Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘geloof’ Category

Door mijn overdenkingen van Maslow en mijn reactie daarop krijg ik opeens ook weer meer zicht en betere woorden om iets te roepen over mijn motivatie voor dit project van zijn&hebben. Als ik dit hier wil delen, zal ik een stap moeten zetten om meer te laten zien uit de context van mijn persoonlijke ontwikkeling. Daar komtie dan…

Deze zijn&hebben-blog is eigenlijk het gevolg van een crisis die ik heb ervaren in mijn denken en mijn voelen. Er is een periode in mijn leven geweest waarin ik denken en voelen aardig in balans had. Ik was toen 6 jaar (grapje=) Toen kwam er een periode waarin ik nadrukkelijk gevoelsgericht werd. Ik wilde dingen voelen en beleven die ik daarvoor nog niet had beleeft. Het ging mij toen om de “kick”. Toen kreeg ik een ervaring waardoor ik schrok van deze levenshouding. Deze ervaring bracht mij er ook toe om meer mijn heil te zoeken in rationaleit. Ik verdiepte mij in een breed veld van theoretische lectuur om maar meer grip te krijgen op de werkelijk om mij heen en in mijzelf. Ik hoopte dat dit mij gerust zou stellen en mij zou leiden naar innerlijke vrede of op zijn minst een leefbare balans.

Ook dit ging naar verloop van tijd een eigen leven leiden, zodat ik moest constateren dat mijn gevoelsleven wel erg achterbleef in mijn ervaring van de werkelijkheid. Het leek wel alsof het eerst door mijn denken moest worden gefilterd zodat ik daarna nog een vleugje emotie kon meemaken.

Toen ik hier last van kreeg, las ik veel over integratie van verstand en gevoel. Dit klinkt nuttig, maar zolang ik dit bleef lezen, zat ik nog in mijn hoofd. Maar ik voelde ergens wel dat ik een bepaalde kant op moest. Ik las bij de mensen hier uit het rechterrijtje en vond daar veel inspiratie. Soms had ik echt een aha-erlebnis en brak er iets van licht door waarin ik de integratie tussen verstand en gevoel kon beleven.

Dit proces is nog steeds in volle gang, maar ik krijg hierbij meer behoefte om mijn ontdekkingen te delen. Mijn uitdaging van deze site is om mijn individuele ervaring herkenbaar te maken voor lezers. Ik weet dat ik daar vaak niet in zal slagen. Maar ik hoop dat “jij” als lezer blijft proberen en blijft schakelen tussen je “begrip van de tekst” en de “herkenning in je ervaring“. Volgens mij is dit de enige weg om mij te kunnen volgen. Als dat al zou lukken.

Dit bedoel ik niet elitair. Het gaat niet om slimmer of meer kennis. De uitdaging hierin zie ik vooral ik het gegeven dat het een persoonlijk proces is wat ik hier in algemene, herkenbare termen wil delen. Het spijt me als ik projecteer en je daarmee onrecht aandoe, maar dit spanningsveld zal toch wel in meer of mindere mate herkenbaar zijn voor “jou” als lezer.

Mijn weg om mijn verstand en mijn gevoel te integreren is de weg van “de ervaring” geweest. De ervaring is immers normaliter het voorste treintje en de gevoelens en de gedachten kunnen daar als wagonnetjes achteraan komen. De RET-psychologie maakt hier handig gebruik van. Wanneer mijn gevoel het wagonnetje achter het treintje is en waarachter het wagonnetje van het denken hangt, wordt het een losgeslagen bende. Dan kan ik bijvoorbeeld mij door mijn angst laten leiden en angstige gedachten ontwikkelen en mij laten beperken. Of in mijn boosheid boze plannen maken en anderen geweld aandoen. Maar wanneer mijn verstand het voorste treintje is dan kan het weer een overgecontroleerde saaie boel worden waarin het signaal van het gevoel niet wordt gehoord. Een mooi voorbeeld lijkt me de filosoof Friedrich Nietzsche. Hij heeft zich ook geergerd aan de overgecontroleerde (vaak christelijke) opvattingen van de werkelijkheid. Deze waren in zijn tijd dominant aanwezig. Hij koos voor de extase (Dionysius) als vlucht uit deze nauwe misleidende werkelijkheid om uiteindelijk te komen tot een herwaardering van alle waarden. Daarin lijkt hij niet geslaagd in zijn leven. Er gaan verhalen dat hij eindigde met wanhoop en waanzin.

De weg die mij tot nu toe heeft geholpen is de weg van de ervaring. Dat vond ik best een spannende weg, want hoe kan ik nu alleen op mijn ervaring vertrouwen. Dat kan omdat ik ook besef dat er meer is dan wat ik hier-en-nu ervaar. Ik heb ook deze ervaring die de geldigheid van mijn ervaring relativeert. Dwz als ik iets niet ervaar, dan betekent dit nog niet dat het er ook werkelijk niet is. Dit heb ik al als baby ervaren, toen mijn moeder mij in mijn bedje achterliet om mij te laten slapen.

En zo komen we eigenlijk via de weg van ervaring uit bij de noodzakelijkheid van vertrouwen of geloven. Dit doen we al op een niet religieuze manier in onze vroege kinderjaren. Erikson ziet het zelfs als bouwsteen voor en gezonde ontwikkeling. Het begint met vertrouwen en pas laten komt het wantrouwen als er aanleiding toe is.

De weg van de ervaring komen we in de filosofie tegen bij existentialisten, fenomenologen en hermeneutische denkers oa. In de psychologie kom ik de tegen in de humanistische psychologie, in de gestalttheorie en in de hedendaagse ervaringsgerichte theorie.

