de orde gesteld. Maar anders dan Buber en Levinas, heeft Maslow toch meer de neiging om zich tegen een externe religieuze bron af te zetten. Hij is op zijn minst erg achterdochtig naar de belemmerde factoren van zo’n externe georganiseerde religie. Deze achterdocht herken ik ook bij Levinas, maar dan een achterdocht wanneer de religie (of ideologie) niet meer ten dienste staat van de ander met wie ik in een ethische verhouding sta.

Dit geeft voor mij aan dat er nooit alleen vanuit een behoeftetheorie een ideaal mensbeeld kan worden ontwikkeld. Maslow verwees ook al naar Erich Fromm en Victor Frankl die hem hebben aangevuld met respectievelijk ‘een kader van waarden’ en ‘een kader van zingeving’.

Maar dit heeft hem er toch niet toe gebracht om de zelfactualisatie in dienst te zetten van de zelfactualisatie van de ander. Hij blijft hiermee steken in de egologie (Levinas)

Wel bijzonder dat Fromm, Maslow en Frankl een Joodse achtergrond hebben en daarmee ook het voorrecht om te kunnen putten uit een vat van waarden die hun psychologie van de persoonlijke groei kunnen beinvloeden. Het is de Franse Jood Levinas die nog even een Joods tandje bijzet naar de ethiek van naastenliefde en de Duitse Jood Buber die daarvoor nog op het belang van de ik-jij-relatie wees. Daar zullen we het vast nog wel eens vaker over gaan hebben…

Advertenties

Read Full Post »

Ondanks mijn eerder geuitte irritatie is deze zelfactualiserende mens toch een boeiend ideaal van Maslow, wat mij verder kan helpen bij een verduidelijking van mijn eigen gedachten. Daarnaast zie ik ook heilzame factoren voor mijn persoonlijke ontwikkeling, wanneer ik dit plaats in een ruimer kader van menswaardigheid en religieuziteit.

Ik wil alvast een beetje verkennen wat Maslow heeft gezegd over gezonde religie. Dat komt namelijk erg in de buurt van de theologische gedachten van mensen die zich “post-christelijk” en “religieus zonder religie” noemen. Vooral de laatste term past heel goed bij Maslow. De mens heeft onmiskenbaar religieuze functies – heeft Maslow ontdekt – maar moet voorzichtig zijn met een religie die autoritair is en de persoonlijke groei belemmert.

“Gezonde religie is gericht op menselijke groei en op volkomen respectable natuurlijke betekenissen (zoals in Fromm’s geschriften – volgens Maslow) maar in handen van een anti-intellectuele kerk zal neigen tot blind geloof, soms zelfs geloof in “wat je weet dat niet zo is”. Het heeft de neiging onvoorwaardelijke gehooraamheid te worden en onwankelbare trouw aan wat dan ook” (religie en topervaring p.23)

Dat wetenschap zich beperkt tot de “de sfeer van het hebben” is begrijpelijk als je bedenkt dat het een gesubsidieerde activiteit is binnen maatschappelijke sferen met de daarvoor geldende afspraken. Maar als religie zich ook tot deze sfeer beperkt, raakt het in de problemen die Maslow op een treffende manier aanwijst. Religieuze mensen kan je maar tot op zekere hoogte aan afspraken houden als het gaat om orde en positieve maatschappelijke betrokkenheid. Gek genoeg zitten er bijvoorbeeld in het joods-christelijk geloof juist waarden die dit zullen ondersteunen en kunnen inspireren (zoals: geloof, hoop en liefde). Verder is de religieuze “functie” vooral ook een prive aangelegenheid in kleinere kring waarin juist individuele verschillen mogen bestaan. De religieuze functie functioneert zo in een ruimer kader dan wetenschap.

Hier probeert Maslow recht aan te doen met behulp van een existentieel humanistisch kader door voor te stellen dat zowel wetenschap als godsdienst elkaar nodig hebben om verder te komen.

Daarin lijkt hij toch voorbij de sfeer van het hebben te komen tot een besef dat er meer is dan theorie en denken. De sfeer van het Zijn. Maar anders dan zijn maatjes Fromm (waarden) en Frankl (zingeving), blijft het begrip voor Maslow een grote nadruk houden (R&T, p.11) . Maar dan wel een begrip ten dienste van de menselijke groei. En wie kan daar nu tegen zijn..

