Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘cultuur’ Category

Ik denk dat Maslow zeer behulpzaam kan zijn om een duidelijkheid te krijgen als het gaat om het thema: zijn en hebben.

Hij voelt ergens aan dat de (gangbare psychologische) wetenschap ons ten diepste geen zicht kan geven op het bijzondere van het menselijke zijn. Deze wetenschap is immers algemeen en gericht op controle. Mensen zijn immers als individuen specifiek en in hun piekervaring beleven ze een (subjectieve) extase die moeilijk in termen van deductieve wetenschap kan worden begrepen. Hooguit in aspecten van biologie, neuropsychologie en chemische-reacties in het lichaam, die ook algemeen/deductief zijn en waartoe deze extase niet is te herleiden.

Maslow roept dan wel op tot een verruiming van het heersend wetenschapelijk kader, maar ik hoe meer ik rondlees in “psychologie van het menselijk zijn” hoe meer ik toch moet constateren dat hij blijft cirkelen rondom het geheim, zonder het echt goed duidelijk te krijgen.

Zijn onderscheid tussen D(efecientie)-kennen en Z(ijns)-kennen brengt ons bijna bij de transcedentale visie van Marcel en de religieuze mens van Kierkegaard, ware het niet dat ik bij het Z-kennen van Maslow niet de voorwaarde tegenkom, dat de mens zichzelf ziet als in verhouding staande met zichzelf. Een Z-kennen kan ook in de extase gebeuren bij Maslow, waarin hij nog niet expliciet noemt dat de mens ook in deze extase zijn verhouding met de extase zal beleven.

Bij Maslow is niet de verhouding primair, maar de ontsnapping uit het redelijke en het algemene. In mijn optiek maakt hij een onnodige splitsing tussen ik en de extase waardoor hij makelijker  tot een flirt komt met oosterse religies. Maslow stelt dat bij een top-ervaring van zelf-actualiserende mensen de waarneming behoorlijk ik-transcenderent zijn, waarbij het eigene wordt vergeten, ik-loos.

Dit neigt naar o.a. zen-boeddhistische uigangspunten van het ontbreken van een vaste persoonlijke kern in de mens.

Ik heb de indruk dat hij daarmee iets loslaat wat Marcel en Kierkegaard voor ogen hadden. Wanneer  we in een extase te maken hebben met een vervaging van de achtergrond ten koste van de context, dan kan hierbij het ik misschien tijdelijk uit het oog worden verloren tijdens de ervaring, maar dat kan nooit blijvend zijn. Ze blijken op een gegeven moment toch altijd weer “van mij” te zijn en ze worden pas persoonlijk als we er ook mee in verhouding staan (SK) of een persoonlijk “hebben” is (GM). Het is immers mijn extase die ik beleef.

Bij Marcel gaat dit transcenderen altijd via het hebben. Transcenderen is het besef dat “ik” boven het algemene, concrete uitga. Daarin beleef ik mijn persoonlijke zijn. Maar het blijft nog altijd mijn “ik” dat boven alles uitgaat.

Daarin bestaat ook onze verantwoordelijkheid.

Maslow lijkt dit los te laten in zijn uiteenzetting van het z-kennen, als ik hem zo goed begrijp…

Dit geeft mij een raar gevoel bij de piekervaringen van Maslow. Je kunt jezelf soms welleens verliezen. Daar komt ook een bepaalde manier van waarnemen bij. Zoals hij dit uitlegt, kan dit goed gepaard gaan met de focus op het voorgrond figuur die los wordt gezien van haar achtergrond/context.

Boeiend hierin vind ik dat Maslow hier een metafoor gebruikt uit de gestaltpsychologie van Max Wertheimer (en de zijnen) die later is overgenomen door Fritz/Frederick Perls in zijn gestalttheorie. Wat Maslow hierin “aanvoelde” heeft Perls (en misschien nog meer zijn vrouw Laura) uitgewerkt in de Gestalttherapie, die nog meer is geent op existentiele uitgangspunten.