Bij Marcel en bij Kierkegaard ontdekte ik echter de waarde van “de verhouding”. Ik ben geen willoos slachtoffer van wat ik denk en wat ik voel. Zelfs ben ik geen slachtoffer van wat ik ervaar. Ik kan tot een besef komen en kan vervolgens kiezen wat ik ermee ga doen. Dat noemen we verantwoordelijkheid. Dit is wat ik hier op mijn blog probeer te delen. Het “ik” transcendeert ‘voorbij’ het denken en het voelen in de ervaring, zodat we in onze ervaring tot de verhouding komen met datgene wat we hebben (aan denken, gevoelens en ander bezit)

Tijdens mijn religieuze zoektocht heb ik ontdekt dat de bijbel daarin een aansprekelijk boek is. Via Abraham Joshua Heschel kreeg ik een ander zicht op dit aloude boek. Daar las ik over het bijbelse situationele denken ten opzichte van het meer Griekse conceptionele denken. Daar las ik over de verwondering die niet betekent een uitschakeling van het verstand, maar een ingeschakeld verstand die moet erkennen dat God hem te boven gaat. Dit is voor mij ook het ruimere kader geworden om naar het Nieuwe Testament te kijken en daar te ontdekken dat dit bij de Apostelen niet anders is.

De bijbel werd voor mij nog indrukwekkender toen ik het uit de context haalde van “gangbare” meningen en dogma’s en zo kwam tot een individuele beleving van de bijbel (1Joh2:27). Dit heeft me diverse top-ervaringen opgeleverd.

Zo ontdekte ik dat bijvoorbeeld Apostel Paulus volgens eigen zeggen en volgens anderen (bijvoorbeeld Petrus en Lucas) niet alles had bedacht maar alles had ervaren. Ook wilde hij geen leer wilde geven die knellend zou zijn, maar iets wat juist ruimte zou maken. Dit zou de liefde van God zijn die uitwerkt in de liefde voor elkaar.

In de tekst ontdekte ik steeds meer dat ook bij Paulus de ervaring voorop stond en dat deze hem op de een of andere manier overtuigde. In deze ervaring was ook het vertrouwen werkzaam als ontvankelijkheid voor de dingen van God. Dit noemde of herkende hij achteraf pas als de Heilige Geest, niet vooraf. Ook bij de apostel Johannes herken ik deze gerichtheid op de ervaring. De ervaring komt tot ons via de zintuigen (1Joh1), maar kan heel goed in tweede instantie zijn uit een getuigenis van een ooggetuige (Joh17:20). Deze ervaring vond ik niet vreemd. De rechter in onze rechtbank, beoordeelt immers ook op grond van getuigenissen of iets waar of niet waar is. Het hangt er dan wel vanaf of deze getuigenissen worden ondersteund en of ze betrouwbaar zijn. Hij was er zelf niet bij. Hij laat er geen formules en causaliteit op los. Het sterkst spreekt een getuigenis die een betrouwbare/geloofwaardige indruk wekt.

Toen ik de bijbel ging beleven en ook iets van God door de tekst ging zien. Veranderde ik in mijn denken. Ik ervoer meer liefde, betrokkenheid en kreeg meer oog voor het wonder. Volgens mij waren deze drie nodig om tot een relativering te komen van menselijke wetenschappelijke theorie. Ik kreeg minder moeite met paradoxen tussen wetenschappelijke verhalen en de verhalen die ik in de bijbel las. Zij kwamen op verschillende niveau’s bij me binnen. Misschien wel omdat mijn Godservaring een meer directe ervaring was dan de onpersoonlijke theorieen die ik tot dan toe had aangehangen. Het besef van het wonder – wat voor mij ook verassing en openheid betekent – is voor mij misschien wel het besef geweest wat mij losweekte van mijn gedachten waarin wetten van (gesloten) causaliteit tot dan toe dominant waren. Dit kon voor mij niet langer de basis zijn. Dit begon ik teveel als een constructie te zien. Misschien niet in de werklijkheid buiten mijzelf, maar wel binnen mij. Het is de volle ervaring die voorop gaat en waarin ook het wonder wordt beleeft in openheid voor datgene wat mijn verstand te boven gaat. Mijn verstand volgt op korte afstand en maakt (re)constructies. Dit is natuurlijk niet zo absoluut als ik hier verwoord. In de hermeneutische cirkel nemen wij onze gedachten ook weer mee om onze aandacht te richten en wordt onze ervaring ook daardoor gekleurd.

Filosofisch komt dit dicht bij fenomenologische gedachten van Heidegger en zijn leermeester Husserl en de hermeneutici als Dilthey en Gadamer, waar ook de leercirkel van Kolb is afgeleid.

In de bijbel vind ik herkenning als het gaat om verandering van denken (Rom 12), ontzag wat vooraf gaat aan wijsheid (Spr 1 etc) . Denken is in de bijbel van groot belang, maar de houding die daaraan vooraf gaat is niet minder belangrijk. Dit kom ik ook weer tegen bij Levinas. Voor ons begrijpen – wat beheersen is – gaat het stichten van een societeit vooraf. Daarin speelt de ethiek een belangrijke normerende rol om ons destructieve neigingen in te perken. Ethiek is optiek, aldus Levinas.

Globaal komt eigenlijk mijn hele proces neer op de ontdekking van de “pre-rationele” ervaring. De aanvliegroutes waren filosofisch, religieus en psychologisch… maar moest ik in de terugweg naar de pre-rationele ervaring achter me laten. Zo werd het misschien ook wel weer een post-rationele ervaring.

Het is deze basale ervaring die ik wil delen omdat ik de indruk heb dat het leven hierdoor veelkleuriger is geworden en ik ook meer in het hier en nu kan blijven. Daar kom ik ook de liefde tegen.  Deze verrijking wil ik niet alleen voor mezelf houden.

