Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2009

Door mijn overdenkingen van Maslow en mijn reactie daarop krijg ik opeens ook weer meer zicht en betere woorden om iets te roepen over mijn motivatie voor dit project van zijn&hebben. Als ik dit hier wil delen, zal ik een stap moeten zetten om meer te laten zien uit de context van mijn persoonlijke ontwikkeling. Daar komtie dan…

Deze zijn&hebben-blog is eigenlijk het gevolg van een crisis die ik heb ervaren in mijn denken en mijn voelen. Er is een periode in mijn leven geweest waarin ik denken en voelen aardig in balans had. Ik was toen 6 jaar (grapje=) Toen kwam er een periode waarin ik nadrukkelijk gevoelsgericht werd. Ik wilde dingen voelen en beleven die ik daarvoor nog niet had beleeft. Het ging mij toen om de “kick”. Toen kreeg ik een ervaring waardoor ik schrok van deze levenshouding. Deze ervaring bracht mij er ook toe om meer mijn heil te zoeken in rationaleit. Ik verdiepte mij in een breed veld van theoretische lectuur om maar meer grip te krijgen op de werkelijk om mij heen en in mijzelf. Ik hoopte dat dit mij gerust zou stellen en mij zou leiden naar innerlijke vrede of op zijn minst een leefbare balans.

Ook dit ging naar verloop van tijd een eigen leven leiden, zodat ik moest constateren dat mijn gevoelsleven wel erg achterbleef in mijn ervaring van de werkelijkheid. Het leek wel alsof het eerst door mijn denken moest worden gefilterd zodat ik daarna nog een vleugje emotie kon meemaken.

Toen ik hier last van kreeg, las ik veel over integratie van verstand en gevoel. Dit klinkt nuttig, maar zolang ik dit bleef lezen, zat ik nog in mijn hoofd. Maar ik voelde ergens wel dat ik een bepaalde kant op moest. Ik las bij de mensen hier uit het rechterrijtje en vond daar veel inspiratie. Soms had ik echt een aha-erlebnis en brak er iets van licht door waarin ik de integratie tussen verstand en gevoel kon beleven.

Dit proces is nog steeds in volle gang, maar ik krijg hierbij meer behoefte om mijn ontdekkingen te delen. Mijn uitdaging van deze site is om mijn individuele ervaring herkenbaar te maken voor lezers. Ik weet dat ik daar vaak niet in zal slagen. Maar ik hoop dat “jij” als lezer blijft proberen en blijft schakelen tussen je “begrip van de tekst” en de “herkenning in je ervaring“. Volgens mij is dit de enige weg om mij te kunnen volgen. Als dat al zou lukken.

Dit bedoel ik niet elitair. Het gaat niet om slimmer of meer kennis. De uitdaging hierin zie ik vooral ik het gegeven dat het een persoonlijk proces is wat ik hier in algemene, herkenbare termen wil delen. Het spijt me als ik projecteer en je daarmee onrecht aandoe, maar dit spanningsveld zal toch wel in meer of mindere mate herkenbaar zijn voor “jou” als lezer.

Mijn weg om mijn verstand en mijn gevoel te integreren is de weg van “de ervaring” geweest. De ervaring is immers normaliter het voorste treintje en de gevoelens en de gedachten kunnen daar als wagonnetjes achteraan komen. De RET-psychologie maakt hier handig gebruik van. Wanneer mijn gevoel het wagonnetje achter het treintje is en waarachter het wagonnetje van het denken hangt, wordt het een losgeslagen bende. Dan kan ik bijvoorbeeld mij door mijn angst laten leiden en angstige gedachten ontwikkelen en mij laten beperken. Of in mijn boosheid boze plannen maken en anderen geweld aandoen. Maar wanneer mijn verstand het voorste treintje is dan kan het weer een overgecontroleerde saaie boel worden waarin het signaal van het gevoel niet wordt gehoord. Een mooi voorbeeld lijkt me de filosoof Friedrich Nietzsche. Hij heeft zich ook geergerd aan de overgecontroleerde (vaak christelijke) opvattingen van de werkelijkheid. Deze waren in zijn tijd dominant aanwezig. Hij koos voor de extase (Dionysius) als vlucht uit deze nauwe misleidende werkelijkheid om uiteindelijk te komen tot een herwaardering van alle waarden. Daarin lijkt hij niet geslaagd in zijn leven. Er gaan verhalen dat hij eindigde met wanhoop en waanzin.

