Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘zijn en hebben’ Category

Door mijn overdenkingen van Maslow en mijn reactie daarop krijg ik opeens ook weer meer zicht en betere woorden om iets te roepen over mijn motivatie voor dit project van zijn&hebben. Als ik dit hier wil delen, zal ik een stap moeten zetten om meer te laten zien uit de context van mijn persoonlijke ontwikkeling. Daar komtie dan…

Deze zijn&hebben-blog is eigenlijk het gevolg van een crisis die ik heb ervaren in mijn denken en mijn voelen. Er is een periode in mijn leven geweest waarin ik denken en voelen aardig in balans had. Ik was toen 6 jaar (grapje=) Toen kwam er een periode waarin ik nadrukkelijk gevoelsgericht werd. Ik wilde dingen voelen en beleven die ik daarvoor nog niet had beleeft. Het ging mij toen om de “kick”. Toen kreeg ik een ervaring waardoor ik schrok van deze levenshouding. Deze ervaring bracht mij er ook toe om meer mijn heil te zoeken in rationaleit. Ik verdiepte mij in een breed veld van theoretische lectuur om maar meer grip te krijgen op de werkelijk om mij heen en in mijzelf. Ik hoopte dat dit mij gerust zou stellen en mij zou leiden naar innerlijke vrede of op zijn minst een leefbare balans.

Ook dit ging naar verloop van tijd een eigen leven leiden, zodat ik moest constateren dat mijn gevoelsleven wel erg achterbleef in mijn ervaring van de werkelijkheid. Het leek wel alsof het eerst door mijn denken moest worden gefilterd zodat ik daarna nog een vleugje emotie kon meemaken.

Toen ik hier last van kreeg, las ik veel over integratie van verstand en gevoel. Dit klinkt nuttig, maar zolang ik dit bleef lezen, zat ik nog in mijn hoofd. Maar ik voelde ergens wel dat ik een bepaalde kant op moest. Ik las bij de mensen hier uit het rechterrijtje en vond daar veel inspiratie. Soms had ik echt een aha-erlebnis en brak er iets van licht door waarin ik de integratie tussen verstand en gevoel kon beleven.

Dit proces is nog steeds in volle gang, maar ik krijg hierbij meer behoefte om mijn ontdekkingen te delen. Mijn uitdaging van deze site is om mijn individuele ervaring herkenbaar te maken voor lezers. Ik weet dat ik daar vaak niet in zal slagen. Maar ik hoop dat “jij” als lezer blijft proberen en blijft schakelen tussen je “begrip van de tekst” en de “herkenning in je ervaring“. Volgens mij is dit de enige weg om mij te kunnen volgen. Als dat al zou lukken.

Dit bedoel ik niet elitair. Het gaat niet om slimmer of meer kennis. De uitdaging hierin zie ik vooral ik het gegeven dat het een persoonlijk proces is wat ik hier in algemene, herkenbare termen wil delen. Het spijt me als ik projecteer en je daarmee onrecht aandoe, maar dit spanningsveld zal toch wel in meer of mindere mate herkenbaar zijn voor “jou” als lezer.

Mijn weg om mijn verstand en mijn gevoel te integreren is de weg van “de ervaring” geweest. De ervaring is immers normaliter het voorste treintje en de gevoelens en de gedachten kunnen daar als wagonnetjes achteraan komen. De RET-psychologie maakt hier handig gebruik van. Wanneer mijn gevoel het wagonnetje achter het treintje is en waarachter het wagonnetje van het denken hangt, wordt het een losgeslagen bende. Dan kan ik bijvoorbeeld mij door mijn angst laten leiden en angstige gedachten ontwikkelen en mij laten beperken. Of in mijn boosheid boze plannen maken en anderen geweld aandoen. Maar wanneer mijn verstand het voorste treintje is dan kan het weer een overgecontroleerde saaie boel worden waarin het signaal van het gevoel niet wordt gehoord. Een mooi voorbeeld lijkt me de filosoof Friedrich Nietzsche. Hij heeft zich ook geergerd aan de overgecontroleerde (vaak christelijke) opvattingen van de werkelijkheid. Deze waren in zijn tijd dominant aanwezig. Hij koos voor de extase (Dionysius) als vlucht uit deze nauwe misleidende werkelijkheid om uiteindelijk te komen tot een herwaardering van alle waarden. Daarin lijkt hij niet geslaagd in zijn leven. Er gaan verhalen dat hij eindigde met wanhoop en waanzin.