Read Full Post »

(een vervolg van mijn vorige blog, maar kan ook los gelezen kan worden)

Een interessant gedachte-experiment lijkt me om de behoefte-piramide van Maslow te vergelijken is met Kierkegaard’s 3 typeringen van de mens.

Dan zou de esthetische mens van Kierkegaard in de onderste regionen zitten van de piramide (zie schema beneden). Gericht op eigen genot en eigen behoeften. Misschien kan het ook nog wel verder opklimmen in de piramide, maar het zal altijd beperkt blijven tot de primaire drive van de eigen behoeften en het streven naar directe of indirecte bevrediging van eigen behoeften. De ethische mens van Kierkegaard zal wellicht beseffen dat dit streven on-ethisch is. Het zal vanuit schuldgevoel kunnen komen tot de zorg voor de behoefte van anderen. Maar of deze mens het stadium van zelfontwikkeling zal bereiken is nauwelijks denkbaar. Daarvoor wordt hij teveel door een zware last belemmerd. De religieuze mens bij Kierkegaard zal in staat zijn tot zelfontwikkeling. Deze mens beleeft zichzelf als uniek individu voor God en zal het eigen streven naar een hoge ethisch moraal en de ervaring van onvermogen daarin kunnen relativeren vanuit zijn Godsrelatie.

Ik krijg sterk de indruk dat Maslow Kierkegaard onder de nee-zeggende Europese existentialisten schaart. Deze existentialisten neemt hij niet te veel au serieux omdat ze blijven doorhameren op vrees, angst, wanhoop en al dat soort gevoelens. Waarvoor hun enige remedie schijnt te bestaan in maar doorzetten en volhouden. Ik ga verder met citeren: “Dit super-intelligente gejammer op kosmische schaal treedt op overal waar een bron van waarden niet of niet meer functioneert. Zij hadden van de psychotherapeuten moeten leren dat het verlies van illusies en het ontdekken van identiteit, hoe pijnlijk ook in het begin, uiteindelijk kan leiden tot een toestand van nieuwe levensmoed en grotere kracht. En de afwezigheid van iedere vermelding van top-ervaringen, van vreugde, van extase of zelfs maar van normaal geluk leidt natuurlijk tot sterke verdenking. De meeste mensen kennen en vreugde en tragiek, in wisselende proporties” (‘psychologie van het menselijk zijn’ p.26)

Ik wil de wetenschappelijke status van Maslow hier niet bij voorbaat al ondermijnen. Maar ik kan toch niet anders zeggen dat Maslow maar weinig van de “jammerende Europese existentialisten” heeft begrepen. Ik ben namelijk al vele topervaringen tegengekomen bij deze mensen, terwijl ik lang niet alles heb gelezen.

Neem Kierkegaard’s beschrijving van zijn extase in zijn gebed. Toen daarna een vlieg op zijn neus ging zitten en hij plotsklaps uit deze topervaring afdaalde naar de lagere regionen in de piramide, is dat voor mij een signaal dat “tragiek en vreugde” ook in het leven van Kierkegaard in wisselende proporties aanwezig waren.

Ook Marcel kende deze extase. Hij was een vervent pianospeler en kon opgaan tijdens het spelen en luisteren van de muziek van Mozart. Ook de beschrijving van zijn bekering op 40 jarige leeftijd komt op mij over als een topervaring. Een verheffende ervaring van vreugde gepaard gaand met een inzicht dat alles wat hij voorheen heeft gedacht op zijn plaats laat vallen.

Maslow had er goed aan gedaan om dit ook even mee te nemen in zijn evaluatie van de “jammerende Europese existentialisten”. Dan zou hij misschien anders hebben geevalueerd.

Dat een externe bron van waarden niet meer functioneert valt niet zomaar even te relativeren door je te richten op de menselijke mogelijkheden en de groei van je identiteit. Volgens mij blijf je dan teveel in de illusie steken dat de psychologie ons een genoegzaam wereldbeeld kan verstrekken, waarin onze zelfactualisering het hoogste doel is. Dat kan misschien een mooi psychologisch doel zijn, maar in de omgang met anderen en met vragen over leven en dood lijkt me dat een beperkte doelstelling. In de zelfactualisatie zullen we ook weer moeten afstemmen op externe waardebronnen die we nog steeds vertrouwen, ook al functioneren ze op bepaalde momenten niet adequaat. Dit hoeft niet aan de externe bronnen te liggen. Het kan ook aan onze interpretatie liggen en de bril waardoor wij met deze externe waardebron zijn omgegaan. Maslow’s raakt best een goed punt, maar werkt dit gebrekkig uit. Waarbij ik de indruk krijg dat hij met het kind ook het badwater weggooit, omdat het een belemmering zou zijn voor de eigen zelf-actualisatie. Dit was ook wel een trend bij de humanisten uit die tijd. Volgens mij moeten we soms worstelen en wanhopig zijn omdat we daar alle reden toe hebben. In deze worsteling kunnen we ook weer hoop ontwikkelen en nieuw zicht krijgen op externe waardebronnen, die ons leven kunnen verrijken.