De weg die mij tot nu toe heeft geholpen is de weg van de ervaring. Dat vond ik best een spannende weg, want hoe kan ik nu alleen op mijn ervaring vertrouwen. Dat kan omdat ik ook besef dat er meer is dan wat ik hier-en-nu ervaar. Ik heb ook deze ervaring die de geldigheid van mijn ervaring relativeert. Dwz als ik iets niet ervaar, dan betekent dit nog niet dat het er ook werkelijk niet is. Dit heb ik al als baby ervaren, toen mijn moeder mij in mijn bedje achterliet om mij te laten slapen.

En zo komen we eigenlijk via de weg van ervaring uit bij de noodzakelijkheid van vertrouwen of geloven. Dit doen we al op een niet religieuze manier in onze vroege kinderjaren. Erikson ziet het zelfs als bouwsteen voor en gezonde ontwikkeling. Het begint met vertrouwen en pas laten komt het wantrouwen als er aanleiding toe is.

De weg van de ervaring komen we in de filosofie tegen bij existentialisten, fenomenologen en hermeneutische denkers oa. In de psychologie kom ik de tegen in de humanistische psychologie, in de gestalttheorie en in de hedendaagse ervaringsgerichte theorie.

Bij Marcel en bij Kierkegaard ontdekte ik echter de waarde van “de verhouding”. Ik ben geen willoos slachtoffer van wat ik denk en wat ik voel. Zelfs ben ik geen slachtoffer van wat ik ervaar. Ik kan tot een besef komen en kan vervolgens kiezen wat ik ermee ga doen. Dat noemen we verantwoordelijkheid. Dit is wat ik hier op mijn blog probeer te delen. Het “ik” transcendeert ‘voorbij’ het denken en het voelen in de ervaring, zodat we in onze ervaring tot de verhouding komen met datgene wat we hebben (aan denken, gevoelens en ander bezit)

Tijdens mijn religieuze zoektocht heb ik ontdekt dat de bijbel daarin een aansprekelijk boek is. Via Abraham Joshua Heschel kreeg ik een ander zicht op dit aloude boek. Daar las ik over het bijbelse situationele denken ten opzichte van het meer Griekse conceptionele denken. Daar las ik over de verwondering die niet betekent een uitschakeling van het verstand, maar een ingeschakeld verstand die moet erkennen dat God hem te boven gaat. Dit is voor mij ook het ruimere kader geworden om naar het Nieuwe Testament te kijken en daar te ontdekken dat dit bij de Apostelen niet anders is.

De bijbel werd voor mij nog indrukwekkender toen ik het uit de context haalde van “gangbare” meningen en dogma’s en zo kwam tot een individuele beleving van de bijbel (1Joh2:27). Dit heeft me diverse top-ervaringen opgeleverd.

Zo ontdekte ik dat bijvoorbeeld Apostel Paulus volgens eigen zeggen en volgens anderen (bijvoorbeeld Petrus en Lucas) niet alles had bedacht maar alles had ervaren. Ook wilde hij geen leer wilde geven die knellend zou zijn, maar iets wat juist ruimte zou maken. Dit zou de liefde van God zijn die uitwerkt in de liefde voor elkaar.

In de tekst ontdekte ik steeds meer dat ook bij Paulus de ervaring voorop stond en dat deze hem op de een of andere manier overtuigde. In deze ervaring was ook het vertrouwen werkzaam als ontvankelijkheid voor de dingen van God. Dit noemde of herkende hij achteraf pas als de Heilige Geest, niet vooraf. Ook bij de apostel Johannes herken ik deze gerichtheid op de ervaring. De ervaring komt tot ons via de zintuigen (1Joh1), maar kan heel goed in tweede instantie zijn uit een getuigenis van een ooggetuige (Joh17:20). Deze ervaring vond ik niet vreemd. De rechter in onze rechtbank, beoordeelt immers ook op grond van getuigenissen of iets waar of niet waar is. Het hangt er dan wel vanaf of deze getuigenissen worden ondersteund en of ze betrouwbaar zijn. Hij was er zelf niet bij. Hij laat er geen formules en causaliteit op los. Het sterkst spreekt een getuigenis die een betrouwbare/geloofwaardige indruk wekt.

