Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Joodse filosofie’ Category

Door mijn overdenkingen van Maslow en mijn reactie daarop krijg ik opeens ook weer meer zicht en betere woorden om iets te roepen over mijn motivatie voor dit project van zijn&hebben. Als ik dit hier wil delen, zal ik een stap moeten zetten om meer te laten zien uit de context van mijn persoonlijke ontwikkeling. Daar komtie dan…

Deze zijn&hebben-blog is eigenlijk het gevolg van een crisis die ik heb ervaren in mijn denken en mijn voelen. Er is een periode in mijn leven geweest waarin ik denken en voelen aardig in balans had. Ik was toen 6 jaar (grapje=) Toen kwam er een periode waarin ik nadrukkelijk gevoelsgericht werd. Ik wilde dingen voelen en beleven die ik daarvoor nog niet had beleeft. Het ging mij toen om de “kick”. Toen kreeg ik een ervaring waardoor ik schrok van deze levenshouding. Deze ervaring bracht mij er ook toe om meer mijn heil te zoeken in rationaleit. Ik verdiepte mij in een breed veld van theoretische lectuur om maar meer grip te krijgen op de werkelijk om mij heen en in mijzelf. Ik hoopte dat dit mij gerust zou stellen en mij zou leiden naar innerlijke vrede of op zijn minst een leefbare balans.

Ook dit ging naar verloop van tijd een eigen leven leiden, zodat ik moest constateren dat mijn gevoelsleven wel erg achterbleef in mijn ervaring van de werkelijkheid. Het leek wel alsof het eerst door mijn denken moest worden gefilterd zodat ik daarna nog een vleugje emotie kon meemaken.

Toen ik hier last van kreeg, las ik veel over integratie van verstand en gevoel. Dit klinkt nuttig, maar zolang ik dit bleef lezen, zat ik nog in mijn hoofd. Maar ik voelde ergens wel dat ik een bepaalde kant op moest. Ik las bij de mensen hier uit het rechterrijtje en vond daar veel inspiratie. Soms had ik echt een aha-erlebnis en brak er iets van licht door waarin ik de integratie tussen verstand en gevoel kon beleven.

Dit proces is nog steeds in volle gang, maar ik krijg hierbij meer behoefte om mijn ontdekkingen te delen. Mijn uitdaging van deze site is om mijn individuele ervaring herkenbaar te maken voor lezers. Ik weet dat ik daar vaak niet in zal slagen. Maar ik hoop dat “jij” als lezer blijft proberen en blijft schakelen tussen je “begrip van de tekst” en de “herkenning in je ervaring“. Volgens mij is dit de enige weg om mij te kunnen volgen. Als dat al zou lukken.

Dit bedoel ik niet elitair. Het gaat niet om slimmer of meer kennis. De uitdaging hierin zie ik vooral ik het gegeven dat het een persoonlijk proces is wat ik hier in algemene, herkenbare termen wil delen. Het spijt me als ik projecteer en je daarmee onrecht aandoe, maar dit spanningsveld zal toch wel in meer of mindere mate herkenbaar zijn voor “jou” als lezer.

Mijn weg om mijn verstand en mijn gevoel te integreren is de weg van “de ervaring” geweest. De ervaring is immers normaliter het voorste treintje en de gevoelens en de gedachten kunnen daar als wagonnetjes achteraan komen. De RET-psychologie maakt hier handig gebruik van. Wanneer mijn gevoel het wagonnetje achter het treintje is en waarachter het wagonnetje van het denken hangt, wordt het een losgeslagen bende. Dan kan ik bijvoorbeeld mij door mijn angst laten leiden en angstige gedachten ontwikkelen en mij laten beperken. Of in mijn boosheid boze plannen maken en anderen geweld aandoen. Maar wanneer mijn verstand het voorste treintje is dan kan het weer een overgecontroleerde saaie boel worden waarin het signaal van het gevoel niet wordt gehoord. Een mooi voorbeeld lijkt me de filosoof Friedrich Nietzsche. Hij heeft zich ook geergerd aan de overgecontroleerde (vaak christelijke) opvattingen van de werkelijkheid. Deze waren in zijn tijd dominant aanwezig. Hij koos voor de extase (Dionysius) als vlucht uit deze nauwe misleidende werkelijkheid om uiteindelijk te komen tot een herwaardering van alle waarden. Daarin lijkt hij niet geslaagd in zijn leven. Er gaan verhalen dat hij eindigde met wanhoop en waanzin.

De weg die mij tot nu toe heeft geholpen is de weg van de ervaring. Dat vond ik best een spannende weg, want hoe kan ik nu alleen op mijn ervaring vertrouwen. Dat kan omdat ik ook besef dat er meer is dan wat ik hier-en-nu ervaar. Ik heb ook deze ervaring die de geldigheid van mijn ervaring relativeert. Dwz als ik iets niet ervaar, dan betekent dit nog niet dat het er ook werkelijk niet is. Dit heb ik al als baby ervaren, toen mijn moeder mij in mijn bedje achterliet om mij te laten slapen.

En zo komen we eigenlijk via de weg van ervaring uit bij de noodzakelijkheid van vertrouwen of geloven. Dit doen we al op een niet religieuze manier in onze vroege kinderjaren. Erikson ziet het zelfs als bouwsteen voor en gezonde ontwikkeling. Het begint met vertrouwen en pas laten komt het wantrouwen als er aanleiding toe is.

De weg van de ervaring komen we in de filosofie tegen bij existentialisten, fenomenologen en hermeneutische denkers oa. In de psychologie kom ik de tegen in de humanistische psychologie, in de gestalttheorie en in de hedendaagse ervaringsgerichte theorie.

