Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘spiritualiteit’ Category

Ondanks mijn eerder geuitte irritatie is deze zelfactualiserende mens toch een boeiend ideaal van Maslow, wat mij verder kan helpen bij een verduidelijking van mijn eigen gedachten. Daarnaast zie ik ook heilzame factoren voor mijn persoonlijke ontwikkeling, wanneer ik dit plaats in een ruimer kader van menswaardigheid en religieuziteit.

Ik wil alvast een beetje verkennen wat Maslow heeft gezegd over gezonde religie. Dat komt namelijk erg in de buurt van de theologische gedachten van mensen die zich “post-christelijk” en “religieus zonder religie” noemen. Vooral de laatste term past heel goed bij Maslow. De mens heeft onmiskenbaar religieuze functies – heeft Maslow ontdekt – maar moet voorzichtig zijn met een religie die autoritair is en de persoonlijke groei belemmert.

“Gezonde religie is gericht op menselijke groei en op volkomen respectable natuurlijke betekenissen (zoals in Fromm’s geschriften – volgens Maslow) maar in handen van een anti-intellectuele kerk zal neigen tot blind geloof, soms zelfs geloof in “wat je weet dat niet zo is”. Het heeft de neiging onvoorwaardelijke gehooraamheid te worden en onwankelbare trouw aan wat dan ook” (religie en topervaring p.23)

Dat wetenschap zich beperkt tot de “de sfeer van het hebben” is begrijpelijk als je bedenkt dat het een gesubsidieerde activiteit is binnen maatschappelijke sferen met de daarvoor geldende afspraken. Maar als religie zich ook tot deze sfeer beperkt, raakt het in de problemen die Maslow op een treffende manier aanwijst. Religieuze mensen kan je maar tot op zekere hoogte aan afspraken houden als het gaat om orde en positieve maatschappelijke betrokkenheid. Gek genoeg zitten er bijvoorbeeld in het joods-christelijk geloof juist waarden die dit zullen ondersteunen en kunnen inspireren (zoals: geloof, hoop en liefde). Verder is de religieuze “functie” vooral ook een prive aangelegenheid in kleinere kring waarin juist individuele verschillen mogen bestaan. De religieuze functie functioneert zo in een ruimer kader dan wetenschap.

Hier probeert Maslow recht aan te doen met behulp van een existentieel humanistisch kader door voor te stellen dat zowel wetenschap als godsdienst elkaar nodig hebben om verder te komen.

Daarin lijkt hij toch voorbij de sfeer van het hebben te komen tot een besef dat er meer is dan theorie en denken. De sfeer van het Zijn. Maar anders dan zijn maatjes Fromm (waarden) en Frankl (zingeving), blijft het begrip voor Maslow een grote nadruk houden (R&T, p.11) . Maar dan wel een begrip ten dienste van de menselijke groei. En wie kan daar nu tegen zijn..

Read Full Post »

(een vervolg van mijn vorige blog, maar kan ook los gelezen kan worden)

Een interessant gedachte-experiment lijkt me om de behoefte-piramide van Maslow te vergelijken is met Kierkegaard’s 3 typeringen van de mens.

Dan zou de esthetische mens van Kierkegaard in de onderste regionen zitten van de piramide (zie schema beneden). Gericht op eigen genot en eigen behoeften. Misschien kan het ook nog wel verder opklimmen in de piramide, maar het zal altijd beperkt blijven tot de primaire drive van de eigen behoeften en het streven naar directe of indirecte bevrediging van eigen behoeften. De ethische mens van Kierkegaard zal wellicht beseffen dat dit streven on-ethisch is. Het zal vanuit schuldgevoel kunnen komen tot de zorg voor de behoefte van anderen. Maar of deze mens het stadium van zelfontwikkeling zal bereiken is nauwelijks denkbaar. Daarvoor wordt hij teveel door een zware last belemmerd. De religieuze mens bij Kierkegaard zal in staat zijn tot zelfontwikkeling. Deze mens beleeft zichzelf als uniek individu voor God en zal het eigen streven naar een hoge ethisch moraal en de ervaring van onvermogen daarin kunnen relativeren vanuit zijn Godsrelatie.