Al is het maar om mij daarin minder eenzaam te voelen =)

Want wat is nu verrijking als we het ook niet kunnen delen. Juist deze deelbaarheid is datgene wat de bijbel omschrijft als liefde, of verbondenheid of de wat oudere term gemeenschap. Een liefde die we kunnen ontdekken in de persoon van Jezus. Hij noemt ons vrienden omdat Hij alles met ons deelde. Hij gaf ons zijn leven (1Joh3:16)

We hebben nu een meer filosofische benadering gehad in mijn eerste blogs. We zijn nu begonnen aan een meer psychologische terreinverkenning. Via Maslow komen we dan uit bij de Gestalttheorie van Perls en de zijnen. Voor meer gedachten over geloof en denken verwijs ik graag naar mijn blog http://gelovigdenken.wordpress.com

Read Full Post »

Zo wil ik evalueren dat Maslow zeer behulpzaam is als het gaat om ons bewust te worden van de grenzen van de gangbare psychologie (toen en nu). Ook laat hij ons zien dat de mens zichzelf in de zelf-actualisatie kan overtreffen vanuit d-behoeften naar de z-behoeften, waarin het in staat is om onvoorwaardelijke liefde voor anderen te ontwikkelen.

Dit laatste lijkt me zeer pretentieus, maar op zijn minst kunnen we zien dat de mens in verhouding staat tot zijn d-behoeften en kan kiezen om niet zijn tekort aan te vullen, maar kan kiezen voor het aanvullen van het tekort van de ander (z-liefde).

In hoeverre dit onvoorwaardelijk blijkt te zijn, lijkt me moeilijk te doorgronden, maar dat het een vorm is van “in verhouding staan tot zichzelf”, lijkt me zeer aannemelijk gemaakt. Zo ook de keuze die in verantwoordelijkheid daarop volgt.

En dat is precies wat ik hier met veel onnavolgbare gedachten wil delen. Het onbewuste hebben, kan via de inkeer leiden tot een bewust hebben waarmee het “ik” in relatie komt te staan met het eigen hebben. Dit “ik” is niet te herleiden tot dit hebben en beleeft daarin zijn persoonlijk zijn.

Dat Maslow hierbij de “ervaring van ik-loosheid” als kenmerk ziet van een zelfactualiserend persoon is merkwaardig te noemen. Het lijkt me een constructie die niet in balans wordt gebracht met de terugkeer in de ik-ervaring. Dit herken ik niet in mijn beleving. Of ik ben te weinig zelfactualiserend of Maslow laat iets na. Ik kan dit nu niet anders zien dan een eenzijdigheid.

De ik-loosheid kan optreden wanneer ik opga in mijn ervaring (beeld, audio etc) wordt in de gestalt confluentie genoemd. Het is een ervaring van grenzeloosheid. Misschien dat ik daarin zo opga dat ik mijn “ik” niet meer ervaar, maar dan dreigt de Cartiaanse val, omdat er voor een ervaring nog altijd een ik nodig is. Ik ben het immers die ervaar. Evenals bij Descartes een ik nodig is om te kunnen denken. “Ik besta dus ik denk.” Daarom lijkt het me niet alleen logisch, maar vooral ook rechtdoen aan een gedeelde ervaring dat we na deze confluentie ook weer een moment van afbakening zullen krijgen (deflectie).

Deze termen uit de gestalttheorie van Perls zijn daarbij wel behulpzaam. In de gestalttheorie blijft de mens een organisme die zich blijft kenmerken door polariteiten (confluentie en deflectie). En dan is het mogelijk om weer terug te keren vanuit de ervaring van confluentie (in denken en voelen) naar het “ik” die hiermee in verhouding staat in het hier-en-nu.

Maar dit is theorie en wat ik schrijf zijn maar woorden. Deze zijn slechts verwijzingen naar de realiteit die in het “hier-en-nu” zal moeten worden geleefd.

Dit vind ik een waardevol inzicht waaraan ik zou willen vasthouden, omdat mijn ervaring mij telkens weer opzadelt met deze polariteiten.

“Een uitdaging is niet hetzelfde als een botsing en uit elkaar gaan betekent niet een conflict. Het hoort bij de menselijke staat om in polariteiten te leven.

Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens”

http://home.versatel.nl/heschel/1%20Het%20zelfbewustzijn%20van%20het%20jodendom/16.htm

Read Full Post »

Abraham Maslow

Abraham Maslow

Door met Maslow mee te denken over het functioneren van onze behoeften krijg ik wat meer zicht op de psychologie van zijn en hebben. Zo wordt het voor mij iets concreter. Om me te ontwikkelen ‘moet’ wij ik voorbij onze lagere behoeften ook bezighouden met de hogere behoeften in de piramide. Zonder bevrediging van de lagere behoeften wordt dit moeilijk (onmogelijk?). Met een lege maag kunnen we ons moeilijk richten op sociale behoeften en de behoefte aan erkenning. Laat staan dat we dan ook in de hogere laag van de piramide kunnen komen tot topervaringen die ons brengen tot zelfactualisatie waarin we ook de ander kunnen zien en kunnen liefhebben (Z-liefde). Dit komt overeen met wat ik bedoel dat het zijn altijd via het hebben verloopt. Alleen bedoel ik dit breder dan alleen het terein van de behoeften.

Ook in de communicatie kunnen we ons zijn immers niet aan elkaar meedelen, als we niet ook zijn behebt met een lichaam die taal of gebaren kan produceren. Ook daarin is de waardering en gebruik van de sfeer van het hebben een voorwaarde om tot zijn en een gedeeld zijn te komen.

In het niet delen van ons zijn ervaren we onze individualiteit en onze eenzaamheid. Door dit te zien als noodzakelijke fase om te kunnen groeien als mens, kan de eenzaamheid worden beleefd als een zinvol alleen zijn.