Bij Marcel en bij Kierkegaard ontdekte ik echter de waarde van “de verhouding”. Ik ben geen willoos slachtoffer van wat ik denk en wat ik voel. Zelfs ben ik geen slachtoffer van wat ik ervaar. Ik kan tot een besef komen en kan vervolgens kiezen wat ik ermee ga doen. Dat noemen we verantwoordelijkheid. Dit is wat ik hier op mijn blog probeer te delen. Het “ik” transcendeert ‘voorbij’ het denken en het voelen in de ervaring, zodat we in onze ervaring tot de verhouding komen met datgene wat we hebben (aan denken, gevoelens en ander bezit)

Tijdens mijn religieuze zoektocht heb ik ontdekt dat de bijbel daarin een aansprekelijk boek is. Via Abraham Joshua Heschel kreeg ik een ander zicht op dit aloude boek. Daar las ik over het bijbelse situationele denken ten opzichte van het meer Griekse conceptionele denken. Daar las ik over de verwondering die niet betekent een uitschakeling van het verstand, maar een ingeschakeld verstand die moet erkennen dat God hem te boven gaat. Dit is voor mij ook het ruimere kader geworden om naar het Nieuwe Testament te kijken en daar te ontdekken dat dit bij de Apostelen niet anders is.

De bijbel werd voor mij nog indrukwekkender toen ik het uit de context haalde van “gangbare” meningen en dogma’s en zo kwam tot een individuele beleving van de bijbel (1Joh2:27). Dit heeft me diverse top-ervaringen opgeleverd.

Zo ontdekte ik dat bijvoorbeeld Apostel Paulus volgens eigen zeggen en volgens anderen (bijvoorbeeld Petrus en Lucas) niet alles had bedacht maar alles had ervaren. Ook wilde hij geen leer wilde geven die knellend zou zijn, maar iets wat juist ruimte zou maken. Dit zou de liefde van God zijn die uitwerkt in de liefde voor elkaar.

In de tekst ontdekte ik steeds meer dat ook bij Paulus de ervaring voorop stond en dat deze hem op de een of andere manier overtuigde. In deze ervaring was ook het vertrouwen werkzaam als ontvankelijkheid voor de dingen van God. Dit noemde of herkende hij achteraf pas als de Heilige Geest, niet vooraf. Ook bij de apostel Johannes herken ik deze gerichtheid op de ervaring. De ervaring komt tot ons via de zintuigen (1Joh1), maar kan heel goed in tweede instantie zijn uit een getuigenis van een ooggetuige (Joh17:20). Deze ervaring vond ik niet vreemd. De rechter in onze rechtbank, beoordeelt immers ook op grond van getuigenissen of iets waar of niet waar is. Het hangt er dan wel vanaf of deze getuigenissen worden ondersteund en of ze betrouwbaar zijn. Hij was er zelf niet bij. Hij laat er geen formules en causaliteit op los. Het sterkst spreekt een getuigenis die een betrouwbare/geloofwaardige indruk wekt.

Toen ik de bijbel ging beleven en ook iets van God door de tekst ging zien. Veranderde ik in mijn denken. Ik ervoer meer liefde, betrokkenheid en kreeg meer oog voor het wonder. Volgens mij waren deze drie nodig om tot een relativering te komen van menselijke wetenschappelijke theorie. Ik kreeg minder moeite met paradoxen tussen wetenschappelijke verhalen en de verhalen die ik in de bijbel las. Zij kwamen op verschillende niveau’s bij me binnen. Misschien wel omdat mijn Godservaring een meer directe ervaring was dan de onpersoonlijke theorieen die ik tot dan toe had aangehangen. Het besef van het wonder – wat voor mij ook verassing en openheid betekent – is voor mij misschien wel het besef geweest wat mij losweekte van mijn gedachten waarin wetten van (gesloten) causaliteit tot dan toe dominant waren. Dit kon voor mij niet langer de basis zijn. Dit begon ik teveel als een constructie te zien. Misschien niet in de werklijkheid buiten mijzelf, maar wel binnen mij. Het is de volle ervaring die voorop gaat en waarin ook het wonder wordt beleeft in openheid voor datgene wat mijn verstand te boven gaat. Mijn verstand volgt op korte afstand en maakt (re)constructies. Dit is natuurlijk niet zo absoluut als ik hier verwoord. In de hermeneutische cirkel nemen wij onze gedachten ook weer mee om onze aandacht te richten en wordt onze ervaring ook daardoor gekleurd.

Filosofisch komt dit dicht bij fenomenologische gedachten van Heidegger en zijn leermeester Husserl en de hermeneutici als Dilthey en Gadamer, waar ook de leercirkel van Kolb is afgeleid.

In de bijbel vind ik herkenning als het gaat om verandering van denken (Rom 12), ontzag wat vooraf gaat aan wijsheid (Spr 1 etc) . Denken is in de bijbel van groot belang, maar de houding die daaraan vooraf gaat is niet minder belangrijk. Dit kom ik ook weer tegen bij Levinas. Voor ons begrijpen – wat beheersen is – gaat het stichten van een societeit vooraf. Daarin speelt de ethiek een belangrijke normerende rol om ons destructieve neigingen in te perken. Ethiek is optiek, aldus Levinas.

Globaal komt eigenlijk mijn hele proces neer op de ontdekking van de “pre-rationele” ervaring. De aanvliegroutes waren filosofisch, religieus en psychologisch… maar moest ik in de terugweg naar de pre-rationele ervaring achter me laten. Zo werd het misschien ook wel weer een post-rationele ervaring.

Het is deze basale ervaring die ik wil delen omdat ik de indruk heb dat het leven hierdoor veelkleuriger is geworden en ik ook meer in het hier en nu kan blijven. Daar kom ik ook de liefde tegen.  Deze verrijking wil ik niet alleen voor mezelf houden.

Al is het maar om mij daarin minder eenzaam te voelen =)

Want wat is nu verrijking als we het ook niet kunnen delen. Juist deze deelbaarheid is datgene wat de bijbel omschrijft als liefde, of verbondenheid of de wat oudere term gemeenschap. Een liefde die we kunnen ontdekken in de persoon van Jezus. Hij noemt ons vrienden omdat Hij alles met ons deelde. Hij gaf ons zijn leven (1Joh3:16)

We hebben nu een meer filosofische benadering gehad in mijn eerste blogs. We zijn nu begonnen aan een meer psychologische terreinverkenning. Via Maslow komen we dan uit bij de Gestalttheorie van Perls en de zijnen. Voor meer gedachten over geloof en denken verwijs ik graag naar mijn blog http://gelovigdenken.wordpress.com

Advertenties

Read Full Post »

Zo wil ik evalueren dat Maslow zeer behulpzaam is als het gaat om ons bewust te worden van de grenzen van de gangbare psychologie (toen en nu). Ook laat hij ons zien dat de mens zichzelf in de zelf-actualisatie kan overtreffen vanuit d-behoeften naar de z-behoeften, waarin het in staat is om onvoorwaardelijke liefde voor anderen te ontwikkelen.