Ik ben benieuwd hoe Maslow het menselijk geweten een plek geeft in zijn theorie. Zal dit dan ook een belemmering zijn voor de zelfactualiserende mens?

Het lijkt me een behoorlijk eenzijdig westerse mensopvatting gestimuleerd vanuit een welvaartdenken waarin het welbegrepen eigenbelang ook heilzaam kan zijn voor de medemens.

Maar goed. Maslow kan zich niet meer verdedigen dus ik zal hem met veel respect behandelen en afsluiten met de opmerking dat ondanks dit misverstand van Maslow er toch veel boeiende gedachten zijn te vinden bij Maslow.

Hij blijft voor mij 1 van de grootste psychologen allertijden omdat hij wel op zoek ging naar menswaardigheid en zijn theorie en therapie in dienst stelde om de mens te bevrijden tot een zelfactualiserend persoon

Read Full Post »

Excuus voor mijn soms moeilijk te lezen blogs. Daarom heb ik het 2 maanden even gelaten voor wat het was. Ik heb mij bezonnen hoe ik inzichtelijker mijn gedachten over ‘zijn&hebben’ kan verwoorden. Ik vind het dan ook onvoorstelbaar dat sommige blog’s wel 64 hits hebben en er bijna geen dag voorbij gaat zonder bezoekers op mijn blog. De reacties blijven nog wat uit, dus ik wil je aanmoedigen om gerust te reageren op mijn blogs. Zichtbare reacties hier zijn natuurlijk erg welkom, maar onzichtbaar mailen mag ook. Of het nu aanvullingen zijn of vragen, bijna alles is welkom. Er bestaan geen domme vragen bij mij, want ik besef maar al te goed mijn onvermogen om mijn beleving inzichtelijk te maken voor anderen. Daarvoor kan ik altijd wel hulp gebruiken van een kritische lezer. Ik hoop op je hulp. Ik probeer wat met je opmerkingen te doen, al is het mij deze keer niet gelukt om mijn blog kort te houden (sorry GJ). Maar volgens mij is deze alweer een stap verder in de richting van mededeelbaarheid =)

Op dit moment ben ik bezig met het opfrissen van mijn Abraham Maslow kennis. Hij is immers enorm geinspireerd door existentialistische filosofie.

piramide van Maslow Hij is als psycholoog vooral bekend geworden met zijn behoefte-piramide. Een theorie die nog steeds veel wordt toegepast ondanks de geringe onderbouwing vanuit onderzoek =)
http://www.over-maslow.com

Als psycholoog is hij ook bekend als gangmaker van de humanistische psychologie die zich vooral richt op het terrein de menselijke mogelijkheden. Een stroming die in de VS werd gevestigd met mensen als Maslow, Fromm, Rogers, Frankl etc http://nl.wikipedia.org/wiki/Humanistische_psychologie

En ik had me nog zo voorgenomen om niet uit te wijden over achtergronden en namen… Ik ellendig ‘onbegrensd’ mens wie zal mij verlossen… =)

Voor “Z&H” is Maslow een interessant man omdat hij als een van de grondleggers van de humanistische psychologie ons een jargon aanreikt waarmee ons thema van “zijn en hebben” kan worden verduidelijkt. Hij reikt niet alleen een psychologisch jargon aan om dit te verhelderen, hij maakt het ook nog eens tot een praktisch psychologisch ontwikkelingsmodel. In Maslow’s boek “psychologie van het menselijk zijn” werkt hij dit uit. Natuurlijk wil ik dit niet onkritisch overnemen, want ik zie ook beperkingen in zijn theorie. Maar dat neemt niet weg dat Maslow een praktische bijdrage levert om mijn gedachten over “zijn en hebben” in herkenbare “sferen” te brengen.

In de volgende blogs wil ik dit eens gaan verkennen.