De zogenaamde D-behoeften wijzen dus op ons tekort (deficientie) en vragen om vervulling. Daar komt ook onze D-liefde vandaan. Wanneer we als mens willen groeien naar een liefde die zich richt op de ander, de Z-liefde, dan zullen we in topervaringen onze vervulling beleven waardoor we beter in staat zijn om de ander te (voor)zien in zijn/haar behoeften en zo ook beter daarin te voorzien. Dat zegt Maslow…

Niet alleen vanuit de vervulling van het hebben, maar ook vanuit een onvervuld hebben, kan men volgens mij tot een gerichtheid op de ander komen als men af kan zien van de eigen behoefte-vervulling en kan kiezen om de ander in zijn behoefte te zien. De mens is immers niet altijd slaaf van zijn behoeften en staat er in verhouding mee. Daar ligt volgens mij een beslissend moment. Het besef dat ik in verhouding tot mijn behoeftes sta en in verhouding tot de ander, kan mij een stap verder brengen naar een ‘gezonde’ omgang met de ander. Kiezen voor de ander is dan afzien van mijn gerichtheid om te hebben. Dit vind dan plaats voorbij het hebben in de sfeer van mijn zijn waar ik mijn verhouding beleef tot mijn behoefte (en mezelf). Dan kan ik de vrijheid ervaren om te kiezen. Maar waarom zou ik kiezen voor de behoefte van de ander?

De gerichtheid op de ander kan ook ongereflecteerd zijn (zonder in de verhouding tot mijn gerichtheid te komen). Een ‘sub-assertief’ persoon is geneigd om voor de ander te zorgen vanuit een houding waarin geen keuzevrijheid wordt ervaren. Angst voor waardering of te trots en “flink moeten zijn” kunnen motieven zijn. Dat lijkt me niet de gezonde houding tot de ander. Als we ervan uitgaan dat de liefde deze vrijheid verondersteld, kunnen we deze ongereflecteerde keuze voor de behoefte van anderen ook niet als liefde benoemen. Ook al kan het wel heel lief zijn.

Zelfs wanneer we in de verhouding tot onszelf komen kan angst toch de doorslag geven om niet voor de ander maar voor onszelf te kiezen. Dat maakt dat zelfactualisatie nog niet vanzelf leidt tot “Z-liefde”. Misschien wel als we in alle behoeften zijn voorzien en er geen angst is die ons belemmerd. Maar sinds wanneer zijn we automatisch gericht op de ander als we zelf zijn voorzien? Sinds wanneer kunnen we volkomen vervuld zijn van erkenning zodat we niet langer erkenning zoeken, maar erkenning van de ander nastreven? Hier gaat wel een enorm positief mensbeeld aan vooraf. Komt zo de illusie dan toch weer door de achterdeur naar binnen bij Maslow. En verzuimt hij zo om af te dalen in de weerbarstige werkelijkheid waar mensen destructief zijn en elkaar geweld aandoen ook al zijn ze in alle behoeften voorzien (voor zover dat mogelijk is)

Dan zou de angst van de “jammerende Europese existentialisten” misschien toch weleens kunnen wijzen op een realistisch besef van de harde gebroken werkelijkheid waarin geweld en lijden een gegeven is. Dit heeft Maslow toch ook moeten zien in de 2de wereldoorlog.

Daarom wil ik in reactie op Maslow zeggen dat ik niet de zelfactualisatie als hoogste verdieping in de piramide zie, maar de vrije gerichtheid op de actualisatie van de ander. Dat vraagt om ethiek en relatie. Dit vind ik nog zeer gebrekkig aan bod komen bij Maslow.

Hierin ben ik niet origineel, want ook Levinas sprak al over “het humanisme van de ander” en ook Buber heeft de ik-jij-relatie al aan de orde gesteld. Maar anders dan Buber en Levinas, heeft Maslow toch meer de neiging om zich tegen een externe religieuze bron af te zetten. Hij is op zijn minst erg achterdochtig naar de belemmerde factoren van zo’n externe georganiseerde religie. Deze achterdocht herken ik ook bij Levinas, maar dan een achterdocht wanneer de religie (of ideologie) niet meer ten dienste staat van de ander met wie ik in een ethische verhouding sta.

Dit geeft voor mij aan dat er nooit alleen vanuit een behoeftetheorie een ideaal mensbeeld kan worden ontwikkeld. Maslow verwees ook al naar Erich Fromm en Victor Frankl die hem hebben aangevuld met respectievelijk ‘een kader van waarden’ en ‘een kader van zingeving’.

Maar dit heeft hem er toch niet toe gebracht om de zelfactualisatie in dienst te zetten van de zelfactualisatie van de ander. Hij blijft hiermee steken in de egologie (Levinas)

Wel bijzonder dat Fromm, Maslow en Frankl een Joodse achtergrond hebben en daarmee ook het voorrecht om te kunnen putten uit een vat van waarden die hun psychologie van de persoonlijke groei kunnen beinvloeden. Het is de Franse Jood Levinas die nog even een Joods tandje bijzet naar de ethiek van naastenliefde en de Duitse Jood Buber die daarvoor nog op het belang van de ik-jij-relatie wees. Daar zullen we het vast nog wel eens vaker over gaan hebben…

Read Full Post »

Ondanks mijn eerder geuitte irritatie is deze zelfactualiserende mens toch een boeiend ideaal van Maslow, wat mij verder kan helpen bij een verduidelijking van mijn eigen gedachten. Daarnaast zie ik ook heilzame factoren voor mijn persoonlijke ontwikkeling, wanneer ik dit plaats in een ruimer kader van menswaardigheid en religieuziteit.

Ik wil alvast een beetje verkennen wat Maslow heeft gezegd over gezonde religie. Dat komt namelijk erg in de buurt van de theologische gedachten van mensen die zich “post-christelijk” en “religieus zonder religie” noemen. Vooral de laatste term past heel goed bij Maslow. De mens heeft onmiskenbaar religieuze functies – heeft Maslow ontdekt – maar moet voorzichtig zijn met een religie die autoritair is en de persoonlijke groei belemmert.