Ik krijg sterk de indruk dat Maslow Kierkegaard onder de nee-zeggende Europese existentialisten schaart. Deze existentialisten neemt hij niet te veel au serieux omdat ze blijven doorhameren op vrees, angst, wanhoop en al dat soort gevoelens. Waarvoor hun enige remedie schijnt te bestaan in maar doorzetten en volhouden. Ik ga verder met citeren: “Dit super-intelligente gejammer op kosmische schaal treedt op overal waar een bron van waarden niet of niet meer functioneert. Zij hadden van de psychotherapeuten moeten leren dat het verlies van illusies en het ontdekken van identiteit, hoe pijnlijk ook in het begin, uiteindelijk kan leiden tot een toestand van nieuwe levensmoed en grotere kracht. En de afwezigheid van iedere vermelding van top-ervaringen, van vreugde, van extase of zelfs maar van normaal geluk leidt natuurlijk tot sterke verdenking. De meeste mensen kennen en vreugde en tragiek, in wisselende proporties” (‘psychologie van het menselijk zijn’ p.26)

Ik wil de wetenschappelijke status van Maslow hier niet bij voorbaat al ondermijnen. Maar ik kan toch niet anders zeggen dat Maslow maar weinig van de “jammerende Europese existentialisten” heeft begrepen. Ik ben namelijk al vele topervaringen tegengekomen bij deze mensen, terwijl ik lang niet alles heb gelezen.

Neem Kierkegaard’s beschrijving van zijn extase in zijn gebed. Toen daarna een vlieg op zijn neus ging zitten en hij plotsklaps uit deze topervaring afdaalde naar de lagere regionen in de piramide, is dat voor mij een signaal dat “tragiek en vreugde” ook in het leven van Kierkegaard in wisselende proporties aanwezig waren.

Ook Marcel kende deze extase. Hij was een vervent pianospeler en kon opgaan tijdens het spelen en luisteren van de muziek van Mozart. Ook de beschrijving van zijn bekering op 40 jarige leeftijd komt op mij over als een topervaring. Een verheffende ervaring van vreugde gepaard gaand met een inzicht dat alles wat hij voorheen heeft gedacht op zijn plaats laat vallen.

Maslow had er goed aan gedaan om dit ook even mee te nemen in zijn evaluatie van de “jammerende Europese existentialisten”. Dan zou hij misschien anders hebben geevalueerd.

Dat een externe bron van waarden niet meer functioneert valt niet zomaar even te relativeren door je te richten op de menselijke mogelijkheden en de groei van je identiteit. Volgens mij blijf je dan teveel in de illusie steken dat de psychologie ons een genoegzaam wereldbeeld kan verstrekken, waarin onze zelfactualisering het hoogste doel is. Dat kan misschien een mooi psychologisch doel zijn, maar in de omgang met anderen en met vragen over leven en dood lijkt me dat een beperkte doelstelling. In de zelfactualisatie zullen we ook weer moeten afstemmen op externe waardebronnen die we nog steeds vertrouwen, ook al functioneren ze op bepaalde momenten niet adequaat. Dit hoeft niet aan de externe bronnen te liggen. Het kan ook aan onze interpretatie liggen en de bril waardoor wij met deze externe waardebron zijn omgegaan. Maslow’s raakt best een goed punt, maar werkt dit gebrekkig uit. Waarbij ik de indruk krijg dat hij met het kind ook het badwater weggooit, omdat het een belemmering zou zijn voor de eigen zelf-actualisatie. Dit was ook wel een trend bij de humanisten uit die tijd. Volgens mij moeten we soms worstelen en wanhopig zijn omdat we daar alle reden toe hebben. In deze worsteling kunnen we ook weer hoop ontwikkelen en nieuw zicht krijgen op externe waardebronnen, die ons leven kunnen verrijken.