Deze zal de extase verwoorden in termen van confluentie (samenvloeien) die in het gezonde organisme altijd weer wordt afgewisseld door deflectie (afbakening) waarin het zelf weer wordt “geherdefinieerd”. “ik ben ik en jij bent jij”

Hierbij moet ik weer opmerken dat de gestaltpsychologie iets anders is dan de gestalttheorie of therapie van Perls. De gestaltpsychologie was een eerder project van wetenschappers die zich proefondervindelijk bezighielden met een theorie over de menselijk ervaring. Perls kwam jaren later met zijn theorie die een reactie was op zijn psychoanalytische scholing en de disharmonie met zijn ontdekkingen op het terrein van de menselijke behoeften. Daarvoor heeft hij een nieuw psychologisch kader ontwikkeld met termen uit de gestaltpsychologie en existentialisme en humanistische psychologie waarin het gangbare medische model in de psychologie werd verruimd.

Maslow zegt ook in zijn boek dat hij geinspireerd raakt door de existentialisten en de gestalt psychologen, maar komt – naar mijn indruk niet tot een gelukkige “synthese”. Het zal me niets verbazen als dit komt omdat hij een nogal vooropgezet doel voor ogen heeft nl. een positief mensbeeld. De mens is goed (of neutraal) waarmee Maslow – in mijn optiek – teveel het leven wat zich in polariteiten voltrekt, loslaat.

Hij wil niet meegaan met de “pessimistische europese existentialisten” die meer uitgaan van de polariteiten in de mens waarin slechtheid, agressie, destructieve motieven ook realiteit zijn. Hierdoor mist Maslow ook de polariteit wanneer het individu weer na of tijdens zijn extase komt tot een ik-besef.

Dit lijkt me de oorzaak waarom Fritz/Frederick Perls dichterbij een “zijn en hebben” benadering komt dan Abraham Maslow.

Ze delen echter wel het tragische lot om in deze tijd wetenschappelijk niet serieus genomen te worden. En Perls nog meer dan Maslow omdat Perls ook radicaler was in zijn existentialisme, die per definitie nooit wetenschappelijk kan zijn, volgens mij. Maslow heeft “het geluk” dat zijn piramide nog altijd niet in elkaar is gestort (door gebrek aan wetenschappelijke verificatie).

“Puur” existentialisme zal er immers op gericht zijn om mensen te brengen bij de ervaring van hun uniciteit ten opzichte van andere mensen. Daarin beleeft de mens zijn persoonlijke existentie. Dit kan een onprettige eenzame ervaring zijn, maar ook een aangename ervaring van bijzonder zijn.

Van mij mag dit persoonlijk existentialisme dan ook aangevuld worden door het existentialisme van de ander. Want het is door de existetntie van de ander dat ik mijn existentie gewaarwordt (Buber, Levinas). Maar daar kom ik nog wel eens op terug.

Dit existentialisme is per definitie moeilijk te verenigen met wetenschappelijke uitgangspunten waarin wordt gezocht naar menselijke algemeenheden en patronen. Het kan boeiende hypotheses opleveren, maar wanneer dit proefondervindelijk moet worden geverifieerd of gefalsifieerd dan komt er een probleem omdat het algemene voorkomen wordt gezien als een bevestiging van de theorie.

Dat is ook de moeilijkheid die ik ondervind in het schrijven over zijn en hebben.

Om erover te kunnen schrijven en mijn lezers mee te nemen in mijn gedachten, moet ik gebruik maken van algemeenheden en herkenbaarheden.

Je zou kunnen zeggen dat de ontdekkingen vanuit de bijzonderheden in de individuele ervaring worden geinduceerd tot algemeenheden/herkenbaarheden, die vervolgens weer worden toegepast in de deductie naar andere persoonlijke situaties. Dit is existentialistisch gezien altijd een spannend proces omdat de menselijke algemeenheden wel kunnen worden toegepast op anderen, maar het unieke van elk mens nooit via de weg van deductie kan worden gevonden.

En dat is nu precies het handicap van van de psychologie. En dat hoeft geen probleem te worden als dit maar wordt herkend en wordt toegepast.