“Gezonde religie is gericht op menselijke groei en op volkomen respectable natuurlijke betekenissen (zoals in Fromm’s geschriften – volgens Maslow) maar in handen van een anti-intellectuele kerk zal neigen tot blind geloof, soms zelfs geloof in “wat je weet dat niet zo is”. Het heeft de neiging onvoorwaardelijke gehooraamheid te worden en onwankelbare trouw aan wat dan ook” (religie en topervaring p.23)

Dat wetenschap zich beperkt tot de “de sfeer van het hebben” is begrijpelijk als je bedenkt dat het een gesubsidieerde activiteit is binnen maatschappelijke sferen met de daarvoor geldende afspraken. Maar als religie zich ook tot deze sfeer beperkt, raakt het in de problemen die Maslow op een treffende manier aanwijst. Religieuze mensen kan je maar tot op zekere hoogte aan afspraken houden als het gaat om orde en positieve maatschappelijke betrokkenheid. Gek genoeg zitten er bijvoorbeeld in het joods-christelijk geloof juist waarden die dit zullen ondersteunen en kunnen inspireren (zoals: geloof, hoop en liefde). Verder is de religieuze “functie” vooral ook een prive aangelegenheid in kleinere kring waarin juist individuele verschillen mogen bestaan. De religieuze functie functioneert zo in een ruimer kader dan wetenschap.

Hier probeert Maslow recht aan te doen met behulp van een existentieel humanistisch kader door voor te stellen dat zowel wetenschap als godsdienst elkaar nodig hebben om verder te komen.

Daarin lijkt hij toch voorbij de sfeer van het hebben te komen tot een besef dat er meer is dan theorie en denken. De sfeer van het Zijn. Maar anders dan zijn maatjes Fromm (waarden) en Frankl (zingeving), blijft het begrip voor Maslow een grote nadruk houden (R&T, p.11) . Maar dan wel een begrip ten dienste van de menselijke groei. En wie kan daar nu tegen zijn..

Read Full Post »

(een vervolg van mijn vorige blog, maar kan ook los gelezen kan worden)

Een interessant gedachte-experiment lijkt me om de behoefte-piramide van Maslow te vergelijken is met Kierkegaard’s 3 typeringen van de mens.

Dan zou de esthetische mens van Kierkegaard in de onderste regionen zitten van de piramide (zie schema beneden). Gericht op eigen genot en eigen behoeften. Misschien kan het ook nog wel verder opklimmen in de piramide, maar het zal altijd beperkt blijven tot de primaire drive van de eigen behoeften en het streven naar directe of indirecte bevrediging van eigen behoeften. De ethische mens van Kierkegaard zal wellicht beseffen dat dit streven on-ethisch is. Het zal vanuit schuldgevoel kunnen komen tot de zorg voor de behoefte van anderen. Maar of deze mens het stadium van zelfontwikkeling zal bereiken is nauwelijks denkbaar. Daarvoor wordt hij teveel door een zware last belemmerd. De religieuze mens bij Kierkegaard zal in staat zijn tot zelfontwikkeling. Deze mens beleeft zichzelf als uniek individu voor God en zal het eigen streven naar een hoge ethisch moraal en de ervaring van onvermogen daarin kunnen relativeren vanuit zijn Godsrelatie.

Ik krijg sterk de indruk dat Maslow Kierkegaard onder de nee-zeggende Europese existentialisten schaart. Deze existentialisten neemt hij niet te veel au serieux omdat ze blijven doorhameren op vrees, angst, wanhoop en al dat soort gevoelens. Waarvoor hun enige remedie schijnt te bestaan in maar doorzetten en volhouden. Ik ga verder met citeren: “Dit super-intelligente gejammer op kosmische schaal treedt op overal waar een bron van waarden niet of niet meer functioneert. Zij hadden van de psychotherapeuten moeten leren dat het verlies van illusies en het ontdekken van identiteit, hoe pijnlijk ook in het begin, uiteindelijk kan leiden tot een toestand van nieuwe levensmoed en grotere kracht. En de afwezigheid van iedere vermelding van top-ervaringen, van vreugde, van extase of zelfs maar van normaal geluk leidt natuurlijk tot sterke verdenking. De meeste mensen kennen en vreugde en tragiek, in wisselende proporties” (‘psychologie van het menselijk zijn’ p.26)

Ik wil de wetenschappelijke status van Maslow hier niet bij voorbaat al ondermijnen. Maar ik kan toch niet anders zeggen dat Maslow maar weinig van de “jammerende Europese existentialisten” heeft begrepen. Ik ben namelijk al vele topervaringen tegengekomen bij deze mensen, terwijl ik lang niet alles heb gelezen.

Neem Kierkegaard’s beschrijving van zijn extase in zijn gebed. Toen daarna een vlieg op zijn neus ging zitten en hij plotsklaps uit deze topervaring afdaalde naar de lagere regionen in de piramide, is dat voor mij een signaal dat “tragiek en vreugde” ook in het leven van Kierkegaard in wisselende proporties aanwezig waren.

Ook Marcel kende deze extase. Hij was een vervent pianospeler en kon opgaan tijdens het spelen en luisteren van de muziek van Mozart. Ook de beschrijving van zijn bekering op 40 jarige leeftijd komt op mij over als een topervaring. Een verheffende ervaring van vreugde gepaard gaand met een inzicht dat alles wat hij voorheen heeft gedacht op zijn plaats laat vallen.

Maslow had er goed aan gedaan om dit ook even mee te nemen in zijn evaluatie van de “jammerende Europese existentialisten”. Dan zou hij misschien anders hebben geevalueerd.

Dat een externe bron van waarden niet meer functioneert valt niet zomaar even te relativeren door je te richten op de menselijke mogelijkheden en de groei van je identiteit. Volgens mij blijf je dan teveel in de illusie steken dat de psychologie ons een genoegzaam wereldbeeld kan verstrekken, waarin onze zelfactualisering het hoogste doel is. Dat kan misschien een mooi psychologisch doel zijn, maar in de omgang met anderen en met vragen over leven en dood lijkt me dat een beperkte doelstelling. In de zelfactualisatie zullen we ook weer moeten afstemmen op externe waardebronnen die we nog steeds vertrouwen, ook al functioneren ze op bepaalde momenten niet adequaat. Dit hoeft niet aan de externe bronnen te liggen. Het kan ook aan onze interpretatie liggen en de bril waardoor wij met deze externe waardebron zijn omgegaan. Maslow’s raakt best een goed punt, maar werkt dit gebrekkig uit. Waarbij ik de indruk krijg dat hij met het kind ook het badwater weggooit, omdat het een belemmering zou zijn voor de eigen zelf-actualisatie. Dit was ook wel een trend bij de humanisten uit die tijd. Volgens mij moeten we soms worstelen en wanhopig zijn omdat we daar alle reden toe hebben. In deze worsteling kunnen we ook weer hoop ontwikkelen en nieuw zicht krijgen op externe waardebronnen, die ons leven kunnen verrijken.