De weg die mij tot nu toe heeft geholpen is de weg van de ervaring. Dat vond ik best een spannende weg, want hoe kan ik nu alleen op mijn ervaring vertrouwen. Dat kan omdat ik ook besef dat er meer is dan wat ik hier-en-nu ervaar. Ik heb ook deze ervaring die de geldigheid van mijn ervaring relativeert. Dwz als ik iets niet ervaar, dan betekent dit nog niet dat het er ook werkelijk niet is. Dit heb ik al als baby ervaren, toen mijn moeder mij in mijn bedje achterliet om mij te laten slapen.

En zo komen we eigenlijk via de weg van ervaring uit bij de noodzakelijkheid van vertrouwen of geloven. Dit doen we al op een niet religieuze manier in onze vroege kinderjaren. Erikson ziet het zelfs als bouwsteen voor en gezonde ontwikkeling. Het begint met vertrouwen en pas laten komt het wantrouwen als er aanleiding toe is.

De weg van de ervaring komen we in de filosofie tegen bij existentialisten, fenomenologen en hermeneutische denkers oa. In de psychologie kom ik de tegen in de humanistische psychologie, in de gestalttheorie en in de hedendaagse ervaringsgerichte theorie.

Bij Marcel en bij Kierkegaard ontdekte ik echter de waarde van “de verhouding”. Ik ben geen willoos slachtoffer van wat ik denk en wat ik voel. Zelfs ben ik geen slachtoffer van wat ik ervaar. Ik kan tot een besef komen en kan vervolgens kiezen wat ik ermee ga doen. Dat noemen we verantwoordelijkheid. Dit is wat ik hier op mijn blog probeer te delen. Het “ik” transcendeert ‘voorbij’ het denken en het voelen in de ervaring, zodat we in onze ervaring tot de verhouding komen met datgene wat we hebben (aan denken, gevoelens en ander bezit)

Tijdens mijn religieuze zoektocht heb ik ontdekt dat de bijbel daarin een aansprekelijk boek is. Via Abraham Joshua Heschel kreeg ik een ander zicht op dit aloude boek. Daar las ik over het bijbelse situationele denken ten opzichte van het meer Griekse conceptionele denken. Daar las ik over de verwondering die niet betekent een uitschakeling van het verstand, maar een ingeschakeld verstand die moet erkennen dat God hem te boven gaat. Dit is voor mij ook het ruimere kader geworden om naar het Nieuwe Testament te kijken en daar te ontdekken dat dit bij de Apostelen niet anders is.

De bijbel werd voor mij nog indrukwekkender toen ik het uit de context haalde van “gangbare” meningen en dogma’s en zo kwam tot een individuele beleving van de bijbel (1Joh2:27). Dit heeft me diverse top-ervaringen opgeleverd.

Zo ontdekte ik dat bijvoorbeeld Apostel Paulus volgens eigen zeggen en volgens anderen (bijvoorbeeld Petrus en Lucas) niet alles had bedacht maar alles had ervaren. Ook wilde hij geen leer wilde geven die knellend zou zijn, maar iets wat juist ruimte zou maken. Dit zou de liefde van God zijn die uitwerkt in de liefde voor elkaar.

In de tekst ontdekte ik steeds meer dat ook bij Paulus de ervaring voorop stond en dat deze hem op de een of andere manier overtuigde. In deze ervaring was ook het vertrouwen werkzaam als ontvankelijkheid voor de dingen van God. Dit noemde of herkende hij achteraf pas als de Heilige Geest, niet vooraf. Ook bij de apostel Johannes herken ik deze gerichtheid op de ervaring. De ervaring komt tot ons via de zintuigen (1Joh1), maar kan heel goed in tweede instantie zijn uit een getuigenis van een ooggetuige (Joh17:20). Deze ervaring vond ik niet vreemd. De rechter in onze rechtbank, beoordeelt immers ook op grond van getuigenissen of iets waar of niet waar is. Het hangt er dan wel vanaf of deze getuigenissen worden ondersteund en of ze betrouwbaar zijn. Hij was er zelf niet bij. Hij laat er geen formules en causaliteit op los. Het sterkst spreekt een getuigenis die een betrouwbare/geloofwaardige indruk wekt.