Dit laatste lijkt me zeer pretentieus, maar op zijn minst kunnen we zien dat de mens in verhouding staat tot zijn d-behoeften en kan kiezen om niet zijn tekort aan te vullen, maar kan kiezen voor het aanvullen van het tekort van de ander (z-liefde).

In hoeverre dit onvoorwaardelijk blijkt te zijn, lijkt me moeilijk te doorgronden, maar dat het een vorm is van “in verhouding staan tot zichzelf”, lijkt me zeer aannemelijk gemaakt. Zo ook de keuze die in verantwoordelijkheid daarop volgt.

En dat is precies wat ik hier met veel onnavolgbare gedachten wil delen. Het onbewuste hebben, kan via de inkeer leiden tot een bewust hebben waarmee het “ik” in relatie komt te staan met het eigen hebben. Dit “ik” is niet te herleiden tot dit hebben en beleeft daarin zijn persoonlijk zijn.

Dat Maslow hierbij de “ervaring van ik-loosheid” als kenmerk ziet van een zelfactualiserend persoon is merkwaardig te noemen. Het lijkt me een constructie die niet in balans wordt gebracht met de terugkeer in de ik-ervaring. Dit herken ik niet in mijn beleving. Of ik ben te weinig zelfactualiserend of Maslow laat iets na. Ik kan dit nu niet anders zien dan een eenzijdigheid.

De ik-loosheid kan optreden wanneer ik opga in mijn ervaring (beeld, audio etc) wordt in de gestalt confluentie genoemd. Het is een ervaring van grenzeloosheid. Misschien dat ik daarin zo opga dat ik mijn “ik” niet meer ervaar, maar dan dreigt de Cartiaanse val, omdat er voor een ervaring nog altijd een ik nodig is. Ik ben het immers die ervaar. Evenals bij Descartes een ik nodig is om te kunnen denken. “Ik besta dus ik denk.” Daarom lijkt het me niet alleen logisch, maar vooral ook rechtdoen aan een gedeelde ervaring dat we na deze confluentie ook weer een moment van afbakening zullen krijgen (deflectie).

Deze termen uit de gestalttheorie van Perls zijn daarbij wel behulpzaam. In de gestalttheorie blijft de mens een organisme die zich blijft kenmerken door polariteiten (confluentie en deflectie). En dan is het mogelijk om weer terug te keren vanuit de ervaring van confluentie (in denken en voelen) naar het “ik” die hiermee in verhouding staat in het hier-en-nu.

Maar dit is theorie en wat ik schrijf zijn maar woorden. Deze zijn slechts verwijzingen naar de realiteit die in het “hier-en-nu” zal moeten worden geleefd.

Dit vind ik een waardevol inzicht waaraan ik zou willen vasthouden, omdat mijn ervaring mij telkens weer opzadelt met deze polariteiten.

“Een uitdaging is niet hetzelfde als een botsing en uit elkaar gaan betekent niet een conflict. Het hoort bij de menselijke staat om in polariteiten te leven.

Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens”

http://home.versatel.nl/heschel/1%20Het%20zelfbewustzijn%20van%20het%20jodendom/16.htm

Read Full Post »

Abraham Maslow

Abraham Maslow

Door met Maslow mee te denken over het functioneren van onze behoeften krijg ik wat meer zicht op de psychologie van zijn en hebben. Zo wordt het voor mij iets concreter. Om me te ontwikkelen ‘moet’ wij ik voorbij onze lagere behoeften ook bezighouden met de hogere behoeften in de piramide. Zonder bevrediging van de lagere behoeften wordt dit moeilijk (onmogelijk?). Met een lege maag kunnen we ons moeilijk richten op sociale behoeften en de behoefte aan erkenning. Laat staan dat we dan ook in de hogere laag van de piramide kunnen komen tot topervaringen die ons brengen tot zelfactualisatie waarin we ook de ander kunnen zien en kunnen liefhebben (Z-liefde). Dit komt overeen met wat ik bedoel dat het zijn altijd via het hebben verloopt. Alleen bedoel ik dit breder dan alleen het terein van de behoeften.

Ook in de communicatie kunnen we ons zijn immers niet aan elkaar meedelen, als we niet ook zijn behebt met een lichaam die taal of gebaren kan produceren. Ook daarin is de waardering en gebruik van de sfeer van het hebben een voorwaarde om tot zijn en een gedeeld zijn te komen.

In het niet delen van ons zijn ervaren we onze individualiteit en onze eenzaamheid. Door dit te zien als noodzakelijke fase om te kunnen groeien als mens, kan de eenzaamheid worden beleefd als een zinvol alleen zijn.

De zogenaamde D-behoeften wijzen dus op ons tekort (deficientie) en vragen om vervulling. Daar komt ook onze D-liefde vandaan. Wanneer we als mens willen groeien naar een liefde die zich richt op de ander, de Z-liefde, dan zullen we in topervaringen onze vervulling beleven waardoor we beter in staat zijn om de ander te (voor)zien in zijn/haar behoeften en zo ook beter daarin te voorzien. Dat zegt Maslow…

Niet alleen vanuit de vervulling van het hebben, maar ook vanuit een onvervuld hebben, kan men volgens mij tot een gerichtheid op de ander komen als men af kan zien van de eigen behoefte-vervulling en kan kiezen om de ander in zijn behoefte te zien. De mens is immers niet altijd slaaf van zijn behoeften en staat er in verhouding mee. Daar ligt volgens mij een beslissend moment. Het besef dat ik in verhouding tot mijn behoeftes sta en in verhouding tot de ander, kan mij een stap verder brengen naar een ‘gezonde’ omgang met de ander. Kiezen voor de ander is dan afzien van mijn gerichtheid om te hebben. Dit vind dan plaats voorbij het hebben in de sfeer van mijn zijn waar ik mijn verhouding beleef tot mijn behoefte (en mezelf). Dan kan ik de vrijheid ervaren om te kiezen. Maar waarom zou ik kiezen voor de behoefte van de ander?