Ik ben benieuwd hoe Maslow het menselijk geweten een plek geeft in zijn theorie. Zal dit dan ook een belemmering zijn voor de zelfactualiserende mens?

Het lijkt me een behoorlijk eenzijdig westerse mensopvatting gestimuleerd vanuit een welvaartdenken waarin het welbegrepen eigenbelang ook heilzaam kan zijn voor de medemens.

Maar goed. Maslow kan zich niet meer verdedigen dus ik zal hem met veel respect behandelen en afsluiten met de opmerking dat ondanks dit misverstand van Maslow er toch veel boeiende gedachten zijn te vinden bij Maslow.

Hij blijft voor mij 1 van de grootste psychologen allertijden omdat hij wel op zoek ging naar menswaardigheid en zijn theorie en therapie in dienst stelde om de mens te bevrijden tot een zelfactualiserend persoon

Read Full Post »

Als het om leermodellen gaat, heeft het model van Kolb nog steeds een praktische waarde. Dit model laat zien op welke manier mensen leren. Het gaat er van uit dat elk mens een persoonlijke leerstijl heeft. De een leert meer door zijn eigen ervaring te observen en de ander leert meer door de toepassing van richtlijnen. Dat heeft Kolb in schema gebracht. Elk mens heeft zo een eigen leerstijl. Ik heb dit schema veel gebruikt bij de begeleiding van studenten. Het heeft me geleerd dat niet iedereen dezelfde leerstijl heeft als ik. De een leert veel door het lezen van boeken en de ander moet gewoon maar aan de slag en terugkijken op zijn eigen ervaring.

leercyluskolbDit model laat ook zien hoe praktisch filosofie kan zijn. Het model is namelijk het schema wat is terug te voeren op de hermeneutische filosofie. Namen die hierbij horen zijn Wilhelm Dilthey en Hans-Georg Gadamer.

In hun onvrede op het subject-objectschema van Descartes, kwamen zij tot hun hermeneutische kennismethode. Kennis was niet langer meer een speurtocht naar de ongrijpbare objectieve kennis in onszelf. Het besef drong door dat al ons kennen subjectief is en plaatsvindt in de tijd. In de hermeneutische visie verkrijgen we kennis door onze ervaring waarop we reflecteren en vervolgens abstraheren tot algemene concepten. Vanuit die algemene concepten benaderen we via praktische lichtlijnen de werkelijkheid die we tegenkomen in onze ervaring. En zo is de cirkel rond. Het maakt dus niet uit waar je instapt.

Deze cirkel verheldert voor mij ook de ervaring van hebben en zijn. Deze ervaring kan je immers ook voorstellen in een cirkel. Hebben is meestal de laag waar we beginnen, de concrete ervaring bij Kolb. De ‘hebben en zijn cirkel’ overstijgt echter de cirkel van Kolb, want met concepten ontstijgen we nog steeds niet ‘de sfeer van het hebben’. Concepten kunnen we immers ‘hebben’. Vanuit het hebben – waar ook de taal een belangrijk rol speelt als we reflecteren en met anderen communiceren – komen we in de existentiele cirkel tot het einde van het mededeelzame. Door het besef dat we meer zijn dan wat we hebben, overstijgen we in onze ervaring de sfeer van het hebben. Dit is de ervaring van het ‘zijn’. Of eigenlde ervaring van het feit dat we dit beseffen, is zijn.

Zo zou je een schema kunnen maken met een kleinere hermeneutische cirkel die nog altijd in het mededeelzame blijft en daaromheen nog een hogere existentiele cirkel die uitstijgt in de onmededeelbare individuele. Een soort elips met een shortcut.

In de existentiele cirkel worden we uiteindelijk geconfronteerd met onze uniciteit, in dit besef ervaren we dus ook vaak eenzaamheid. Uniciteit en eenzaamheid gaan vaak samen.