Toen ik de bijbel ging beleven en ook iets van God door de tekst ging zien. Veranderde ik in mijn denken. Ik ervoer meer liefde, betrokkenheid en kreeg meer oog voor het wonder. Volgens mij waren deze drie nodig om tot een relativering te komen van menselijke wetenschappelijke theorie. Ik kreeg minder moeite met paradoxen tussen wetenschappelijke verhalen en de verhalen die ik in de bijbel las. Zij kwamen op verschillende niveau’s bij me binnen. Misschien wel omdat mijn Godservaring een meer directe ervaring was dan de onpersoonlijke theorieen die ik tot dan toe had aangehangen. Het besef van het wonder – wat voor mij ook verassing en openheid betekent – is voor mij misschien wel het besef geweest wat mij losweekte van mijn gedachten waarin wetten van (gesloten) causaliteit tot dan toe dominant waren. Dit kon voor mij niet langer de basis zijn. Dit begon ik teveel als een constructie te zien. Misschien niet in de werklijkheid buiten mijzelf, maar wel binnen mij. Het is de volle ervaring die voorop gaat en waarin ook het wonder wordt beleeft in openheid voor datgene wat mijn verstand te boven gaat. Mijn verstand volgt op korte afstand en maakt (re)constructies. Dit is natuurlijk niet zo absoluut als ik hier verwoord. In de hermeneutische cirkel nemen wij onze gedachten ook weer mee om onze aandacht te richten en wordt onze ervaring ook daardoor gekleurd.

Filosofisch komt dit dicht bij fenomenologische gedachten van Heidegger en zijn leermeester Husserl en de hermeneutici als Dilthey en Gadamer, waar ook de leercirkel van Kolb is afgeleid.

In de bijbel vind ik herkenning als het gaat om verandering van denken (Rom 12), ontzag wat vooraf gaat aan wijsheid (Spr 1 etc) . Denken is in de bijbel van groot belang, maar de houding die daaraan vooraf gaat is niet minder belangrijk. Dit kom ik ook weer tegen bij Levinas. Voor ons begrijpen – wat beheersen is – gaat het stichten van een societeit vooraf. Daarin speelt de ethiek een belangrijke normerende rol om ons destructieve neigingen in te perken. Ethiek is optiek, aldus Levinas.

Globaal komt eigenlijk mijn hele proces neer op de ontdekking van de “pre-rationele” ervaring. De aanvliegroutes waren filosofisch, religieus en psychologisch… maar moest ik in de terugweg naar de pre-rationele ervaring achter me laten. Zo werd het misschien ook wel weer een post-rationele ervaring.

Het is deze basale ervaring die ik wil delen omdat ik de indruk heb dat het leven hierdoor veelkleuriger is geworden en ik ook meer in het hier en nu kan blijven. Daar kom ik ook de liefde tegen.  Deze verrijking wil ik niet alleen voor mezelf houden.

Al is het maar om mij daarin minder eenzaam te voelen =)

Want wat is nu verrijking als we het ook niet kunnen delen. Juist deze deelbaarheid is datgene wat de bijbel omschrijft als liefde, of verbondenheid of de wat oudere term gemeenschap. Een liefde die we kunnen ontdekken in de persoon van Jezus. Hij noemt ons vrienden omdat Hij alles met ons deelde. Hij gaf ons zijn leven (1Joh3:16)

We hebben nu een meer filosofische benadering gehad in mijn eerste blogs. We zijn nu begonnen aan een meer psychologische terreinverkenning. Via Maslow komen we dan uit bij de Gestalttheorie van Perls en de zijnen. Voor meer gedachten over geloof en denken verwijs ik graag naar mijn blog http://gelovigdenken.wordpress.com

Read Full Post »

Zo wil ik evalueren dat Maslow zeer behulpzaam is als het gaat om ons bewust te worden van de grenzen van de gangbare psychologie (toen en nu). Ook laat hij ons zien dat de mens zichzelf in de zelf-actualisatie kan overtreffen vanuit d-behoeften naar de z-behoeften, waarin het in staat is om onvoorwaardelijke liefde voor anderen te ontwikkelen.