En dat spanningsveld wordt mij duidelijk als ik Maslow lees. Hij heeft het lef om te breken met de eenzijde (beperkende) deductieve manier van psychologiseren, maar begeeft zich dan op een spannend terrein. Hij doet baanbrekende ontdekkingen en merkt daarbij ook dat we de kaders moeten verbreden om verder te komen in de psychologie. Hierbij noemt hij in zijn Apendix 1 ook de spanningen die het oplevert met de gangbare wetenschapelijke consensus. Maar ik ben met Maslow eens dat vooruitstrevende en verantwoordelijke wetenschap zich juist hierdoor uitdagen, zodat het theorieen worden ontwikkeld die rekening houden met menselijke bijzonderheden.

De mens rechtdoen in zijn uniciteit lijkt me een ethisch uitgangspunt voor goede psychologie. Dat is er ook een bewustwording van de grenzen van algemeniserende wetenschap en wordt de mens erkend in zijn uniciteit. Of misschien beter gezegd: De mens rechtdoen in zijn uniciteit lijkt me een ethisch uitganspunt (en voortdurende bezigheid) voor een goede psycholoog en alle anderen mensen die met mensen omgaan.

Deze ethische houding zouden we tegenwoordig ook kunnen toepassen op de reductionistische tendensen in de bio-psychologie, maar ook de persoonlijkheidstheorieen zoals de Big Five (Myers Briggs, Disk, Enneagram etc.).

Zo kom ik weer terecht bij een belangrijk motto van mezelf. Een houding waarin ‘goede ethiek’ als uitgangspunt wordt genomen, leidt (bijna vanzelf) tot een goede omgang met mens (en schepping) en zal ook uiterst effectief blijken te zijn als het gaat om menselijke groei en ontwikkeling.

Read Full Post »

Ondanks mijn eerder geuitte irritatie is deze zelfactualiserende mens toch een boeiend ideaal van Maslow, wat mij verder kan helpen bij een verduidelijking van mijn eigen gedachten. Daarnaast zie ik ook heilzame factoren voor mijn persoonlijke ontwikkeling, wanneer ik dit plaats in een ruimer kader van menswaardigheid en religieuziteit.

Ik wil alvast een beetje verkennen wat Maslow heeft gezegd over gezonde religie. Dat komt namelijk erg in de buurt van de theologische gedachten van mensen die zich “post-christelijk” en “religieus zonder religie” noemen. Vooral de laatste term past heel goed bij Maslow. De mens heeft onmiskenbaar religieuze functies – heeft Maslow ontdekt – maar moet voorzichtig zijn met een religie die autoritair is en de persoonlijke groei belemmert.

“Gezonde religie is gericht op menselijke groei en op volkomen respectable natuurlijke betekenissen (zoals in Fromm’s geschriften – volgens Maslow) maar in handen van een anti-intellectuele kerk zal neigen tot blind geloof, soms zelfs geloof in “wat je weet dat niet zo is”. Het heeft de neiging onvoorwaardelijke gehooraamheid te worden en onwankelbare trouw aan wat dan ook” (religie en topervaring p.23)

Dat wetenschap zich beperkt tot de “de sfeer van het hebben” is begrijpelijk als je bedenkt dat het een gesubsidieerde activiteit is binnen maatschappelijke sferen met de daarvoor geldende afspraken. Maar als religie zich ook tot deze sfeer beperkt, raakt het in de problemen die Maslow op een treffende manier aanwijst. Religieuze mensen kan je maar tot op zekere hoogte aan afspraken houden als het gaat om orde en positieve maatschappelijke betrokkenheid. Gek genoeg zitten er bijvoorbeeld in het joods-christelijk geloof juist waarden die dit zullen ondersteunen en kunnen inspireren (zoals: geloof, hoop en liefde). Verder is de religieuze “functie” vooral ook een prive aangelegenheid in kleinere kring waarin juist individuele verschillen mogen bestaan. De religieuze functie functioneert zo in een ruimer kader dan wetenschap.

Hier probeert Maslow recht aan te doen met behulp van een existentieel humanistisch kader door voor te stellen dat zowel wetenschap als godsdienst elkaar nodig hebben om verder te komen.