Henri Nouwen noemt in zijn boekje “Open uw hart” drie wegen: de weg naar jezelf, -de ander en -God. De eerste weg naar jezelf: “van eenzaamheid naar alleen-zijn”. Dat is een weg naar een positieve omgang met je uniciteit als houding naar jezelf. Hier valt nog meer over te zeggen.

Het gaat me nu om het moment dat we deze zijns-beleving ervaren. Het is de ervaring dat we ons ‘zelf’ niet kunnen vullen met wat we hebben. Naast eenzaamheid, uniciteit, kunnen we hierin ook leegte ervaren. En omdat eenzaamheid en leegte onrustig maken en om vulling/aanwezigheid vragen, gaan we op zoek. We kunnen dan weer in de cirkel naar de sfeer van het ‘hebben’ en ons vullen met nog meer ‘hebben-dingen’, waar we vervolgens weer zullen ontdekken dat we ons niet kunnen vullen met hebben-dingen. Filosofisch gezegd: dat is een categorische fout.

Zo was er een popster die bij een poging tot zelfmoord deze worsteling liet zien. Hij sprak over zijn zoektocht naar vervulling, waar geld en rijkdom niet in kon voorzien. De illusie dat geld zijn leegte kon vullen moest hij inleveren. De ondraaglijkheid van deze leegte dreef hem tot wanhoop. Illusies zijn tijdelijke vullingen van onze leegte.

Sommigen noemen hier de liefde als de ultieme vervulling. Met liefde kan je een eind komen. maar een ander mens kan nooit je uiteindelijke vervulling zijn. De verschillen gaan opvallen en daar kan leegte ontstaan en eenzaamheid.

Gabriel Marcel

Gabriel Marcel

Volgens Gabriel Marcel lukt de vervulling alleen als ik deze zoek in datgene wat groter is dan ikzelf. De uiteindelijke vervulling kan ook niet zijn in het onpersoonlijke (spijtig voor boeddhisme & new age ). Het moet minimaal persoonlijk zijn en minimaal menselijk.Dan komen we uit bij God. De mens is immers uit God en God gaat boven ons uit. ‘Transcendent boven alles uit en immanent aanwezig’ is de formule die we lenen uit de theologie.

Dit is door sommigen ook wel het exitentialistisch godsbewijs genoemd, maar omdat bewijs in een existentialistisch kader moeilijk een algemeengeldend karakter kan hebben, klinkt dit ongepast. God bewijzen dient alleen een persoonlijk nut en hooguit een beperkt intersubjectief doel. Christelijke existentialisten zullen er misschien op wijzen, dat God zich in onze ervaring aandient en Hij meer en groter is dan de wereld van het rationele kennen (Ik ben dus ik denk). God gaat daar bovenuit en leren we kennen in een persoonlijke gerichtheid tot hem, voorbij het rationele. Niet alleen met ons verstand, maar met ons hart, ziel en verstand. Met alles wat we hebben staan we dan voor God in het besef dat we in een verhouding tot onszelf staan en zo ook in een verhouding tot God. Dat lijkt me een persoonlijk contact met de levende God.

Meestal niet onmiddelijk zichtbaar en niet onmiddelijk hoorbaar. God laat zich aan mij en aan anderen veelal indirect kennen en voedt zo mijn vertrouwen dat Hij er is, als de IKBEN.

Wanneer we deze cirkel tot in het uiterste zijn gegaan en onze vervulling in God beleven, dan kunnen we daar niet blijven. We zullen weer moeten landen in het leven van alledag, in het mededeelbare, de taal en de symbolen kunnen verwijzingen zijn naar deze ongrijpbare wereld, maar de incarnatie in vlees en bloed is onvermijdelijk. Dit is voorwaarde om deze ervaring te kunnen delen met anderen en ons te kunnen verbinden.

Dat kan “hebben en zijn” dus tot een praktisch ervaring maken, waarbij we via de inkeer beseffen dat niets wat we hebben ervaren ons kan vervullen. Wanneer we dit bij God kunnen vinden dan ontstijgen we het mededeelbare in een persoonlijk contact en wordt het weer vlees en bloed als we hierover met anderen willen spreken.