Dit laatste lijkt me zeer pretentieus, maar op zijn minst kunnen we zien dat de mens in verhouding staat tot zijn d-behoeften en kan kiezen om niet zijn tekort aan te vullen, maar kan kiezen voor het aanvullen van het tekort van de ander (z-liefde).

In hoeverre dit onvoorwaardelijk blijkt te zijn, lijkt me moeilijk te doorgronden, maar dat het een vorm is van “in verhouding staan tot zichzelf”, lijkt me zeer aannemelijk gemaakt. Zo ook de keuze die in verantwoordelijkheid daarop volgt.

En dat is precies wat ik hier met veel onnavolgbare gedachten wil delen. Het onbewuste hebben, kan via de inkeer leiden tot een bewust hebben waarmee het “ik” in relatie komt te staan met het eigen hebben. Dit “ik” is niet te herleiden tot dit hebben en beleeft daarin zijn persoonlijk zijn.

Dat Maslow hierbij de “ervaring van ik-loosheid” als kenmerk ziet van een zelfactualiserend persoon is merkwaardig te noemen. Het lijkt me een constructie die niet in balans wordt gebracht met de terugkeer in de ik-ervaring. Dit herken ik niet in mijn beleving. Of ik ben te weinig zelfactualiserend of Maslow laat iets na. Ik kan dit nu niet anders zien dan een eenzijdigheid.

De ik-loosheid kan optreden wanneer ik opga in mijn ervaring (beeld, audio etc) wordt in de gestalt confluentie genoemd. Het is een ervaring van grenzeloosheid. Misschien dat ik daarin zo opga dat ik mijn “ik” niet meer ervaar, maar dan dreigt de Cartiaanse val, omdat er voor een ervaring nog altijd een ik nodig is. Ik ben het immers die ervaar. Evenals bij Descartes een ik nodig is om te kunnen denken. “Ik besta dus ik denk.” Daarom lijkt het me niet alleen logisch, maar vooral ook rechtdoen aan een gedeelde ervaring dat we na deze confluentie ook weer een moment van afbakening zullen krijgen (deflectie).

Deze termen uit de gestalttheorie van Perls zijn daarbij wel behulpzaam. In de gestalttheorie blijft de mens een organisme die zich blijft kenmerken door polariteiten (confluentie en deflectie). En dan is het mogelijk om weer terug te keren vanuit de ervaring van confluentie (in denken en voelen) naar het “ik” die hiermee in verhouding staat in het hier-en-nu.

Maar dit is theorie en wat ik schrijf zijn maar woorden. Deze zijn slechts verwijzingen naar de realiteit die in het “hier-en-nu” zal moeten worden geleefd.

Dit vind ik een waardevol inzicht waaraan ik zou willen vasthouden, omdat mijn ervaring mij telkens weer opzadelt met deze polariteiten.

“Een uitdaging is niet hetzelfde als een botsing en uit elkaar gaan betekent niet een conflict. Het hoort bij de menselijke staat om in polariteiten te leven.

Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens”

http://home.versatel.nl/heschel/1%20Het%20zelfbewustzijn%20van%20het%20jodendom/16.htm

Read Full Post »

Ik denk dat Maslow zeer behulpzaam kan zijn om een duidelijkheid te krijgen als het gaat om het thema: zijn en hebben.

Hij voelt ergens aan dat de (gangbare psychologische) wetenschap ons ten diepste geen zicht kan geven op het bijzondere van het menselijke zijn. Deze wetenschap is immers algemeen en gericht op controle. Mensen zijn immers als individuen specifiek en in hun piekervaring beleven ze een (subjectieve) extase die moeilijk in termen van deductieve wetenschap kan worden begrepen. Hooguit in aspecten van biologie, neuropsychologie en chemische-reacties in het lichaam, die ook algemeen/deductief zijn en waartoe deze extase niet is te herleiden.

Maslow roept dan wel op tot een verruiming van het heersend wetenschapelijk kader, maar ik hoe meer ik rondlees in “psychologie van het menselijk zijn” hoe meer ik toch moet constateren dat hij blijft cirkelen rondom het geheim, zonder het echt goed duidelijk te krijgen.