De gerichtheid op de ander kan ook ongereflecteerd zijn (zonder in de verhouding tot mijn gerichtheid te komen). Een ‘sub-assertief’ persoon is geneigd om voor de ander te zorgen vanuit een houding waarin geen keuzevrijheid wordt ervaren. Angst voor waardering of te trots en “flink moeten zijn” kunnen motieven zijn. Dat lijkt me niet de gezonde houding tot de ander. Als we ervan uitgaan dat de liefde deze vrijheid verondersteld, kunnen we deze ongereflecteerde keuze voor de behoefte van anderen ook niet als liefde benoemen. Ook al kan het wel heel lief zijn.

Zelfs wanneer we in de verhouding tot onszelf komen kan angst toch de doorslag geven om niet voor de ander maar voor onszelf te kiezen. Dat maakt dat zelfactualisatie nog niet vanzelf leidt tot “Z-liefde”. Misschien wel als we in alle behoeften zijn voorzien en er geen angst is die ons belemmerd. Maar sinds wanneer zijn we automatisch gericht op de ander als we zelf zijn voorzien? Sinds wanneer kunnen we volkomen vervuld zijn van erkenning zodat we niet langer erkenning zoeken, maar erkenning van de ander nastreven? Hier gaat wel een enorm positief mensbeeld aan vooraf. Komt zo de illusie dan toch weer door de achterdeur naar binnen bij Maslow. En verzuimt hij zo om af te dalen in de weerbarstige werkelijkheid waar mensen destructief zijn en elkaar geweld aandoen ook al zijn ze in alle behoeften voorzien (voor zover dat mogelijk is)

Dan zou de angst van de “jammerende Europese existentialisten” misschien toch weleens kunnen wijzen op een realistisch besef van de harde gebroken werkelijkheid waarin geweld en lijden een gegeven is. Dit heeft Maslow toch ook moeten zien in de 2de wereldoorlog.

Daarom wil ik in reactie op Maslow zeggen dat ik niet de zelfactualisatie als hoogste verdieping in de piramide zie, maar de vrije gerichtheid op de actualisatie van de ander. Dat vraagt om ethiek en relatie. Dit vind ik nog zeer gebrekkig aan bod komen bij Maslow.

Hierin ben ik niet origineel, want ook Levinas sprak al over “het humanisme van de ander” en ook Buber heeft de ik-jij-relatie al aan de orde gesteld. Maar anders dan Buber en Levinas, heeft Maslow toch meer de neiging om zich tegen een externe religieuze bron af te zetten. Hij is op zijn minst erg achterdochtig naar de belemmerde factoren van zo’n externe georganiseerde religie. Deze achterdocht herken ik ook bij Levinas, maar dan een achterdocht wanneer de religie (of ideologie) niet meer ten dienste staat van de ander met wie ik in een ethische verhouding sta.

Dit geeft voor mij aan dat er nooit alleen vanuit een behoeftetheorie een ideaal mensbeeld kan worden ontwikkeld. Maslow verwees ook al naar Erich Fromm en Victor Frankl die hem hebben aangevuld met respectievelijk ‘een kader van waarden’ en ‘een kader van zingeving’.

Maar dit heeft hem er toch niet toe gebracht om de zelfactualisatie in dienst te zetten van de zelfactualisatie van de ander. Hij blijft hiermee steken in de egologie (Levinas)

Wel bijzonder dat Fromm, Maslow en Frankl een Joodse achtergrond hebben en daarmee ook het voorrecht om te kunnen putten uit een vat van waarden die hun psychologie van de persoonlijke groei kunnen beinvloeden. Het is de Franse Jood Levinas die nog even een Joods tandje bijzet naar de ethiek van naastenliefde en de Duitse Jood Buber die daarvoor nog op het belang van de ik-jij-relatie wees. Daar zullen we het vast nog wel eens vaker over gaan hebben…

Read Full Post »

Excuus voor mijn soms moeilijk te lezen blogs. Daarom heb ik het 2 maanden even gelaten voor wat het was. Ik heb mij bezonnen hoe ik inzichtelijker mijn gedachten over ‘zijn&hebben’ kan verwoorden. Ik vind het dan ook onvoorstelbaar dat sommige blog’s wel 64 hits hebben en er bijna geen dag voorbij gaat zonder bezoekers op mijn blog. De reacties blijven nog wat uit, dus ik wil je aanmoedigen om gerust te reageren op mijn blogs. Zichtbare reacties hier zijn natuurlijk erg welkom, maar onzichtbaar mailen mag ook. Of het nu aanvullingen zijn of vragen, bijna alles is welkom. Er bestaan geen domme vragen bij mij, want ik besef maar al te goed mijn onvermogen om mijn beleving inzichtelijk te maken voor anderen. Daarvoor kan ik altijd wel hulp gebruiken van een kritische lezer. Ik hoop op je hulp. Ik probeer wat met je opmerkingen te doen, al is het mij deze keer niet gelukt om mijn blog kort te houden (sorry GJ). Maar volgens mij is deze alweer een stap verder in de richting van mededeelbaarheid =)

Op dit moment ben ik bezig met het opfrissen van mijn Abraham Maslow kennis. Hij is immers enorm geinspireerd door existentialistische filosofie.

piramide van Maslow Hij is als psycholoog vooral bekend geworden met zijn behoefte-piramide. Een theorie die nog steeds veel wordt toegepast ondanks de geringe onderbouwing vanuit onderzoek =)
http://www.over-maslow.com

Als psycholoog is hij ook bekend als gangmaker van de humanistische psychologie die zich vooral richt op het terrein de menselijke mogelijkheden. Een stroming die in de VS werd gevestigd met mensen als Maslow, Fromm, Rogers, Frankl etc http://nl.wikipedia.org/wiki/Humanistische_psychologie

En ik had me nog zo voorgenomen om niet uit te wijden over achtergronden en namen… Ik ellendig ‘onbegrensd’ mens wie zal mij verlossen… =)

Voor “Z&H” is Maslow een interessant man omdat hij als een van de grondleggers van de humanistische psychologie ons een jargon aanreikt waarmee ons thema van “zijn en hebben” kan worden verduidelijkt. Hij reikt niet alleen een psychologisch jargon aan om dit te verhelderen, hij maakt het ook nog eens tot een praktisch psychologisch ontwikkelingsmodel. In Maslow’s boek “psychologie van het menselijk zijn” werkt hij dit uit. Natuurlijk wil ik dit niet onkritisch overnemen, want ik zie ook beperkingen in zijn theorie. Maar dat neemt niet weg dat Maslow een praktische bijdrage levert om mijn gedachten over “zijn en hebben” in herkenbare “sferen” te brengen.