Ik ben benieuwd hoe Maslow het menselijk geweten een plek geeft in zijn theorie. Zal dit dan ook een belemmering zijn voor de zelfactualiserende mens?

Het lijkt me een behoorlijk eenzijdig westerse mensopvatting gestimuleerd vanuit een welvaartdenken waarin het welbegrepen eigenbelang ook heilzaam kan zijn voor de medemens.

Maar goed. Maslow kan zich niet meer verdedigen dus ik zal hem met veel respect behandelen en afsluiten met de opmerking dat ondanks dit misverstand van Maslow er toch veel boeiende gedachten zijn te vinden bij Maslow.

Hij blijft voor mij 1 van de grootste psychologen allertijden omdat hij wel op zoek ging naar menswaardigheid en zijn theorie en therapie in dienst stelde om de mens te bevrijden tot een zelfactualiserend persoon

Read Full Post »

Als het om leermodellen gaat, heeft het model van Kolb nog steeds een praktische waarde. Dit model laat zien op welke manier mensen leren. Het gaat er van uit dat elk mens een persoonlijke leerstijl heeft. De een leert meer door zijn eigen ervaring te observen en de ander leert meer door de toepassing van richtlijnen. Dat heeft Kolb in schema gebracht. Elk mens heeft zo een eigen leerstijl. Ik heb dit schema veel gebruikt bij de begeleiding van studenten. Het heeft me geleerd dat niet iedereen dezelfde leerstijl heeft als ik. De een leert veel door het lezen van boeken en de ander moet gewoon maar aan de slag en terugkijken op zijn eigen ervaring.

leercyluskolbDit model laat ook zien hoe praktisch filosofie kan zijn. Het model is namelijk het schema wat is terug te voeren op de hermeneutische filosofie. Namen die hierbij horen zijn Wilhelm Dilthey en Hans-Georg Gadamer.

In hun onvrede op het subject-objectschema van Descartes, kwamen zij tot hun hermeneutische kennismethode. Kennis was niet langer meer een speurtocht naar de ongrijpbare objectieve kennis in onszelf. Het besef drong door dat al ons kennen subjectief is en plaatsvindt in de tijd. In de hermeneutische visie verkrijgen we kennis door onze ervaring waarop we reflecteren en vervolgens abstraheren tot algemene concepten. Vanuit die algemene concepten benaderen we via praktische lichtlijnen de werkelijkheid die we tegenkomen in onze ervaring. En zo is de cirkel rond. Het maakt dus niet uit waar je instapt.

Deze cirkel verheldert voor mij ook de ervaring van hebben en zijn. Deze ervaring kan je immers ook voorstellen in een cirkel. Hebben is meestal de laag waar we beginnen, de concrete ervaring bij Kolb. De ‘hebben en zijn cirkel’ overstijgt echter de cirkel van Kolb, want met concepten ontstijgen we nog steeds niet ‘de sfeer van het hebben’. Concepten kunnen we immers ‘hebben’. Vanuit het hebben – waar ook de taal een belangrijk rol speelt als we reflecteren en met anderen communiceren – komen we in de existentiele cirkel tot het einde van het mededeelzame. Door het besef dat we meer zijn dan wat we hebben, overstijgen we in onze ervaring de sfeer van het hebben. Dit is de ervaring van het ‘zijn’. Of eigenlde ervaring van het feit dat we dit beseffen, is zijn.

Zo zou je een schema kunnen maken met een kleinere hermeneutische cirkel die nog altijd in het mededeelzame blijft en daaromheen nog een hogere existentiele cirkel die uitstijgt in de onmededeelbare individuele. Een soort elips met een shortcut.

In de existentiele cirkel worden we uiteindelijk geconfronteerd met onze uniciteit, in dit besef ervaren we dus ook vaak eenzaamheid. Uniciteit en eenzaamheid gaan vaak samen.

Henri Nouwen noemt in zijn boekje “Open uw hart” drie wegen: de weg naar jezelf, -de ander en -God. De eerste weg naar jezelf: “van eenzaamheid naar alleen-zijn”. Dat is een weg naar een positieve omgang met je uniciteit als houding naar jezelf. Hier valt nog meer over te zeggen.

Het gaat me nu om het moment dat we deze zijns-beleving ervaren. Het is de ervaring dat we ons ‘zelf’ niet kunnen vullen met wat we hebben. Naast eenzaamheid, uniciteit, kunnen we hierin ook leegte ervaren. En omdat eenzaamheid en leegte onrustig maken en om vulling/aanwezigheid vragen, gaan we op zoek. We kunnen dan weer in de cirkel naar de sfeer van het ‘hebben’ en ons vullen met nog meer ‘hebben-dingen’, waar we vervolgens weer zullen ontdekken dat we ons niet kunnen vullen met hebben-dingen. Filosofisch gezegd: dat is een categorische fout.

Zo was er een popster die bij een poging tot zelfmoord deze worsteling liet zien. Hij sprak over zijn zoektocht naar vervulling, waar geld en rijkdom niet in kon voorzien. De illusie dat geld zijn leegte kon vullen moest hij inleveren. De ondraaglijkheid van deze leegte dreef hem tot wanhoop. Illusies zijn tijdelijke vullingen van onze leegte.