Daarin lijkt hij toch voorbij de sfeer van het hebben te komen tot een besef dat er meer is dan theorie en denken. De sfeer van het Zijn. Maar anders dan zijn maatjes Fromm (waarden) en Frankl (zingeving), blijft het begrip voor Maslow een grote nadruk houden (R&T, p.11) . Maar dan wel een begrip ten dienste van de menselijke groei. En wie kan daar nu tegen zijn..

Read Full Post »

Excuus voor mijn soms moeilijk te lezen blogs. Daarom heb ik het 2 maanden even gelaten voor wat het was. Ik heb mij bezonnen hoe ik inzichtelijker mijn gedachten over ‘zijn&hebben’ kan verwoorden. Ik vind het dan ook onvoorstelbaar dat sommige blog’s wel 64 hits hebben en er bijna geen dag voorbij gaat zonder bezoekers op mijn blog. De reacties blijven nog wat uit, dus ik wil je aanmoedigen om gerust te reageren op mijn blogs. Zichtbare reacties hier zijn natuurlijk erg welkom, maar onzichtbaar mailen mag ook. Of het nu aanvullingen zijn of vragen, bijna alles is welkom. Er bestaan geen domme vragen bij mij, want ik besef maar al te goed mijn onvermogen om mijn beleving inzichtelijk te maken voor anderen. Daarvoor kan ik altijd wel hulp gebruiken van een kritische lezer. Ik hoop op je hulp. Ik probeer wat met je opmerkingen te doen, al is het mij deze keer niet gelukt om mijn blog kort te houden (sorry GJ). Maar volgens mij is deze alweer een stap verder in de richting van mededeelbaarheid =)

Op dit moment ben ik bezig met het opfrissen van mijn Abraham Maslow kennis. Hij is immers enorm geinspireerd door existentialistische filosofie.

piramide van Maslow Hij is als psycholoog vooral bekend geworden met zijn behoefte-piramide. Een theorie die nog steeds veel wordt toegepast ondanks de geringe onderbouwing vanuit onderzoek =)
http://www.over-maslow.com

Als psycholoog is hij ook bekend als gangmaker van de humanistische psychologie die zich vooral richt op het terrein de menselijke mogelijkheden. Een stroming die in de VS werd gevestigd met mensen als Maslow, Fromm, Rogers, Frankl etc http://nl.wikipedia.org/wiki/Humanistische_psychologie

En ik had me nog zo voorgenomen om niet uit te wijden over achtergronden en namen… Ik ellendig ‘onbegrensd’ mens wie zal mij verlossen… =)

Voor “Z&H” is Maslow een interessant man omdat hij als een van de grondleggers van de humanistische psychologie ons een jargon aanreikt waarmee ons thema van “zijn en hebben” kan worden verduidelijkt. Hij reikt niet alleen een psychologisch jargon aan om dit te verhelderen, hij maakt het ook nog eens tot een praktisch psychologisch ontwikkelingsmodel. In Maslow’s boek “psychologie van het menselijk zijn” werkt hij dit uit. Natuurlijk wil ik dit niet onkritisch overnemen, want ik zie ook beperkingen in zijn theorie. Maar dat neemt niet weg dat Maslow een praktische bijdrage levert om mijn gedachten over “zijn en hebben” in herkenbare “sferen” te brengen.

In de volgende blogs wil ik dit eens gaan verkennen.

Al in het eerste hoofdstuk erkent Maslow zijn schatplichtigheid aan de existentialisten. Kierkegaard’s journals staan vermeld in de literatuurlijst en verder baseert hij zich vooral op Colin Wilson en neemt hij ook enkele boeiende conclusies van hem over in zijn evaluatie van de existentialisten. De ja-zeggende en de nee-zegende existentialisten (doet me denken aan Buber). Daar hebben we het later nog over.

Om even een kort door de bocht vooruitblik te geven:

Maslow komt in het boek tot 2 vormen van kennis. Hij maakt onderscheid tussen:
– D-kennen: komt voort uit deficiëntie. Dit is kennis vanuit de ervaring van tekort hebben aan…(vgl. ‘nood’)
– Z-kennen: komt voort uit Zijn (…) en vindt plaats vanuit de ervaring van vervulling…

Daaraan vast koppelt Maslow ook D-liefde en Z-liefde. De D-liefde komt voort uit een tekort en is gericht op wat ik aan de ander kan beleven en van de ander kan krijgen. Z-liefde komt voort uit mijn vervulling en mijn extase en is daadwerkelijk gericht op de ander.