Dan is het bijzonder dat de bijbel spreekt over een God die afdaalt naar mensen. Jezus Christus incarneerde als God onder de mensen. Werd mens zoals wij (zie kerst). Omdat Hij incarneerde als mens, ons menszijn aandeed en zo ook onze ziekte, vreugde, zonde en pijn in zijn ervaring meemaakte en na zijn opstanding weer terug ging naar God in de hemel, is de cirkel voor ons mogelijk geworden naar God. Het is de cirkel van de Goddelijke incarnatie en de hemelvarende mens Christus Jezus, waarin Vader Zoon en Heilige Geest de cirkel rondmaken.

Een invulling die ik bij Marcel nog niet ben tegengekomen. Maar ik moet genoeg lef hebben om af en toe een eenzame weg in te gaan en mij op paden begeven waar ik (nog) geen bijval krijg. Misschien zie ik later wel dat het een weg was die al velen hebben bewandeld, misschien ook niet…

Een avontuurlijke reis die mij doet denken aan Tolkien’s sprookje “De smid van Groot-Wolding”.

verder zoeken?

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hermeneutiek

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hans-Georg_Gadamer

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelm_Dilthey

http://www.bol.com/nl/p/boeken/sprookjes-en-vertellingen/666861225/index.html

Read Full Post »

“Alleen degenen die dagen doorleefd hebben waarin woorden betekenisloos waren, waarin de prachtigste theorieën klonken als schuttingtaal, alleen zij die het uiterste niet-weten, het stemloos zijn van een door het wonder getroffen ziel, de totale sprake–loosheid hebben ervaren, zijn in staat om zich te begeven in de betekenis van God, een betekenis groter dan de menselijke geest. Er is een eenzaamheid in ons die luistert. Als de ziel het gezelschap van het ego en zijn gevolg van onnozele ideeën verlaat; wanneer we ophouden met het uitbuiten van alle dingen en in plaats daarvan de kreet van de wereld, het zuchten van de wereld smeken, dan hoort onze eenzaamheid misschien de levende genade die alle macht te boven gaat.

We moeten eerst in de duisternis turen, ons gewurgd en begraven voelen in de hopeloosheid van het leven zonder God, voor–dat we gereed zijn om de nabijheid van zijn levende licht te ervaren.”

Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens” h13.3

Abraham Joshua Heshel (1907-1972) was joods filosoof en rabbijn, geboren in Polen en tijdens de oorlog verhuisd naar de States. In dit boek doet hij in de eerste hoofdstukken een poging om geloof te positioneren ten opzichte van wijsbegeerte en wetenschap en geeft hij aan dat geloven alles te maken heeft met gebeurtenissen en ervaringen. Hij maakt allereerst in zijn boek onderscheid tussen concepten en gebeurtenissen. Geloof behoort tot de sfeer van gebeurtenissen. Israel had immers ervaringen met God meegemaakt, waarvan de getuigenissen werden opgeschreven in de bijbel. Dit geldt m.i. ook voor het nieuwe testament. De Grieken hielden zich vooral bezig met concepten.

Als geloof tot de sfeer van gebeurtenissen behoort komt het ook via onze ervaring bij ons binnen. De ervaring van God’s aanwezigheid of het uitblijven van deze ervaring. De ervaring van het lezen van de bijbel waarin we ervaren dat God spreekt of het uitblijven van deze ervaring. Ook de ervaring van anderen die we door getuigenissen krijgen overgeleverd kunnen we op betrouwbaarheid toetsen. De ervaring telt, maar het uitblijven van de ervaring telt ook. Maar de cattegorie van de gebeurtenis is er altijd openheid, want we staan open voor nieuwe ervaringen van gebeurtenissen. Dit geldt wat mij betreft ook voor mijn geloofservaringen.