Sommigen noemen hier de liefde als de ultieme vervulling. Met liefde kan je een eind komen. maar een ander mens kan nooit je uiteindelijke vervulling zijn. De verschillen gaan opvallen en daar kan leegte ontstaan en eenzaamheid.

Gabriel Marcel

Gabriel Marcel

Volgens Gabriel Marcel lukt de vervulling alleen als ik deze zoek in datgene wat groter is dan ikzelf. De uiteindelijke vervulling kan ook niet zijn in het onpersoonlijke (spijtig voor boeddhisme & new age ). Het moet minimaal persoonlijk zijn en minimaal menselijk.Dan komen we uit bij God. De mens is immers uit God en God gaat boven ons uit. ‘Transcendent boven alles uit en immanent aanwezig’ is de formule die we lenen uit de theologie.

Dit is door sommigen ook wel het exitentialistisch godsbewijs genoemd, maar omdat bewijs in een existentialistisch kader moeilijk een algemeengeldend karakter kan hebben, klinkt dit ongepast. God bewijzen dient alleen een persoonlijk nut en hooguit een beperkt intersubjectief doel. Christelijke existentialisten zullen er misschien op wijzen, dat God zich in onze ervaring aandient en Hij meer en groter is dan de wereld van het rationele kennen (Ik ben dus ik denk). God gaat daar bovenuit en leren we kennen in een persoonlijke gerichtheid tot hem, voorbij het rationele. Niet alleen met ons verstand, maar met ons hart, ziel en verstand. Met alles wat we hebben staan we dan voor God in het besef dat we in een verhouding tot onszelf staan en zo ook in een verhouding tot God. Dat lijkt me een persoonlijk contact met de levende God.

Meestal niet onmiddelijk zichtbaar en niet onmiddelijk hoorbaar. God laat zich aan mij en aan anderen veelal indirect kennen en voedt zo mijn vertrouwen dat Hij er is, als de IKBEN.

Wanneer we deze cirkel tot in het uiterste zijn gegaan en onze vervulling in God beleven, dan kunnen we daar niet blijven. We zullen weer moeten landen in het leven van alledag, in het mededeelbare, de taal en de symbolen kunnen verwijzingen zijn naar deze ongrijpbare wereld, maar de incarnatie in vlees en bloed is onvermijdelijk. Dit is voorwaarde om deze ervaring te kunnen delen met anderen en ons te kunnen verbinden.

Dat kan “hebben en zijn” dus tot een praktisch ervaring maken, waarbij we via de inkeer beseffen dat niets wat we hebben ervaren ons kan vervullen. Wanneer we dit bij God kunnen vinden dan ontstijgen we het mededeelbare in een persoonlijk contact en wordt het weer vlees en bloed als we hierover met anderen willen spreken.

Dan is het bijzonder dat de bijbel spreekt over een God die afdaalt naar mensen. Jezus Christus incarneerde als God onder de mensen. Werd mens zoals wij (zie kerst). Omdat Hij incarneerde als mens, ons menszijn aandeed en zo ook onze ziekte, vreugde, zonde en pijn in zijn ervaring meemaakte en na zijn opstanding weer terug ging naar God in de hemel, is de cirkel voor ons mogelijk geworden naar God. Het is de cirkel van de Goddelijke incarnatie en de hemelvarende mens Christus Jezus, waarin Vader Zoon en Heilige Geest de cirkel rondmaken.

Een invulling die ik bij Marcel nog niet ben tegengekomen. Maar ik moet genoeg lef hebben om af en toe een eenzame weg in te gaan en mij op paden begeven waar ik (nog) geen bijval krijg. Misschien zie ik later wel dat het een weg was die al velen hebben bewandeld, misschien ook niet…

Een avontuurlijke reis die mij doet denken aan Tolkien’s sprookje “De smid van Groot-Wolding”.

verder zoeken?

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hermeneutiek

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hans-Georg_Gadamer

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelm_Dilthey

http://www.bol.com/nl/p/boeken/sprookjes-en-vertellingen/666861225/index.html

Read Full Post »

“Alleen degenen die dagen doorleefd hebben waarin woorden betekenisloos waren, waarin de prachtigste theorieën klonken als schuttingtaal, alleen zij die het uiterste niet-weten, het stemloos zijn van een door het wonder getroffen ziel, de totale sprake–loosheid hebben ervaren, zijn in staat om zich te begeven in de betekenis van God, een betekenis groter dan de menselijke geest. Er is een eenzaamheid in ons die luistert. Als de ziel het gezelschap van het ego en zijn gevolg van onnozele ideeën verlaat; wanneer we ophouden met het uitbuiten van alle dingen en in plaats daarvan de kreet van de wereld, het zuchten van de wereld smeken, dan hoort onze eenzaamheid misschien de levende genade die alle macht te boven gaat.

We moeten eerst in de duisternis turen, ons gewurgd en begraven voelen in de hopeloosheid van het leven zonder God, voor–dat we gereed zijn om de nabijheid van zijn levende licht te ervaren.”

Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens” h13.3

Abraham Joshua Heshel (1907-1972) was joods filosoof en rabbijn, geboren in Polen en tijdens de oorlog verhuisd naar de States. In dit boek doet hij in de eerste hoofdstukken een poging om geloof te positioneren ten opzichte van wijsbegeerte en wetenschap en geeft hij aan dat geloven alles te maken heeft met gebeurtenissen en ervaringen. Hij maakt allereerst in zijn boek onderscheid tussen concepten en gebeurtenissen. Geloof behoort tot de sfeer van gebeurtenissen. Israel had immers ervaringen met God meegemaakt, waarvan de getuigenissen werden opgeschreven in de bijbel. Dit geldt m.i. ook voor het nieuwe testament. De Grieken hielden zich vooral bezig met concepten.