Dit is te vergelijken met het aloude bijbelse onderscheid tussen filios (D-liefde) en agape (Z-liefde). Hierbij is de filios meer ‘genegenheid’ en de agape meer ‘Goddelijke gevende liefde’.

Om alvast even een voorzichtige koppeling te maken met Z&H. In de sfeer van het ‘hebben’ (H-sfeer =), heeft de de D-liefde een primaire plaats. Mijn verlangen om te hebben komt immers voort uit mijn tekort. Zo begint de baby ook aan het leven. Het krijgt dorst, honger en gemis aan de veilige baarmoeder, dus het verlangt naar drinken, eten en de nabijheid/veiligheid van de verzorgster. Dit staat centraal in “de sfeer van het hebben”. Daar zal ook Maslow’s piramide uit voortkomen.

De omslag die ik heb gesignaleerd, is de omslag in het besef dat dit hebben mij niet langer kan vervullen en ik ervaar dat ik meer ben dan alles wat ik heb aan bezit maar ook aan immateriële ‘zaken’ zoals kennis, pijn, verdriet, negatieve ervaringen, geluk etc. Dan helpt het mij niet om mezelf te blijven richten met mijn d-liefde in de sfeer van het hebben. Ik blijf zoeken (tot verslaving aan toe) in de sfeer van het hebben of stel mij vervolgens gerust met mijn onvervulling. Een derde weg kan zijn een keuze voor een religieuze richting naar ‘iets of iemand’ die ons wel kan vervullen. Maar zelfs op deze derde weg kon de franse natuurkundige en filosoof Blaise Pascal niet zonder de ‘verstrooiing’. We worden immers hoe-dan-ook weer teruggeworpen in de sfeer van het hebben.

In termen van de existentialisten heet dit moment van verheffing, “transcenderen” (Marcel) of “Zijnservaring” (Heidegger). Bij Maslow komt de term “topervaring” in beeld als hij het heeft over deze zelfoverstijgende ervaring.

Omdat filosofie zich voor mij vaak teveel in abstracties uitdrukt en daarom ook vaak moeilijk is te begrijpen/herkennen en te communiceren, maak ik hier dankbaar gebruik van Maslow’s benadering in een meer psychologisch kader. Met het jargon van Maslow hoop ik meer woorden en vergelijkingen te kunnen geven uit onze mededeelbare praktijk.

Maslow daagt zijn lezer uit om het volgende te bedenken bij “topervaring”. Hij stelt deze vraag bij een van zijn onderzoeken.

Ik daag jullie uit om stil te staan bij deze ervaring:

“Ik zou graag willen dat u eens nadacht over de wonderbaarlijkste ervaring of ervaringen uit uw leven; de gelukkigste momenten, extatische ogenblikken, momenten van verrukking, misschien van verliefd zijn of van naar muziek luisteren of een plotseling “getroffen worde’ door een boek of een schilderij, of een of ander groots creatief ogenblik. Schrijf deze eerst allemaal op. en probeer mij dan te vertellen hoe u zich voelde op dergelijke intense ogenblikken, hoe dat verschilde van de manier waarop u zich anders voelt, hoe u op dat moment als persoon anders was dan anders.”

piramidemaslovMaslow ontdekt dat mensen die deze ervaringen beschreven en regelmatig meemaakten in hun leven, een andere vorm van kennis en behoeftepatroon hadden. Mensen uit zijn onderzoek die tot deze ervaring konden komen werden daarin niet langer belemmerd en geblokkeerd. Het is deze ervaring waarin de mens komt tot een andere manier van kennen. Een kennen die niet alleen is gericht op de eigen behoeften. Dat noemt hij het “Z-kennen”. Varianten die Maslow noemt van topervaring zijn: ouder-ervaring (ouder-kind-liefde), mystieke of oceanische of natuur-ervaring, de esthetische waarneming, het creatieve moment, het therapeutische of intellectueel inzicht, de orgastische ervaring, bepaalde vormen van atletische vervulling. Momenten van hoogste geluk en vervulling.