Zijn onderscheid tussen D(efecientie)-kennen en Z(ijns)-kennen brengt ons bijna bij de transcedentale visie van Marcel en de religieuze mens van Kierkegaard, ware het niet dat ik bij het Z-kennen van Maslow niet de voorwaarde tegenkom, dat de mens zichzelf ziet als in verhouding staande met zichzelf. Een Z-kennen kan ook in de extase gebeuren bij Maslow, waarin hij nog niet expliciet noemt dat de mens ook in deze extase zijn verhouding met de extase zal beleven.

Bij Maslow is niet de verhouding primair, maar de ontsnapping uit het redelijke en het algemene. In mijn optiek maakt hij een onnodige splitsing tussen ik en de extase waardoor hij makelijker  tot een flirt komt met oosterse religies. Maslow stelt dat bij een top-ervaring van zelf-actualiserende mensen de waarneming behoorlijk ik-transcenderent zijn, waarbij het eigene wordt vergeten, ik-loos.

Dit neigt naar o.a. zen-boeddhistische uigangspunten van het ontbreken van een vaste persoonlijke kern in de mens.

Ik heb de indruk dat hij daarmee iets loslaat wat Marcel en Kierkegaard voor ogen hadden. Wanneer  we in een extase te maken hebben met een vervaging van de achtergrond ten koste van de context, dan kan hierbij het ik misschien tijdelijk uit het oog worden verloren tijdens de ervaring, maar dat kan nooit blijvend zijn. Ze blijken op een gegeven moment toch altijd weer “van mij” te zijn en ze worden pas persoonlijk als we er ook mee in verhouding staan (SK) of een persoonlijk “hebben” is (GM). Het is immers mijn extase die ik beleef.

Bij Marcel gaat dit transcenderen altijd via het hebben. Transcenderen is het besef dat “ik” boven het algemene, concrete uitga. Daarin beleef ik mijn persoonlijke zijn. Maar het blijft nog altijd mijn “ik” dat boven alles uitgaat.

Daarin bestaat ook onze verantwoordelijkheid.

Maslow lijkt dit los te laten in zijn uiteenzetting van het z-kennen, als ik hem zo goed begrijp…

Dit geeft mij een raar gevoel bij de piekervaringen van Maslow. Je kunt jezelf soms welleens verliezen. Daar komt ook een bepaalde manier van waarnemen bij. Zoals hij dit uitlegt, kan dit goed gepaard gaan met de focus op het voorgrond figuur die los wordt gezien van haar achtergrond/context.

Boeiend hierin vind ik dat Maslow hier een metafoor gebruikt uit de gestaltpsychologie van Max Wertheimer (en de zijnen) die later is overgenomen door Fritz/Frederick Perls in zijn gestalttheorie. Wat Maslow hierin “aanvoelde” heeft Perls (en misschien nog meer zijn vrouw Laura) uitgewerkt in de Gestalttherapie, die nog meer is geent op existentiele uitgangspunten.

Deze zal de extase verwoorden in termen van confluentie (samenvloeien) die in het gezonde organisme altijd weer wordt afgewisseld door deflectie (afbakening) waarin het zelf weer wordt “geherdefinieerd”. “ik ben ik en jij bent jij”

Hierbij moet ik weer opmerken dat de gestaltpsychologie iets anders is dan de gestalttheorie of therapie van Perls. De gestaltpsychologie was een eerder project van wetenschappers die zich proefondervindelijk bezighielden met een theorie over de menselijk ervaring. Perls kwam jaren later met zijn theorie die een reactie was op zijn psychoanalytische scholing en de disharmonie met zijn ontdekkingen op het terrein van de menselijke behoeften. Daarvoor heeft hij een nieuw psychologisch kader ontwikkeld met termen uit de gestaltpsychologie en existentialisme en humanistische psychologie waarin het gangbare medische model in de psychologie werd verruimd.

Maslow zegt ook in zijn boek dat hij geinspireerd raakt door de existentialisten en de gestalt psychologen, maar komt – naar mijn indruk niet tot een gelukkige “synthese”. Het zal me niets verbazen als dit komt omdat hij een nogal vooropgezet doel voor ogen heeft nl. een positief mensbeeld. De mens is goed (of neutraal) waarmee Maslow – in mijn optiek – teveel het leven wat zich in polariteiten voltrekt, loslaat.

Hij wil niet meegaan met de “pessimistische europese existentialisten” die meer uitgaan van de polariteiten in de mens waarin slechtheid, agressie, destructieve motieven ook realiteit zijn. Hierdoor mist Maslow ook de polariteit wanneer het individu weer na of tijdens zijn extase komt tot een ik-besef.