In de volgende blogs wil ik dit eens gaan verkennen.

Al in het eerste hoofdstuk erkent Maslow zijn schatplichtigheid aan de existentialisten. Kierkegaard’s journals staan vermeld in de literatuurlijst en verder baseert hij zich vooral op Colin Wilson en neemt hij ook enkele boeiende conclusies van hem over in zijn evaluatie van de existentialisten. De ja-zeggende en de nee-zegende existentialisten (doet me denken aan Buber). Daar hebben we het later nog over.

Om even een kort door de bocht vooruitblik te geven:

Maslow komt in het boek tot 2 vormen van kennis. Hij maakt onderscheid tussen:
– D-kennen: komt voort uit deficiëntie. Dit is kennis vanuit de ervaring van tekort hebben aan…(vgl. ‘nood’)
– Z-kennen: komt voort uit Zijn (…) en vindt plaats vanuit de ervaring van vervulling…

Daaraan vast koppelt Maslow ook D-liefde en Z-liefde. De D-liefde komt voort uit een tekort en is gericht op wat ik aan de ander kan beleven en van de ander kan krijgen. Z-liefde komt voort uit mijn vervulling en mijn extase en is daadwerkelijk gericht op de ander.

Dit is te vergelijken met het aloude bijbelse onderscheid tussen filios (D-liefde) en agape (Z-liefde). Hierbij is de filios meer ‘genegenheid’ en de agape meer ‘Goddelijke gevende liefde’.

Om alvast even een voorzichtige koppeling te maken met Z&H. In de sfeer van het ‘hebben’ (H-sfeer =), heeft de de D-liefde een primaire plaats. Mijn verlangen om te hebben komt immers voort uit mijn tekort. Zo begint de baby ook aan het leven. Het krijgt dorst, honger en gemis aan de veilige baarmoeder, dus het verlangt naar drinken, eten en de nabijheid/veiligheid van de verzorgster. Dit staat centraal in “de sfeer van het hebben”. Daar zal ook Maslow’s piramide uit voortkomen.

De omslag die ik heb gesignaleerd, is de omslag in het besef dat dit hebben mij niet langer kan vervullen en ik ervaar dat ik meer ben dan alles wat ik heb aan bezit maar ook aan immateriële ‘zaken’ zoals kennis, pijn, verdriet, negatieve ervaringen, geluk etc. Dan helpt het mij niet om mezelf te blijven richten met mijn d-liefde in de sfeer van het hebben. Ik blijf zoeken (tot verslaving aan toe) in de sfeer van het hebben of stel mij vervolgens gerust met mijn onvervulling. Een derde weg kan zijn een keuze voor een religieuze richting naar ‘iets of iemand’ die ons wel kan vervullen. Maar zelfs op deze derde weg kon de franse natuurkundige en filosoof Blaise Pascal niet zonder de ‘verstrooiing’. We worden immers hoe-dan-ook weer teruggeworpen in de sfeer van het hebben.

In termen van de existentialisten heet dit moment van verheffing, “transcenderen” (Marcel) of “Zijnservaring” (Heidegger). Bij Maslow komt de term “topervaring” in beeld als hij het heeft over deze zelfoverstijgende ervaring.

Omdat filosofie zich voor mij vaak teveel in abstracties uitdrukt en daarom ook vaak moeilijk is te begrijpen/herkennen en te communiceren, maak ik hier dankbaar gebruik van Maslow’s benadering in een meer psychologisch kader. Met het jargon van Maslow hoop ik meer woorden en vergelijkingen te kunnen geven uit onze mededeelbare praktijk.

Maslow daagt zijn lezer uit om het volgende te bedenken bij “topervaring”. Hij stelt deze vraag bij een van zijn onderzoeken.

Ik daag jullie uit om stil te staan bij deze ervaring:

“Ik zou graag willen dat u eens nadacht over de wonderbaarlijkste ervaring of ervaringen uit uw leven; de gelukkigste momenten, extatische ogenblikken, momenten van verrukking, misschien van verliefd zijn of van naar muziek luisteren of een plotseling “getroffen worde’ door een boek of een schilderij, of een of ander groots creatief ogenblik. Schrijf deze eerst allemaal op. en probeer mij dan te vertellen hoe u zich voelde op dergelijke intense ogenblikken, hoe dat verschilde van de manier waarop u zich anders voelt, hoe u op dat moment als persoon anders was dan anders.”

piramidemaslovMaslow ontdekt dat mensen die deze ervaringen beschreven en regelmatig meemaakten in hun leven, een andere vorm van kennis en behoeftepatroon hadden. Mensen uit zijn onderzoek die tot deze ervaring konden komen werden daarin niet langer belemmerd en geblokkeerd. Het is deze ervaring waarin de mens komt tot een andere manier van kennen. Een kennen die niet alleen is gericht op de eigen behoeften. Dat noemt hij het “Z-kennen”. Varianten die Maslow noemt van topervaring zijn: ouder-ervaring (ouder-kind-liefde), mystieke of oceanische of natuur-ervaring, de esthetische waarneming, het creatieve moment, het therapeutische of intellectueel inzicht, de orgastische ervaring, bepaalde vormen van atletische vervulling. Momenten van hoogste geluk en vervulling.