Toen ik de bijbel ging beleven en ook iets van God door de tekst ging zien. Veranderde ik in mijn denken. Ik ervoer meer liefde, betrokkenheid en kreeg meer oog voor het wonder. Volgens mij waren deze drie nodig om tot een relativering te komen van menselijke wetenschappelijke theorie. Ik kreeg minder moeite met paradoxen tussen wetenschappelijke verhalen en de verhalen die ik in de bijbel las. Zij kwamen op verschillende niveau’s bij me binnen. Misschien wel omdat mijn Godservaring een meer directe ervaring was dan de onpersoonlijke theorieen die ik tot dan toe had aangehangen. Het besef van het wonder – wat voor mij ook verassing en openheid betekent – is voor mij misschien wel het besef geweest wat mij losweekte van mijn gedachten waarin wetten van (gesloten) causaliteit tot dan toe dominant waren. Dit kon voor mij niet langer de basis zijn. Dit begon ik teveel als een constructie te zien. Misschien niet in de werklijkheid buiten mijzelf, maar wel binnen mij. Het is de volle ervaring die voorop gaat en waarin ook het wonder wordt beleeft in openheid voor datgene wat mijn verstand te boven gaat. Mijn verstand volgt op korte afstand en maakt (re)constructies. Dit is natuurlijk niet zo absoluut als ik hier verwoord. In de hermeneutische cirkel nemen wij onze gedachten ook weer mee om onze aandacht te richten en wordt onze ervaring ook daardoor gekleurd.

Filosofisch komt dit dicht bij fenomenologische gedachten van Heidegger en zijn leermeester Husserl en de hermeneutici als Dilthey en Gadamer, waar ook de leercirkel van Kolb is afgeleid.

In de bijbel vind ik herkenning als het gaat om verandering van denken (Rom 12), ontzag wat vooraf gaat aan wijsheid (Spr 1 etc) . Denken is in de bijbel van groot belang, maar de houding die daaraan vooraf gaat is niet minder belangrijk. Dit kom ik ook weer tegen bij Levinas. Voor ons begrijpen – wat beheersen is – gaat het stichten van een societeit vooraf. Daarin speelt de ethiek een belangrijke normerende rol om ons destructieve neigingen in te perken. Ethiek is optiek, aldus Levinas.

Globaal komt eigenlijk mijn hele proces neer op de ontdekking van de “pre-rationele” ervaring. De aanvliegroutes waren filosofisch, religieus en psychologisch… maar moest ik in de terugweg naar de pre-rationele ervaring achter me laten. Zo werd het misschien ook wel weer een post-rationele ervaring.

Het is deze basale ervaring die ik wil delen omdat ik de indruk heb dat het leven hierdoor veelkleuriger is geworden en ik ook meer in het hier en nu kan blijven. Daar kom ik ook de liefde tegen.  Deze verrijking wil ik niet alleen voor mezelf houden.

Al is het maar om mij daarin minder eenzaam te voelen =)

Want wat is nu verrijking als we het ook niet kunnen delen. Juist deze deelbaarheid is datgene wat de bijbel omschrijft als liefde, of verbondenheid of de wat oudere term gemeenschap. Een liefde die we kunnen ontdekken in de persoon van Jezus. Hij noemt ons vrienden omdat Hij alles met ons deelde. Hij gaf ons zijn leven (1Joh3:16)

We hebben nu een meer filosofische benadering gehad in mijn eerste blogs. We zijn nu begonnen aan een meer psychologische terreinverkenning. Via Maslow komen we dan uit bij de Gestalttheorie van Perls en de zijnen. Voor meer gedachten over geloof en denken verwijs ik graag naar mijn blog http://gelovigdenken.wordpress.com

Advertenties

Read Full Post »

Zo wil ik evalueren dat Maslow zeer behulpzaam is als het gaat om ons bewust te worden van de grenzen van de gangbare psychologie (toen en nu). Ook laat hij ons zien dat de mens zichzelf in de zelf-actualisatie kan overtreffen vanuit d-behoeften naar de z-behoeften, waarin het in staat is om onvoorwaardelijke liefde voor anderen te ontwikkelen.

Dit laatste lijkt me zeer pretentieus, maar op zijn minst kunnen we zien dat de mens in verhouding staat tot zijn d-behoeften en kan kiezen om niet zijn tekort aan te vullen, maar kan kiezen voor het aanvullen van het tekort van de ander (z-liefde).