De ervaring die Heschel hier beschrijft, is de ervaring van onze eenzaamheid die we ervaren als we door het wonder worden getroffen en woorden en theorien betekenisloos zijn geworden. Dit lijkt misschien wat spectaculair omdat we niet altijd de wonderen als wonderen in onze ervaring beleven. Voor Heschel heeft dit te maken met onze (on)gevoeligheid voor het wonder.

Voor Gabriel Marcel is de eenzaamheid wat dichterbij en kan ik dit ervaren in het ondeelbare van mijzelf met de mensen om mij heen. Tot op zekere hoogte kan ik ‘mezelf’ met mensen delen, maar hoe ‘dieper’ ik in mijn ervaring kom, hoe meer ik merk dat woorden tekort schieten en dat het delen met anderen dus niet mogelijk is. Een gevoel van eigenheid gaat dan samen met het het gevoel van eenzaamheid. Deze eenzaamheid die we kunnen ervaren luistert. Het is een eenzaamheid die niet met mensen kan worden gedeeld maar wel vraagt om gedeeld te worden.

In termen van benedictijner monnik Anselm Grün lijkt Heschel onze existentiele eenzaamheid te beschrijven in termen van “spiritualiteit van boven” (vanuit de openbaring > het wonder is er door God gegeven en als wij het ervaren dan bewerkt dit aanvankelijk een eenzaamheid) en Marcel in termen van “spiritualiteit van beneden” (vanuit de menselijke ervaring > waar komen wij onze eenzaamheid tegen en hoe gaan we ermee om). Misschien zijn het wel twee kanten van dezelfde medaille.

Zo wordt eenzaamheid ook een besef van “zijn”. Misschien wel beleeft als de onaangenaam isolement, maar soms ook als aangenaam besef van eigenheid. Beide gevoelens kunnen ontstaan wanneer we onze eigenheid, identiteit, uniciteit beleven. Dit lijkt Emanuel Levinas te omschrijven met termen als “anders zijn” en de ander, zelfs de oneindige ander. Deze ervaring van ons anders zijn loopt volgens Levinas altijd via de ander. Misschien het eerst wanneer ik ontdek dat ik anders ben dan mijn ouders en mijn broer of zus. Niet voor niets hebben volgens de psychologie meisjes meer moeite om uit de moedersymbiose te komen dan jongens.

Martin Bubers formulering is dat het ik, ik wordt door het gij, vanuit het grondwoord ik-gij. Het begint bij een ‘symbiose’ of confluentie (Perls) maar het ik zet zich af omdat het zijn eigenheid beleeft. Deze groei houdt eenzaamheid in.

Deze eenzaamheid geeft ons het besef dat we niet alles met mensen kunnen delen. Deze eenzaamheid kan ons gevoelig maken voor Degene met wie we wel alles kunnen delen. Volgens mij was het Goethe die al zei: “Over heel wat dingen kan ik alleen met God spreken.”

Niet alleen gaan we in onze ervaring voorbij aan de anderen, we beleven ook een eenzaamheid in onszelf die ons afkeert van de dingen, ons ego en onze onnozele gedachten. Zo gaat onze ervaring aan deze dingen voorbij en strekt zich uit naar “de levende genade die alle macht te boven gaat”.

De incarnatie maakt de beweging andersom. Het laat zien dat er een weg is die terugvoert naar de concretisering, naar mijn mens-zijn. De grote God wordt in Jezus Christus mens als ik en daalt af in mijn bestaan. Hij neemt deel aan ons ‘hebben’ (lichaam, ouders etc) en krijgt zo deel aan ons ‘zijn’. Zonder God’s afdaling zijn we overgelevert aan de metafysica en andere theoretische systemen of ‘wereldgeesten’. God daalde af en kwam in onze concrete ervaring. De apostelen hebben hebben gezien, gehoord en gevoeld. Voor en na de dood en opstanding van Jezus. En van deze ervaring hebben zijn getuigd. Hun getuigenis komt bij mij binnen via de ervaring van het horen en later ook via het lezen. Zoals Jezus in Joh 17 bidt: Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.