Al in het eerste hoofdstuk erkent Maslow zijn schatplichtigheid aan de existentialisten. Kierkegaard’s journals staan vermeld in de literatuurlijst en verder baseert hij zich vooral op Colin Wilson en neemt hij ook enkele boeiende conclusies van hem over in zijn evaluatie van de existentialisten. De ja-zeggende en de nee-zegende existentialisten (doet me denken aan Buber). Daar hebben we het later nog over.

Om even een kort door de bocht vooruitblik te geven:

Maslow komt in het boek tot 2 vormen van kennis. Hij maakt onderscheid tussen:
– D-kennen: komt voort uit deficiëntie. Dit is kennis vanuit de ervaring van tekort hebben aan…(vgl. ‘nood’)
– Z-kennen: komt voort uit Zijn (…) en vindt plaats vanuit de ervaring van vervulling…

Daaraan vast koppelt Maslow ook D-liefde en Z-liefde. De D-liefde komt voort uit een tekort en is gericht op wat ik aan de ander kan beleven en van de ander kan krijgen. Z-liefde komt voort uit mijn vervulling en mijn extase en is daadwerkelijk gericht op de ander.

Dit is te vergelijken met het aloude bijbelse onderscheid tussen filios (D-liefde) en agape (Z-liefde). Hierbij is de filios meer ‘genegenheid’ en de agape meer ‘Goddelijke gevende liefde’.

Om alvast even een voorzichtige koppeling te maken met Z&H. In de sfeer van het ‘hebben’ (H-sfeer =), heeft de de D-liefde een primaire plaats. Mijn verlangen om te hebben komt immers voort uit mijn tekort. Zo begint de baby ook aan het leven. Het krijgt dorst, honger en gemis aan de veilige baarmoeder, dus het verlangt naar drinken, eten en de nabijheid/veiligheid van de verzorgster. Dit staat centraal in “de sfeer van het hebben”. Daar zal ook Maslow’s piramide uit voortkomen.

De omslag die ik heb gesignaleerd, is de omslag in het besef dat dit hebben mij niet langer kan vervullen en ik ervaar dat ik meer ben dan alles wat ik heb aan bezit maar ook aan immateriële ‘zaken’ zoals kennis, pijn, verdriet, negatieve ervaringen, geluk etc. Dan helpt het mij niet om mezelf te blijven richten met mijn d-liefde in de sfeer van het hebben. Ik blijf zoeken (tot verslaving aan toe) in de sfeer van het hebben of stel mij vervolgens gerust met mijn onvervulling. Een derde weg kan zijn een keuze voor een religieuze richting naar ‘iets of iemand’ die ons wel kan vervullen. Maar zelfs op deze derde weg kon de franse natuurkundige en filosoof Blaise Pascal niet zonder de ‘verstrooiing’. We worden immers hoe-dan-ook weer teruggeworpen in de sfeer van het hebben.

In termen van de existentialisten heet dit moment van verheffing, “transcenderen” (Marcel) of “Zijnservaring” (Heidegger). Bij Maslow komt de term “topervaring” in beeld als hij het heeft over deze zelfoverstijgende ervaring.

Omdat filosofie zich voor mij vaak teveel in abstracties uitdrukt en daarom ook vaak moeilijk is te begrijpen/herkennen en te communiceren, maak ik hier dankbaar gebruik van Maslow’s benadering in een meer psychologisch kader. Met het jargon van Maslow hoop ik meer woorden en vergelijkingen te kunnen geven uit onze mededeelbare praktijk.

Maslow daagt zijn lezer uit om het volgende te bedenken bij “topervaring”. Hij stelt deze vraag bij een van zijn onderzoeken.

Ik daag jullie uit om stil te staan bij deze ervaring:

“Ik zou graag willen dat u eens nadacht over de wonderbaarlijkste ervaring of ervaringen uit uw leven; de gelukkigste momenten, extatische ogenblikken, momenten van verrukking, misschien van verliefd zijn of van naar muziek luisteren of een plotseling “getroffen worde’ door een boek of een schilderij, of een of ander groots creatief ogenblik. Schrijf deze eerst allemaal op. en probeer mij dan te vertellen hoe u zich voelde op dergelijke intense ogenblikken, hoe dat verschilde van de manier waarop u zich anders voelt, hoe u op dat moment als persoon anders was dan anders.”

piramidemaslovMaslow ontdekt dat mensen die deze ervaringen beschreven en regelmatig meemaakten in hun leven, een andere vorm van kennis en behoeftepatroon hadden. Mensen uit zijn onderzoek die tot deze ervaring konden komen werden daarin niet langer belemmerd en geblokkeerd. Het is deze ervaring waarin de mens komt tot een andere manier van kennen. Een kennen die niet alleen is gericht op de eigen behoeften. Dat noemt hij het “Z-kennen”. Varianten die Maslow noemt van topervaring zijn: ouder-ervaring (ouder-kind-liefde), mystieke of oceanische of natuur-ervaring, de esthetische waarneming, het creatieve moment, het therapeutische of intellectueel inzicht, de orgastische ervaring, bepaalde vormen van atletische vervulling. Momenten van hoogste geluk en vervulling.