Zo komt hij ook tot het begrip “zelfactualisering”. De zelfactualiserende persoon is het ideaal in Maslow’s psychologie. De weg naar zelfactualisatie is gericht op menselijke mogelijkheden en minder op menselijke onmogelijkheden (zoals in het medisch/ziekte model) Dat de benadering van Maslow weer actueel is voor mij, komt door mijn existentialistische interesse en mijn actuele interesse in de kortdurende oplossingsgerichte therapie (KOT). Een benadering die op dit moment erg ‘hot’ en effectief is bij RIAGG’s en bij maatschappelijk werkers en die met hun uitgangspunten teruggrijpt op ontdekkingen van Maslow.

De benadering die ik hier “zijn en hebben” noem, kan goed vergeleken worden met deze benadering van Maslow. Op psychologisch niveau zie ik veel overeenkomsten.

Zo zou ik hier kunnen zeggen dat de ervaring van “hebben naar zijn” bijna overeenkomt met de overgang van D-kennen naar Z-kennen. Niet langer eigen behoefte staan centraal, maar er is een bepaalde zelfoverstijging door het besef van vervulling waardoor er een zelfoverstijgende ruimte wordt beleefd en waarin de eigen behoeften niet meer richtinggevend zijn. De ouder-kind liefde is hierbij een illustrerend voorbeeld.

Maar als ik scherp wil zijn, dan moet ik toch zeggen dat het moment van hebben naar zijn eigenlijk pas kan komen na de topervaring zoals Maslow deze beschrijft. In de topervaring beleef ik de vervulling, maar pas daarna kan ik beleven dat deze ervaring mij niet (blijvend) kan vervullen. Ik groei er weer bovenuit. In een aangename ervaring zal ik deze beleving “ruimte” noemen en in een niet-aangename ervaring noem ik dit eerder “leegte” of misschien wel eenzaamheid. Ook de moederliefde zal in zijn gevende vorm weer moeten ‘beseffen’ dat er geen symbiose bestaat (of kan blijven bestaan) en het kind is gediend met een losmaking tot zelfstandigheid. Maar dat neemt het moment van de top-ervaring niet weg. Binnen het kader van Maslow zou je kunnen zeggen dat de Z-liefde pas kan beginnen na een top-ervaring. Vanuit je eigen volheid ga je uitdelen…

Ik wil deze gedachte van Maslow verder verkennen om tot concretisering te komen, maar ik besef nu ook al dat we telkens weer bij de grenzen zullen komen van psychologie en existentie. Dat maakt het ook zo boeiend voor mij. Psychologie is immers nog altijd een “logie” waarin het begrijpen van belang is. Existentie is per definitie een loslaten/relativeren van dit begrijpen en de overstap maken naar het ruimere kader van de ervaring. Maar het loslaten kan niet plaatsvinden als je niet eerst iets vasthoudt. Dat is nu precies waar de uitspraak naar verwijst: “je kan niet zijn zonder te hebben”. De weg naar het zijn loopt in mijn ervaring via hebben en dat maakt de benadering van Maslow voor mij zeer boeiend. Als psycholoog verkent hij dit hebben tot het uiterste.

Hoewel Maslow – voor zover ik weet – bij het schrijven van het boek niet-religieus meer is, krijg ik toch de indruk dat zijn Joodse achtergrond een rol speelt als hij deze topervaringen een ‘bijna-religieuze’ duiding geeft. Maar als humanist doet hij zijn best om binnen de grens van de psychologie te blijven. Immers als hij komt in de sfeer van ervaring die ons begrip te boven gaat, zou hij ook uit de psychologie stappen en daarmee misschien ook buiten het kader van zijn onderzoek. Toch is dat wel de “topervaring” zoals ik hem zie. De topervaring kan (achteraf) nog wel met psychologische termen beschreven worden, maar gaat zelf de psychologische kaders te buiten in de ruimere ervaring. In deze ruimere ervaring kan ik ook mijn verwondering beleven en kan ook mijn religieuze aanbidding een plaats krijgen. Omdat datgene wat we hebben ons niet kan vervullen is er een aanleiding om te komen tot degene die ons wel kan vervullen. Marcel noemt dit het moment van inkeer.

Maar de natuur/schepping dan? hoor ik een goede vriendin al tegen mij zeggen. “De natuur kan mij immers met ontzag vervullen!” De ervaring van ontzag kan tijdens de beleving van de grootsheid van de natuur/schepping klaarblijkelijk ontstaan. Dit herken ik. Toch denk ik dat de natuur mij als persoon mij niet kan vervullen. Voor sommigen kan in de ervaring de natuur immers ook vereenzamen omdat er geen persoonlijkheid in wordt beleefd. De natuur is geen persoon en kan ons niet vervullen in onze eigen persoonlijkheid. We ervaren dan geen begrip of onze mogelijkheid om begrip te projecteren… (zoals sommige mensen dit bij dieren doen) De natuur/schepping kan voor ons wel verwijzen naar de Schepper die zich in de schepping “uitdrukt” (als expressie) en zo zichzelf aan ons laat zien. Dit ervaren sommigen op momenten.
Ook kan zelfs een grote liefde ons niet blijvend vervullen omdat na de ervaring van eenwording meestal ook weer ons oog wordt gericht op het verschil en de grens tussen mij en mijn geliefde. Misschien is God degene die het meeste aanspraak zou kunnen maken op vervulling. Ook al kan er dan de ervaring zijn van het verschil en de grens tussen God en de mens.

De incarnatie van God in Jezus Christus is hierbij een tegemoetkoming. Daarin wordt dit verschil overbrugd. Jezus Christus heeft – volgens de bijbel – onze zwakheden, pijn, onrecht en zonden “op zich” genomen. Hij heeft zich vereenzelvigd met ons, zodat we nooit eenzaam hoeven te zijn omdat hij overal is geweest (Ps 139:7,8; Ef 4:9ev.). God wil ons in Hem accepteren en zien. Hij moet dan wel meer zijn dan wij zijn. Wij kunnen in Hem “verdwijnen” of beter gezegd “volledig inpassen”.

Ook de Z-liefde van Maslow krijgt een ruimer kader als we daar religieuze noties bij betrekken als “het overvloedige leven”. Jezus voorspelt dit in Joh 10:10 (NBG) leven en overvloed (en ook in Rom 5:17). Hij vult ons met zijn leven en wij mogen daarin overvloeien is de metafoor. In 2Kor8:14 zie je een mooie uitwerking van de Z-liefde die de D-liefde vervult. Mensen geven uit hun overvloed aan de anderen die in nood zijn.