Zo komt hij ook tot het begrip “zelfactualisering”. De zelfactualiserende persoon is het ideaal in Maslow’s psychologie. De weg naar zelfactualisatie is gericht op menselijke mogelijkheden en minder op menselijke onmogelijkheden (zoals in het medisch/ziekte model) Dat de benadering van Maslow weer actueel is voor mij, komt door mijn existentialistische interesse en mijn actuele interesse in de kortdurende oplossingsgerichte therapie (KOT). Een benadering die op dit moment erg ‘hot’ en effectief is bij RIAGG’s en bij maatschappelijk werkers en die met hun uitgangspunten teruggrijpt op ontdekkingen van Maslow.

De benadering die ik hier “zijn en hebben” noem, kan goed vergeleken worden met deze benadering van Maslow. Op psychologisch niveau zie ik veel overeenkomsten.

Zo zou ik hier kunnen zeggen dat de ervaring van “hebben naar zijn” bijna overeenkomt met de overgang van D-kennen naar Z-kennen. Niet langer eigen behoefte staan centraal, maar er is een bepaalde zelfoverstijging door het besef van vervulling waardoor er een zelfoverstijgende ruimte wordt beleefd en waarin de eigen behoeften niet meer richtinggevend zijn. De ouder-kind liefde is hierbij een illustrerend voorbeeld.

Maar als ik scherp wil zijn, dan moet ik toch zeggen dat het moment van hebben naar zijn eigenlijk pas kan komen na de topervaring zoals Maslow deze beschrijft. In de topervaring beleef ik de vervulling, maar pas daarna kan ik beleven dat deze ervaring mij niet (blijvend) kan vervullen. Ik groei er weer bovenuit. In een aangename ervaring zal ik deze beleving “ruimte” noemen en in een niet-aangename ervaring noem ik dit eerder “leegte” of misschien wel eenzaamheid. Ook de moederliefde zal in zijn gevende vorm weer moeten ‘beseffen’ dat er geen symbiose bestaat (of kan blijven bestaan) en het kind is gediend met een losmaking tot zelfstandigheid. Maar dat neemt het moment van de top-ervaring niet weg. Binnen het kader van Maslow zou je kunnen zeggen dat de Z-liefde pas kan beginnen na een top-ervaring. Vanuit je eigen volheid ga je uitdelen…

Ik wil deze gedachte van Maslow verder verkennen om tot concretisering te komen, maar ik besef nu ook al dat we telkens weer bij de grenzen zullen komen van psychologie en existentie. Dat maakt het ook zo boeiend voor mij. Psychologie is immers nog altijd een “logie” waarin het begrijpen van belang is. Existentie is per definitie een loslaten/relativeren van dit begrijpen en de overstap maken naar het ruimere kader van de ervaring. Maar het loslaten kan niet plaatsvinden als je niet eerst iets vasthoudt. Dat is nu precies waar de uitspraak naar verwijst: “je kan niet zijn zonder te hebben”. De weg naar het zijn loopt in mijn ervaring via hebben en dat maakt de benadering van Maslow voor mij zeer boeiend. Als psycholoog verkent hij dit hebben tot het uiterste.

Hoewel Maslow – voor zover ik weet – bij het schrijven van het boek niet-religieus meer is, krijg ik toch de indruk dat zijn Joodse achtergrond een rol speelt als hij deze topervaringen een ‘bijna-religieuze’ duiding geeft. Maar als humanist doet hij zijn best om binnen de grens van de psychologie te blijven. Immers als hij komt in de sfeer van ervaring die ons begrip te boven gaat, zou hij ook uit de psychologie stappen en daarmee misschien ook buiten het kader van zijn onderzoek. Toch is dat wel de “topervaring” zoals ik hem zie. De topervaring kan (achteraf) nog wel met psychologische termen beschreven worden, maar gaat zelf de psychologische kaders te buiten in de ruimere ervaring. In deze ruimere ervaring kan ik ook mijn verwondering beleven en kan ook mijn religieuze aanbidding een plaats krijgen. Omdat datgene wat we hebben ons niet kan vervullen is er een aanleiding om te komen tot degene die ons wel kan vervullen. Marcel noemt dit het moment van inkeer.

