Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for 16 februari 2009

Abraham Maslow

Abraham Maslow

Door met Maslow mee te denken over het functioneren van onze behoeften krijg ik wat meer zicht op de psychologie van zijn en hebben. Zo wordt het voor mij iets concreter. Om me te ontwikkelen ‘moet’ wij ik voorbij onze lagere behoeften ook bezighouden met de hogere behoeften in de piramide. Zonder bevrediging van de lagere behoeften wordt dit moeilijk (onmogelijk?). Met een lege maag kunnen we ons moeilijk richten op sociale behoeften en de behoefte aan erkenning. Laat staan dat we dan ook in de hogere laag van de piramide kunnen komen tot topervaringen die ons brengen tot zelfactualisatie waarin we ook de ander kunnen zien en kunnen liefhebben (Z-liefde). Dit komt overeen met wat ik bedoel dat het zijn altijd via het hebben verloopt. Alleen bedoel ik dit breder dan alleen het terein van de behoeften.

Ook in de communicatie kunnen we ons zijn immers niet aan elkaar meedelen, als we niet ook zijn behebt met een lichaam die taal of gebaren kan produceren. Ook daarin is de waardering en gebruik van de sfeer van het hebben een voorwaarde om tot zijn en een gedeeld zijn te komen.

In het niet delen van ons zijn ervaren we onze individualiteit en onze eenzaamheid. Door dit te zien als noodzakelijke fase om te kunnen groeien als mens, kan de eenzaamheid worden beleefd als een zinvol alleen zijn.

De zogenaamde D-behoeften wijzen dus op ons tekort (deficientie) en vragen om vervulling. Daar komt ook onze D-liefde vandaan. Wanneer we als mens willen groeien naar een liefde die zich richt op de ander, de Z-liefde, dan zullen we in topervaringen onze vervulling beleven waardoor we beter in staat zijn om de ander te (voor)zien in zijn/haar behoeften en zo ook beter daarin te voorzien. Dat zegt Maslow…

Niet alleen vanuit de vervulling van het hebben, maar ook vanuit een onvervuld hebben, kan men volgens mij tot een gerichtheid op de ander komen als men af kan zien van de eigen behoefte-vervulling en kan kiezen om de ander in zijn behoefte te zien. De mens is immers niet altijd slaaf van zijn behoeften en staat er in verhouding mee. Daar ligt volgens mij een beslissend moment. Het besef dat ik in verhouding tot mijn behoeftes sta en in verhouding tot de ander, kan mij een stap verder brengen naar een ‘gezonde’ omgang met de ander. Kiezen voor de ander is dan afzien van mijn gerichtheid om te hebben. Dit vind dan plaats voorbij het hebben in de sfeer van mijn zijn waar ik mijn verhouding beleef tot mijn behoefte (en mezelf). Dan kan ik de vrijheid ervaren om te kiezen. Maar waarom zou ik kiezen voor de behoefte van de ander?

De gerichtheid op de ander kan ook ongereflecteerd zijn (zonder in de verhouding tot mijn gerichtheid te komen). Een ‘sub-assertief’ persoon is geneigd om voor de ander te zorgen vanuit een houding waarin geen keuzevrijheid wordt ervaren. Angst voor waardering of te trots en “flink moeten zijn” kunnen motieven zijn. Dat lijkt me niet de gezonde houding tot de ander. Als we ervan uitgaan dat de liefde deze vrijheid verondersteld, kunnen we deze ongereflecteerde keuze voor de behoefte van anderen ook niet als liefde benoemen. Ook al kan het wel heel lief zijn.

Zelfs wanneer we in de verhouding tot onszelf komen kan angst toch de doorslag geven om niet voor de ander maar voor onszelf te kiezen. Dat maakt dat zelfactualisatie nog niet vanzelf leidt tot “Z-liefde”. Misschien wel als we in alle behoeften zijn voorzien en er geen angst is die ons belemmerd. Maar sinds wanneer zijn we automatisch gericht op de ander als we zelf zijn voorzien? Sinds wanneer kunnen we volkomen vervuld zijn van erkenning zodat we niet langer erkenning zoeken, maar erkenning van de ander nastreven? Hier gaat wel een enorm positief mensbeeld aan vooraf. Komt zo de illusie dan toch weer door de achterdeur naar binnen bij Maslow. En verzuimt hij zo om af te dalen in de weerbarstige werkelijkheid waar mensen destructief zijn en elkaar geweld aandoen ook al zijn ze in alle behoeften voorzien (voor zover dat mogelijk is)

Dan zou de angst van de “jammerende Europese existentialisten” misschien toch weleens kunnen wijzen op een realistisch besef van de harde gebroken werkelijkheid waarin geweld en lijden een gegeven is. Dit heeft Maslow toch ook moeten zien in de 2de wereldoorlog.

Daarom wil ik in reactie op Maslow zeggen dat ik niet de zelfactualisatie als hoogste verdieping in de piramide zie, maar de vrije gerichtheid op de actualisatie van de ander. Dat vraagt om ethiek en relatie. Dit vind ik nog zeer gebrekkig aan bod komen bij Maslow.

Hierin ben ik niet origineel, want ook Levinas sprak al over “het humanisme van de ander” en ook Buber heeft de ik-jij-relatie al aan de orde gesteld. Maar anders dan Buber en Levinas, heeft Maslow toch meer de neiging om zich tegen een externe religieuze bron af te zetten. Hij is op zijn minst erg achterdochtig naar de belemmerde factoren van zo’n externe georganiseerde religie. Deze achterdocht herken ik ook bij Levinas, maar dan een achterdocht wanneer de religie (of ideologie) niet meer ten dienste staat van de ander met wie ik in een ethische verhouding sta.

Dit geeft voor mij aan dat er nooit alleen vanuit een behoeftetheorie een ideaal mensbeeld kan worden ontwikkeld. Maslow verwees ook al naar Erich Fromm en Victor Frankl die hem hebben aangevuld met respectievelijk ‘een kader van waarden’ en ‘een kader van zingeving’.

Maar dit heeft hem er toch niet toe gebracht om de zelfactualisatie in dienst te zetten van de zelfactualisatie van de ander. Hij blijft hiermee steken in de egologie (Levinas)

Wel bijzonder dat Fromm, Maslow en Frankl een Joodse achtergrond hebben en daarmee ook het voorrecht om te kunnen putten uit een vat van waarden die hun psychologie van de persoonlijke groei kunnen beinvloeden. Het is de Franse Jood Levinas die nog even een Joods tandje bijzet naar de ethiek van naastenliefde en de Duitse Jood Buber die daarvoor nog op het belang van de ik-jij-relatie wees. Daar zullen we het vast nog wel eens vaker over gaan hebben…

Advertenties

Read Full Post »