Daarin heb ik nog geen goede toepassing bij Maslow gevonden, die ik wel bij Gabriel Marcel vind als hij het heeft over “van zijn terug naar hebben gaan”. In de beleving van vervulling mogen we in de sfeer van het hebben (de D-liefde) weer anderen in onze omgeving dienen.

Ten slotte moet ik ook nog even een lichte irritatie kwijt over de zelfactualiserende persoon. In mijn beleving kan dit nooit een definitief stadium zijn waarin de persoon zichzelf genoeg is. Dat is mij te onthecht en te solistisch. Dit ken ik niet uit mijn ervaring en niet uit de ervaring van grote helden in de geschiedenis. Zelfs van moeder Theresa zijn onlangs haar diepe twijfels bekend geworden in haar brieven.

In mijn beleving meen ik soms Z-liefde te ervaren, maar vooral ook veel D-liefde. Dan kan het een topervaring zijn wanneer anderen met hun Z-liefde mijn nood (D-liefde) kunnen lenigen (2 Kor 8:14) Liefde kan immers nooit op zichzelf staan. Dit lees ik in de bijbel en is volgens mij een verruimend en dienend kader voor Maslow’s boeiende inzichten en ontdekkingen.

Wanneer een zelfactualiserend persoon van de 1 op de andere dag in een rolstoel belandt, zal hij ook veel nood beleven, waarbij hij mag hopen op genoeg Z- of D-liefde van de mensen om hem heen. Volgens mij zijn we allemaal soms de gever en soms de ontvanger.

Maar het kan zijn dat ik Maslow tekort doe en dat is niet mijn bedoeling. Dat hoor ik dan graag…

Read Full Post »

“Alleen degenen die dagen doorleefd hebben waarin woorden betekenisloos waren, waarin de prachtigste theorieën klonken als schuttingtaal, alleen zij die het uiterste niet-weten, het stemloos zijn van een door het wonder getroffen ziel, de totale sprake–loosheid hebben ervaren, zijn in staat om zich te begeven in de betekenis van God, een betekenis groter dan de menselijke geest. Er is een eenzaamheid in ons die luistert. Als de ziel het gezelschap van het ego en zijn gevolg van onnozele ideeën verlaat; wanneer we ophouden met het uitbuiten van alle dingen en in plaats daarvan de kreet van de wereld, het zuchten van de wereld smeken, dan hoort onze eenzaamheid misschien de levende genade die alle macht te boven gaat.

We moeten eerst in de duisternis turen, ons gewurgd en begraven voelen in de hopeloosheid van het leven zonder God, voor–dat we gereed zijn om de nabijheid van zijn levende licht te ervaren.”

Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens” h13.3

Abraham Joshua Heshel (1907-1972) was joods filosoof en rabbijn, geboren in Polen en tijdens de oorlog verhuisd naar de States. In dit boek doet hij in de eerste hoofdstukken een poging om geloof te positioneren ten opzichte van wijsbegeerte en wetenschap en geeft hij aan dat geloven alles te maken heeft met gebeurtenissen en ervaringen. Hij maakt allereerst in zijn boek onderscheid tussen concepten en gebeurtenissen. Geloof behoort tot de sfeer van gebeurtenissen. Israel had immers ervaringen met God meegemaakt, waarvan de getuigenissen werden opgeschreven in de bijbel. Dit geldt m.i. ook voor het nieuwe testament. De Grieken hielden zich vooral bezig met concepten.

Als geloof tot de sfeer van gebeurtenissen behoort komt het ook via onze ervaring bij ons binnen. De ervaring van God’s aanwezigheid of het uitblijven van deze ervaring. De ervaring van het lezen van de bijbel waarin we ervaren dat God spreekt of het uitblijven van deze ervaring. Ook de ervaring van anderen die we door getuigenissen krijgen overgeleverd kunnen we op betrouwbaarheid toetsen. De ervaring telt, maar het uitblijven van de ervaring telt ook. Maar de cattegorie van de gebeurtenis is er altijd openheid, want we staan open voor nieuwe ervaringen van gebeurtenissen. Dit geldt wat mij betreft ook voor mijn geloofservaringen.

De ervaring die Heschel hier beschrijft, is de ervaring van onze eenzaamheid die we ervaren als we door het wonder worden getroffen en woorden en theorien betekenisloos zijn geworden. Dit lijkt misschien wat spectaculair omdat we niet altijd de wonderen als wonderen in onze ervaring beleven. Voor Heschel heeft dit te maken met onze (on)gevoeligheid voor het wonder.

Voor Gabriel Marcel is de eenzaamheid wat dichterbij en kan ik dit ervaren in het ondeelbare van mijzelf met de mensen om mij heen. Tot op zekere hoogte kan ik ‘mezelf’ met mensen delen, maar hoe ‘dieper’ ik in mijn ervaring kom, hoe meer ik merk dat woorden tekort schieten en dat het delen met anderen dus niet mogelijk is. Een gevoel van eigenheid gaat dan samen met het het gevoel van eenzaamheid. Deze eenzaamheid die we kunnen ervaren luistert. Het is een eenzaamheid die niet met mensen kan worden gedeeld maar wel vraagt om gedeeld te worden.

In termen van benedictijner monnik Anselm Grün lijkt Heschel onze existentiele eenzaamheid te beschrijven in termen van “spiritualiteit van boven” (vanuit de openbaring > het wonder is er door God gegeven en als wij het ervaren dan bewerkt dit aanvankelijk een eenzaamheid) en Marcel in termen van “spiritualiteit van beneden” (vanuit de menselijke ervaring > waar komen wij onze eenzaamheid tegen en hoe gaan we ermee om). Misschien zijn het wel twee kanten van dezelfde medaille.