Maar de natuur/schepping dan? hoor ik een goede vriendin al tegen mij zeggen. “De natuur kan mij immers met ontzag vervullen!” De ervaring van ontzag kan tijdens de beleving van de grootsheid van de natuur/schepping klaarblijkelijk ontstaan. Dit herken ik. Toch denk ik dat de natuur mij als persoon mij niet kan vervullen. Voor sommigen kan in de ervaring de natuur immers ook vereenzamen omdat er geen persoonlijkheid in wordt beleefd. De natuur is geen persoon en kan ons niet vervullen in onze eigen persoonlijkheid. We ervaren dan geen begrip of onze mogelijkheid om begrip te projecteren… (zoals sommige mensen dit bij dieren doen) De natuur/schepping kan voor ons wel verwijzen naar de Schepper die zich in de schepping “uitdrukt” (als expressie) en zo zichzelf aan ons laat zien. Dit ervaren sommigen op momenten.
Ook kan zelfs een grote liefde ons niet blijvend vervullen omdat na de ervaring van eenwording meestal ook weer ons oog wordt gericht op het verschil en de grens tussen mij en mijn geliefde. Misschien is God degene die het meeste aanspraak zou kunnen maken op vervulling. Ook al kan er dan de ervaring zijn van het verschil en de grens tussen God en de mens.

De incarnatie van God in Jezus Christus is hierbij een tegemoetkoming. Daarin wordt dit verschil overbrugd. Jezus Christus heeft – volgens de bijbel – onze zwakheden, pijn, onrecht en zonden “op zich” genomen. Hij heeft zich vereenzelvigd met ons, zodat we nooit eenzaam hoeven te zijn omdat hij overal is geweest (Ps 139:7,8; Ef 4:9ev.). God wil ons in Hem accepteren en zien. Hij moet dan wel meer zijn dan wij zijn. Wij kunnen in Hem “verdwijnen” of beter gezegd “volledig inpassen”.

Ook de Z-liefde van Maslow krijgt een ruimer kader als we daar religieuze noties bij betrekken als “het overvloedige leven”. Jezus voorspelt dit in Joh 10:10 (NBG) leven en overvloed (en ook in Rom 5:17). Hij vult ons met zijn leven en wij mogen daarin overvloeien is de metafoor. In 2Kor8:14 zie je een mooie uitwerking van de Z-liefde die de D-liefde vervult. Mensen geven uit hun overvloed aan de anderen die in nood zijn.

Daarin heb ik nog geen goede toepassing bij Maslow gevonden, die ik wel bij Gabriel Marcel vind als hij het heeft over “van zijn terug naar hebben gaan”. In de beleving van vervulling mogen we in de sfeer van het hebben (de D-liefde) weer anderen in onze omgeving dienen.

Ten slotte moet ik ook nog even een lichte irritatie kwijt over de zelfactualiserende persoon. In mijn beleving kan dit nooit een definitief stadium zijn waarin de persoon zichzelf genoeg is. Dat is mij te onthecht en te solistisch. Dit ken ik niet uit mijn ervaring en niet uit de ervaring van grote helden in de geschiedenis. Zelfs van moeder Theresa zijn onlangs haar diepe twijfels bekend geworden in haar brieven.

In mijn beleving meen ik soms Z-liefde te ervaren, maar vooral ook veel D-liefde. Dan kan het een topervaring zijn wanneer anderen met hun Z-liefde mijn nood (D-liefde) kunnen lenigen (2 Kor 8:14) Liefde kan immers nooit op zichzelf staan. Dit lees ik in de bijbel en is volgens mij een verruimend en dienend kader voor Maslow’s boeiende inzichten en ontdekkingen.

Wanneer een zelfactualiserend persoon van de 1 op de andere dag in een rolstoel belandt, zal hij ook veel nood beleven, waarbij hij mag hopen op genoeg Z- of D-liefde van de mensen om hem heen. Volgens mij zijn we allemaal soms de gever en soms de ontvanger.

Maar het kan zijn dat ik Maslow tekort doe en dat is niet mijn bedoeling. Dat hoor ik dan graag…

Read Full Post »