Zo komt hij ook tot het begrip “zelfactualisering”. De zelfactualiserende persoon is het ideaal in Maslow’s psychologie. De weg naar zelfactualisatie is gericht op menselijke mogelijkheden en minder op menselijke onmogelijkheden (zoals in het medisch/ziekte model) Dat de benadering van Maslow weer actueel is voor mij, komt door mijn existentialistische interesse en mijn actuele interesse in de kortdurende oplossingsgerichte therapie (KOT). Een benadering die op dit moment erg ‘hot’ en effectief is bij RIAGG’s en bij maatschappelijk werkers en die met hun uitgangspunten teruggrijpt op ontdekkingen van Maslow.

De benadering die ik hier “zijn en hebben” noem, kan goed vergeleken worden met deze benadering van Maslow. Op psychologisch niveau zie ik veel overeenkomsten.

Zo zou ik hier kunnen zeggen dat de ervaring van “hebben naar zijn” bijna overeenkomt met de overgang van D-kennen naar Z-kennen. Niet langer eigen behoefte staan centraal, maar er is een bepaalde zelfoverstijging door het besef van vervulling waardoor er een zelfoverstijgende ruimte wordt beleefd en waarin de eigen behoeften niet meer richtinggevend zijn. De ouder-kind liefde is hierbij een illustrerend voorbeeld.

Maar als ik scherp wil zijn, dan moet ik toch zeggen dat het moment van hebben naar zijn eigenlijk pas kan komen na de topervaring zoals Maslow deze beschrijft. In de topervaring beleef ik de vervulling, maar pas daarna kan ik beleven dat deze ervaring mij niet (blijvend) kan vervullen. Ik groei er weer bovenuit. In een aangename ervaring zal ik deze beleving “ruimte” noemen en in een niet-aangename ervaring noem ik dit eerder “leegte” of misschien wel eenzaamheid. Ook de moederliefde zal in zijn gevende vorm weer moeten ‘beseffen’ dat er geen symbiose bestaat (of kan blijven bestaan) en het kind is gediend met een losmaking tot zelfstandigheid. Maar dat neemt het moment van de top-ervaring niet weg. Binnen het kader van Maslow zou je kunnen zeggen dat de Z-liefde pas kan beginnen na een top-ervaring. Vanuit je eigen volheid ga je uitdelen…

Ik wil deze gedachte van Maslow verder verkennen om tot concretisering te komen, maar ik besef nu ook al dat we telkens weer bij de grenzen zullen komen van psychologie en existentie. Dat maakt het ook zo boeiend voor mij. Psychologie is immers nog altijd een “logie” waarin het begrijpen van belang is. Existentie is per definitie een loslaten/relativeren van dit begrijpen en de overstap maken naar het ruimere kader van de ervaring. Maar het loslaten kan niet plaatsvinden als je niet eerst iets vasthoudt. Dat is nu precies waar de uitspraak naar verwijst: “je kan niet zijn zonder te hebben”. De weg naar het zijn loopt in mijn ervaring via hebben en dat maakt de benadering van Maslow voor mij zeer boeiend. Als psycholoog verkent hij dit hebben tot het uiterste.

Hoewel Maslow – voor zover ik weet – bij het schrijven van het boek niet-religieus meer is, krijg ik toch de indruk dat zijn Joodse achtergrond een rol speelt als hij deze topervaringen een ‘bijna-religieuze’ duiding geeft. Maar als humanist doet hij zijn best om binnen de grens van de psychologie te blijven. Immers als hij komt in de sfeer van ervaring die ons begrip te boven gaat, zou hij ook uit de psychologie stappen en daarmee misschien ook buiten het kader van zijn onderzoek. Toch is dat wel de “topervaring” zoals ik hem zie. De topervaring kan (achteraf) nog wel met psychologische termen beschreven worden, maar gaat zelf de psychologische kaders te buiten in de ruimere ervaring. In deze ruimere ervaring kan ik ook mijn verwondering beleven en kan ook mijn religieuze aanbidding een plaats krijgen. Omdat datgene wat we hebben ons niet kan vervullen is er een aanleiding om te komen tot degene die ons wel kan vervullen. Marcel noemt dit het moment van inkeer.