Zo wordt eenzaamheid ook een besef van “zijn”. Misschien wel beleeft als de onaangenaam isolement, maar soms ook als aangenaam besef van eigenheid. Beide gevoelens kunnen ontstaan wanneer we onze eigenheid, identiteit, uniciteit beleven. Dit lijkt Emanuel Levinas te omschrijven met termen als “anders zijn” en de ander, zelfs de oneindige ander. Deze ervaring van ons anders zijn loopt volgens Levinas altijd via de ander. Misschien het eerst wanneer ik ontdek dat ik anders ben dan mijn ouders en mijn broer of zus. Niet voor niets hebben volgens de psychologie meisjes meer moeite om uit de moedersymbiose te komen dan jongens.

Martin Bubers formulering is dat het ik, ik wordt door het gij, vanuit het grondwoord ik-gij. Het begint bij een ‘symbiose’ of confluentie (Perls) maar het ik zet zich af omdat het zijn eigenheid beleeft. Deze groei houdt eenzaamheid in.

Deze eenzaamheid geeft ons het besef dat we niet alles met mensen kunnen delen. Deze eenzaamheid kan ons gevoelig maken voor Degene met wie we wel alles kunnen delen. Volgens mij was het Goethe die al zei: “Over heel wat dingen kan ik alleen met God spreken.”

Niet alleen gaan we in onze ervaring voorbij aan de anderen, we beleven ook een eenzaamheid in onszelf die ons afkeert van de dingen, ons ego en onze onnozele gedachten. Zo gaat onze ervaring aan deze dingen voorbij en strekt zich uit naar “de levende genade die alle macht te boven gaat”.

De incarnatie maakt de beweging andersom. Het laat zien dat er een weg is die terugvoert naar de concretisering, naar mijn mens-zijn. De grote God wordt in Jezus Christus mens als ik en daalt af in mijn bestaan. Hij neemt deel aan ons ‘hebben’ (lichaam, ouders etc) en krijgt zo deel aan ons ‘zijn’. Zonder God’s afdaling zijn we overgelevert aan de metafysica en andere theoretische systemen of ‘wereldgeesten’. God daalde af en kwam in onze concrete ervaring. De apostelen hebben hebben gezien, gehoord en gevoeld. Voor en na de dood en opstanding van Jezus. En van deze ervaring hebben zijn getuigd. Hun getuigenis komt bij mij binnen via de ervaring van het horen en later ook via het lezen. Zoals Jezus in Joh 17 bidt: Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.

Het is de ervaring van het horen/lezen wat ons overtuigd van Gods spreken. Of dit nu door de bijbel is of door de andere verwijzingen naar God en zijn genade voor ons. De bijbel is de verkondiging van de apostelen van Jezus. En daarna volgen de vele getuigenissen van mensen in de geschiedenis die God hebben beleefd in Jezus Christus.

Ook hierin gaat het geloof vanuit de ervaring van het hebben naar het zijn. De boodschap die we hebben ontvangen, vraagt om een reflectie en een reactie. Misschien zijn we nog niet gelijk overtuigd, zoals Thomas die meer nodig had dan het getuigenis van de anderen. Hij wilde het zelf meemaken. Jezus wees hem hierom niet af maar kwam hem hierin tegemoet. Thomas voelde de wonden van Jezus en noemde Hem zijn Heer.

We hebben de uitnodiging ontvangen in woorden, en reageren hierop met onze gedachten en overwegingen maar het is vanuit de sfeer ons zijn waarin wij elke keer weer onze positie bepalen. Voorlopig afwijzend of aanvaardend.

Hierin noemt de bijbel ook de werking van Gods Geest, maar ik wil het nu maar even houden bij onze individuele verantwoordelijkheid.

Ronald

===

Meer over Heschel lezen?

http://nl.wikipedia.org/wiki/Abraham_Joshua_Heschel

Via de link in de kantlijn kom je op de site waar zijn boek online staat gepubliceerd.

Read Full Post »

‘Hebben en zijn’ kan vanuit het denken van Marcel net zo goed ‘zijn en hebben’ worden. Omdat Marcel zich had voorgenomen om de ervaring trouw te blijven ligt misschien hebben en zijn voor de hand. Dit is immers de weg van de mens als hij opgroeit. Eerst is er de ervaring van het hebben en ligt daar de nadruk, die langzaam aan verschuift naar een besef van zijn die dit hebben overstijgt en die continuiteit geeft.

Marcel riep de mens op om een menswaardig bestaan te leven. Zo was hij erg bedachtzaam tegen de industrialisering en de modernisering van zijn tijd. Daarin zag hij dat de mens zich teveel verenigde met de sfeer van het hebben. Daarin was de oproep nodig om mensen wakker te schudden voor een zijnsbeleving die de hele mens rechtdoet. Een zijnsbeleving die de mens niet reduceert tot nummers en fysische processen. De mens overstijgt deze sfeer van het hebben en komt zo tot de ervaring van zijn “zijn”.

Anderzijds heeft Marcel het ook over de weg terug van zijn naar hebben. In de sfeer van het zijn heeft de mens een ervaring die niet alleen de dingen te boven gaat, maar ook de woorden. Woorden behoren immers ook tot de sfeer van het hebben. In dit proces van loslaten van het hebben is daar een ervaring die de dingen en woorden overstijgt. De ervaring van zijn die zich verbindt met God. Daarin ligt immers een mensoverstijgend zijn. Maar niet onmenselijk, want de God van Marcel moest wel de God van de bijbel zijn. De God die mensen had gemaakt naar zijn beeld. Geen onpersoonlijke kracht zoals de New Age en andere esoterici. Daarin kan een mens immers niet in kwijt. Dat is een niets, terwijl God juist meer moet zijn dan menselijk. De mens kan zich zo verliezen in God’s grootheid. God die de mens schiep naar zijn beeld en zelf ook afdaalde in zijn schepping als mens. Zo kan een mens weer opklimmen tot God en daar zijn ultieme zijn beleven.

Maar daar kan het nooit bij blijven. Dit besef vraagt om “incarnatie” in de wereld van het deelbare menselijke en stoffelijke. Deze ervaring wil onder woorden gebracht worden zodat we het kunnen vatten en het kunnen delen met onze medemens. Dan komen we weer uit de sfeer van het zijn naar de sfeer van het hebben en neemt het vormen aan die kwetsbaar zijn voor geweld en voor misvorming.

Read Full Post »