Het is de ervaring van het horen/lezen wat ons overtuigd van Gods spreken. Of dit nu door de bijbel is of door de andere verwijzingen naar God en zijn genade voor ons. De bijbel is de verkondiging van de apostelen van Jezus. En daarna volgen de vele getuigenissen van mensen in de geschiedenis die God hebben beleefd in Jezus Christus.

Ook hierin gaat het geloof vanuit de ervaring van het hebben naar het zijn. De boodschap die we hebben ontvangen, vraagt om een reflectie en een reactie. Misschien zijn we nog niet gelijk overtuigd, zoals Thomas die meer nodig had dan het getuigenis van de anderen. Hij wilde het zelf meemaken. Jezus wees hem hierom niet af maar kwam hem hierin tegemoet. Thomas voelde de wonden van Jezus en noemde Hem zijn Heer.

We hebben de uitnodiging ontvangen in woorden, en reageren hierop met onze gedachten en overwegingen maar het is vanuit de sfeer ons zijn waarin wij elke keer weer onze positie bepalen. Voorlopig afwijzend of aanvaardend.

Hierin noemt de bijbel ook de werking van Gods Geest, maar ik wil het nu maar even houden bij onze individuele verantwoordelijkheid.

Ronald

===

Meer over Heschel lezen?

http://nl.wikipedia.org/wiki/Abraham_Joshua_Heschel

Via de link in de kantlijn kom je op de site waar zijn boek online staat gepubliceerd.

Read Full Post »

‘Hebben en zijn’ kan vanuit het denken van Marcel net zo goed ‘zijn en hebben’ worden. Omdat Marcel zich had voorgenomen om de ervaring trouw te blijven ligt misschien hebben en zijn voor de hand. Dit is immers de weg van de mens als hij opgroeit. Eerst is er de ervaring van het hebben en ligt daar de nadruk, die langzaam aan verschuift naar een besef van zijn die dit hebben overstijgt en die continuiteit geeft.

Marcel riep de mens op om een menswaardig bestaan te leven. Zo was hij erg bedachtzaam tegen de industrialisering en de modernisering van zijn tijd. Daarin zag hij dat de mens zich teveel verenigde met de sfeer van het hebben. Daarin was de oproep nodig om mensen wakker te schudden voor een zijnsbeleving die de hele mens rechtdoet. Een zijnsbeleving die de mens niet reduceert tot nummers en fysische processen. De mens overstijgt deze sfeer van het hebben en komt zo tot de ervaring van zijn “zijn”.

Anderzijds heeft Marcel het ook over de weg terug van zijn naar hebben. In de sfeer van het zijn heeft de mens een ervaring die niet alleen de dingen te boven gaat, maar ook de woorden. Woorden behoren immers ook tot de sfeer van het hebben. In dit proces van loslaten van het hebben is daar een ervaring die de dingen en woorden overstijgt. De ervaring van zijn die zich verbindt met God. Daarin ligt immers een mensoverstijgend zijn. Maar niet onmenselijk, want de God van Marcel moest wel de God van de bijbel zijn. De God die mensen had gemaakt naar zijn beeld. Geen onpersoonlijke kracht zoals de New Age en andere esoterici. Daarin kan een mens immers niet in kwijt. Dat is een niets, terwijl God juist meer moet zijn dan menselijk. De mens kan zich zo verliezen in God’s grootheid. God die de mens schiep naar zijn beeld en zelf ook afdaalde in zijn schepping als mens. Zo kan een mens weer opklimmen tot God en daar zijn ultieme zijn beleven.

Maar daar kan het nooit bij blijven. Dit besef vraagt om “incarnatie” in de wereld van het deelbare menselijke en stoffelijke. Deze ervaring wil onder woorden gebracht worden zodat we het kunnen vatten en het kunnen delen met onze medemens. Dan komen we weer uit de sfeer van het zijn naar de sfeer van het hebben en neemt het vormen aan die kwetsbaar zijn voor geweld en voor misvorming.

Read Full Post »