Dit lijkt me de oorzaak waarom Fritz/Frederick Perls dichterbij een “zijn en hebben” benadering komt dan Abraham Maslow.

Ze delen echter wel het tragische lot om in deze tijd wetenschappelijk niet serieus genomen te worden. En Perls nog meer dan Maslow omdat Perls ook radicaler was in zijn existentialisme, die per definitie nooit wetenschappelijk kan zijn, volgens mij. Maslow heeft “het geluk” dat zijn piramide nog altijd niet in elkaar is gestort (door gebrek aan wetenschappelijke verificatie).

“Puur” existentialisme zal er immers op gericht zijn om mensen te brengen bij de ervaring van hun uniciteit ten opzichte van andere mensen. Daarin beleeft de mens zijn persoonlijke existentie. Dit kan een onprettige eenzame ervaring zijn, maar ook een aangename ervaring van bijzonder zijn.

Van mij mag dit persoonlijk existentialisme dan ook aangevuld worden door het existentialisme van de ander. Want het is door de existetntie van de ander dat ik mijn existentie gewaarwordt (Buber, Levinas). Maar daar kom ik nog wel eens op terug.

Dit existentialisme is per definitie moeilijk te verenigen met wetenschappelijke uitgangspunten waarin wordt gezocht naar menselijke algemeenheden en patronen. Het kan boeiende hypotheses opleveren, maar wanneer dit proefondervindelijk moet worden geverifieerd of gefalsifieerd dan komt er een probleem omdat het algemene voorkomen wordt gezien als een bevestiging van de theorie.

Dat is ook de moeilijkheid die ik ondervind in het schrijven over zijn en hebben.

Om erover te kunnen schrijven en mijn lezers mee te nemen in mijn gedachten, moet ik gebruik maken van algemeenheden en herkenbaarheden.

Je zou kunnen zeggen dat de ontdekkingen vanuit de bijzonderheden in de individuele ervaring worden geinduceerd tot algemeenheden/herkenbaarheden, die vervolgens weer worden toegepast in de deductie naar andere persoonlijke situaties. Dit is existentialistisch gezien altijd een spannend proces omdat de menselijke algemeenheden wel kunnen worden toegepast op anderen, maar het unieke van elk mens nooit via de weg van deductie kan worden gevonden.

En dat is nu precies het handicap van van de psychologie. En dat hoeft geen probleem te worden als dit maar wordt herkend en wordt toegepast.

En dat spanningsveld wordt mij duidelijk als ik Maslow lees. Hij heeft het lef om te breken met de eenzijde (beperkende) deductieve manier van psychologiseren, maar begeeft zich dan op een spannend terrein. Hij doet baanbrekende ontdekkingen en merkt daarbij ook dat we de kaders moeten verbreden om verder te komen in de psychologie. Hierbij noemt hij in zijn Apendix 1 ook de spanningen die het oplevert met de gangbare wetenschapelijke consensus. Maar ik ben met Maslow eens dat vooruitstrevende en verantwoordelijke wetenschap zich juist hierdoor uitdagen, zodat het theorieen worden ontwikkeld die rekening houden met menselijke bijzonderheden.

De mens rechtdoen in zijn uniciteit lijkt me een ethisch uitgangspunt voor goede psychologie. Dat is er ook een bewustwording van de grenzen van algemeniserende wetenschap en wordt de mens erkend in zijn uniciteit. Of misschien beter gezegd: De mens rechtdoen in zijn uniciteit lijkt me een ethisch uitganspunt (en voortdurende bezigheid) voor een goede psycholoog en alle anderen mensen die met mensen omgaan.

Deze ethische houding zouden we tegenwoordig ook kunnen toepassen op de reductionistische tendensen in de bio-psychologie, maar ook de persoonlijkheidstheorieen zoals de Big Five (Myers Briggs, Disk, Enneagram etc.).

Zo kom ik weer terecht bij een belangrijk motto van mezelf. Een houding waarin ‘goede ethiek’ als uitgangspunt wordt genomen, leidt (bijna vanzelf) tot een goede omgang met mens (en schepping) en zal ook uiterst effectief blijken te zijn als het gaat om menselijke groei en ontwikkeling.

Read Full Post »