Maar de natuur/schepping dan? hoor ik een goede vriendin al tegen mij zeggen. “De natuur kan mij immers met ontzag vervullen!” De ervaring van ontzag kan tijdens de beleving van de grootsheid van de natuur/schepping klaarblijkelijk ontstaan. Dit herken ik. Toch denk ik dat de natuur mij als persoon mij niet kan vervullen. Voor sommigen kan in de ervaring de natuur immers ook vereenzamen omdat er geen persoonlijkheid in wordt beleefd. De natuur is geen persoon en kan ons niet vervullen in onze eigen persoonlijkheid. We ervaren dan geen begrip of onze mogelijkheid om begrip te projecteren… (zoals sommige mensen dit bij dieren doen) De natuur/schepping kan voor ons wel verwijzen naar de Schepper die zich in de schepping “uitdrukt” (als expressie) en zo zichzelf aan ons laat zien. Dit ervaren sommigen op momenten.
Ook kan zelfs een grote liefde ons niet blijvend vervullen omdat na de ervaring van eenwording meestal ook weer ons oog wordt gericht op het verschil en de grens tussen mij en mijn geliefde. Misschien is God degene die het meeste aanspraak zou kunnen maken op vervulling. Ook al kan er dan de ervaring zijn van het verschil en de grens tussen God en de mens.

De incarnatie van God in Jezus Christus is hierbij een tegemoetkoming. Daarin wordt dit verschil overbrugd. Jezus Christus heeft – volgens de bijbel – onze zwakheden, pijn, onrecht en zonden “op zich” genomen. Hij heeft zich vereenzelvigd met ons, zodat we nooit eenzaam hoeven te zijn omdat hij overal is geweest (Ps 139:7,8; Ef 4:9ev.). God wil ons in Hem accepteren en zien. Hij moet dan wel meer zijn dan wij zijn. Wij kunnen in Hem “verdwijnen” of beter gezegd “volledig inpassen”.

Ook de Z-liefde van Maslow krijgt een ruimer kader als we daar religieuze noties bij betrekken als “het overvloedige leven”. Jezus voorspelt dit in Joh 10:10 (NBG) leven en overvloed (en ook in Rom 5:17). Hij vult ons met zijn leven en wij mogen daarin overvloeien is de metafoor. In 2Kor8:14 zie je een mooie uitwerking van de Z-liefde die de D-liefde vervult. Mensen geven uit hun overvloed aan de anderen die in nood zijn.

Daarin heb ik nog geen goede toepassing bij Maslow gevonden, die ik wel bij Gabriel Marcel vind als hij het heeft over “van zijn terug naar hebben gaan”. In de beleving van vervulling mogen we in de sfeer van het hebben (de D-liefde) weer anderen in onze omgeving dienen.

Ten slotte moet ik ook nog even een lichte irritatie kwijt over de zelfactualiserende persoon. In mijn beleving kan dit nooit een definitief stadium zijn waarin de persoon zichzelf genoeg is. Dat is mij te onthecht en te solistisch. Dit ken ik niet uit mijn ervaring en niet uit de ervaring van grote helden in de geschiedenis. Zelfs van moeder Theresa zijn onlangs haar diepe twijfels bekend geworden in haar brieven.

In mijn beleving meen ik soms Z-liefde te ervaren, maar vooral ook veel D-liefde. Dan kan het een topervaring zijn wanneer anderen met hun Z-liefde mijn nood (D-liefde) kunnen lenigen (2 Kor 8:14) Liefde kan immers nooit op zichzelf staan. Dit lees ik in de bijbel en is volgens mij een verruimend en dienend kader voor Maslow’s boeiende inzichten en ontdekkingen.

Wanneer een zelfactualiserend persoon van de 1 op de andere dag in een rolstoel belandt, zal hij ook veel nood beleven, waarbij hij mag hopen op genoeg Z- of D-liefde van de mensen om hem heen. Volgens mij zijn we allemaal soms de gever en soms de ontvanger.

Maar het kan zijn dat ik Maslow tekort doe en dat is niet mijn bedoeling. Dat hoor ik dan graag…

Read Full Post »