Als geloof tot de sfeer van gebeurtenissen behoort komt het ook via onze ervaring bij ons binnen. De ervaring van God’s aanwezigheid of het uitblijven van deze ervaring. De ervaring van het lezen van de bijbel waarin we ervaren dat God spreekt of het uitblijven van deze ervaring. Ook de ervaring van anderen die we door getuigenissen krijgen overgeleverd kunnen we op betrouwbaarheid toetsen. De ervaring telt, maar het uitblijven van de ervaring telt ook. Maar de cattegorie van de gebeurtenis is er altijd openheid, want we staan open voor nieuwe ervaringen van gebeurtenissen. Dit geldt wat mij betreft ook voor mijn geloofservaringen.

De ervaring die Heschel hier beschrijft, is de ervaring van onze eenzaamheid die we ervaren als we door het wonder worden getroffen en woorden en theorien betekenisloos zijn geworden. Dit lijkt misschien wat spectaculair omdat we niet altijd de wonderen als wonderen in onze ervaring beleven. Voor Heschel heeft dit te maken met onze (on)gevoeligheid voor het wonder.

Voor Gabriel Marcel is de eenzaamheid wat dichterbij en kan ik dit ervaren in het ondeelbare van mijzelf met de mensen om mij heen. Tot op zekere hoogte kan ik ‘mezelf’ met mensen delen, maar hoe ‘dieper’ ik in mijn ervaring kom, hoe meer ik merk dat woorden tekort schieten en dat het delen met anderen dus niet mogelijk is. Een gevoel van eigenheid gaat dan samen met het het gevoel van eenzaamheid. Deze eenzaamheid die we kunnen ervaren luistert. Het is een eenzaamheid die niet met mensen kan worden gedeeld maar wel vraagt om gedeeld te worden.

In termen van benedictijner monnik Anselm Grün lijkt Heschel onze existentiele eenzaamheid te beschrijven in termen van “spiritualiteit van boven” (vanuit de openbaring > het wonder is er door God gegeven en als wij het ervaren dan bewerkt dit aanvankelijk een eenzaamheid) en Marcel in termen van “spiritualiteit van beneden” (vanuit de menselijke ervaring > waar komen wij onze eenzaamheid tegen en hoe gaan we ermee om). Misschien zijn het wel twee kanten van dezelfde medaille.

Zo wordt eenzaamheid ook een besef van “zijn”. Misschien wel beleeft als de onaangenaam isolement, maar soms ook als aangenaam besef van eigenheid. Beide gevoelens kunnen ontstaan wanneer we onze eigenheid, identiteit, uniciteit beleven. Dit lijkt Emanuel Levinas te omschrijven met termen als “anders zijn” en de ander, zelfs de oneindige ander. Deze ervaring van ons anders zijn loopt volgens Levinas altijd via de ander. Misschien het eerst wanneer ik ontdek dat ik anders ben dan mijn ouders en mijn broer of zus. Niet voor niets hebben volgens de psychologie meisjes meer moeite om uit de moedersymbiose te komen dan jongens.

Martin Bubers formulering is dat het ik, ik wordt door het gij, vanuit het grondwoord ik-gij. Het begint bij een ‘symbiose’ of confluentie (Perls) maar het ik zet zich af omdat het zijn eigenheid beleeft. Deze groei houdt eenzaamheid in.

Deze eenzaamheid geeft ons het besef dat we niet alles met mensen kunnen delen. Deze eenzaamheid kan ons gevoelig maken voor Degene met wie we wel alles kunnen delen. Volgens mij was het Goethe die al zei: “Over heel wat dingen kan ik alleen met God spreken.”

Niet alleen gaan we in onze ervaring voorbij aan de anderen, we beleven ook een eenzaamheid in onszelf die ons afkeert van de dingen, ons ego en onze onnozele gedachten. Zo gaat onze ervaring aan deze dingen voorbij en strekt zich uit naar “de levende genade die alle macht te boven gaat”.

De incarnatie maakt de beweging andersom. Het laat zien dat er een weg is die terugvoert naar de concretisering, naar mijn mens-zijn. De grote God wordt in Jezus Christus mens als ik en daalt af in mijn bestaan. Hij neemt deel aan ons ‘hebben’ (lichaam, ouders etc) en krijgt zo deel aan ons ‘zijn’. Zonder God’s afdaling zijn we overgelevert aan de metafysica en andere theoretische systemen of ‘wereldgeesten’. God daalde af en kwam in onze concrete ervaring. De apostelen hebben hebben gezien, gehoord en gevoeld. Voor en na de dood en opstanding van Jezus. En van deze ervaring hebben zijn getuigd. Hun getuigenis komt bij mij binnen via de ervaring van het horen en later ook via het lezen. Zoals Jezus in Joh 17 bidt: Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.

Het is de ervaring van het horen/lezen wat ons overtuigd van Gods spreken. Of dit nu door de bijbel is of door de andere verwijzingen naar God en zijn genade voor ons. De bijbel is de verkondiging van de apostelen van Jezus. En daarna volgen de vele getuigenissen van mensen in de geschiedenis die God hebben beleefd in Jezus Christus.

Ook hierin gaat het geloof vanuit de ervaring van het hebben naar het zijn. De boodschap die we hebben ontvangen, vraagt om een reflectie en een reactie. Misschien zijn we nog niet gelijk overtuigd, zoals Thomas die meer nodig had dan het getuigenis van de anderen. Hij wilde het zelf meemaken. Jezus wees hem hierom niet af maar kwam hem hierin tegemoet. Thomas voelde de wonden van Jezus en noemde Hem zijn Heer.

We hebben de uitnodiging ontvangen in woorden, en reageren hierop met onze gedachten en overwegingen maar het is vanuit de sfeer ons zijn waarin wij elke keer weer onze positie bepalen. Voorlopig afwijzend of aanvaardend.

Hierin noemt de bijbel ook de werking van Gods Geest, maar ik wil het nu maar even houden bij onze individuele verantwoordelijkheid.

Ronald

===

Meer over Heschel lezen?

http://nl.wikipedia.org/wiki/Abraham_Joshua_Heschel

Via de link in de kantlijn kom je op de site waar zijn boek online staat gepubliceerd.

Read Full Post »

Older Posts »