In hoeverre dit onvoorwaardelijk blijkt te zijn, lijkt me moeilijk te doorgronden, maar dat het een vorm is van “in verhouding staan tot zichzelf”, lijkt me zeer aannemelijk gemaakt. Zo ook de keuze die in verantwoordelijkheid daarop volgt.

En dat is precies wat ik hier met veel onnavolgbare gedachten wil delen. Het onbewuste hebben, kan via de inkeer leiden tot een bewust hebben waarmee het “ik” in relatie komt te staan met het eigen hebben. Dit “ik” is niet te herleiden tot dit hebben en beleeft daarin zijn persoonlijk zijn.

Dat Maslow hierbij de “ervaring van ik-loosheid” als kenmerk ziet van een zelfactualiserend persoon is merkwaardig te noemen. Het lijkt me een constructie die niet in balans wordt gebracht met de terugkeer in de ik-ervaring. Dit herken ik niet in mijn beleving. Of ik ben te weinig zelfactualiserend of Maslow laat iets na. Ik kan dit nu niet anders zien dan een eenzijdigheid.

De ik-loosheid kan optreden wanneer ik opga in mijn ervaring (beeld, audio etc) wordt in de gestalt confluentie genoemd. Het is een ervaring van grenzeloosheid. Misschien dat ik daarin zo opga dat ik mijn “ik” niet meer ervaar, maar dan dreigt de Cartiaanse val, omdat er voor een ervaring nog altijd een ik nodig is. Ik ben het immers die ervaar. Evenals bij Descartes een ik nodig is om te kunnen denken. “Ik besta dus ik denk.” Daarom lijkt het me niet alleen logisch, maar vooral ook rechtdoen aan een gedeelde ervaring dat we na deze confluentie ook weer een moment van afbakening zullen krijgen (deflectie).

Deze termen uit de gestalttheorie van Perls zijn daarbij wel behulpzaam. In de gestalttheorie blijft de mens een organisme die zich blijft kenmerken door polariteiten (confluentie en deflectie). En dan is het mogelijk om weer terug te keren vanuit de ervaring van confluentie (in denken en voelen) naar het “ik” die hiermee in verhouding staat in het hier-en-nu.

Maar dit is theorie en wat ik schrijf zijn maar woorden. Deze zijn slechts verwijzingen naar de realiteit die in het “hier-en-nu” zal moeten worden geleefd.

Dit vind ik een waardevol inzicht waaraan ik zou willen vasthouden, omdat mijn ervaring mij telkens weer opzadelt met deze polariteiten.

“Een uitdaging is niet hetzelfde als een botsing en uit elkaar gaan betekent niet een conflict. Het hoort bij de menselijke staat om in polariteiten te leven.

Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens”

http://home.versatel.nl/heschel/1%20Het%20zelfbewustzijn%20van%20het%20jodendom/16.htm

Read Full Post »

Ik denk dat Maslow zeer behulpzaam kan zijn om een duidelijkheid te krijgen als het gaat om het thema: zijn en hebben.

Hij voelt ergens aan dat de (gangbare psychologische) wetenschap ons ten diepste geen zicht kan geven op het bijzondere van het menselijke zijn. Deze wetenschap is immers algemeen en gericht op controle. Mensen zijn immers als individuen specifiek en in hun piekervaring beleven ze een (subjectieve) extase die moeilijk in termen van deductieve wetenschap kan worden begrepen. Hooguit in aspecten van biologie, neuropsychologie en chemische-reacties in het lichaam, die ook algemeen/deductief zijn en waartoe deze extase niet is te herleiden.

Maslow roept dan wel op tot een verruiming van het heersend wetenschapelijk kader, maar ik hoe meer ik rondlees in “psychologie van het menselijk zijn” hoe meer ik toch moet constateren dat hij blijft cirkelen rondom het geheim, zonder het echt goed duidelijk te krijgen.

Zijn onderscheid tussen D(efecientie)-kennen en Z(ijns)-kennen brengt ons bijna bij de transcedentale visie van Marcel en de religieuze mens van Kierkegaard, ware het niet dat ik bij het Z-kennen van Maslow niet de voorwaarde tegenkom, dat de mens zichzelf ziet als in verhouding staande met zichzelf. Een Z-kennen kan ook in de extase gebeuren bij Maslow, waarin hij nog niet expliciet noemt dat de mens ook in deze extase zijn verhouding met de extase zal beleven.

Bij Maslow is niet de verhouding primair, maar de ontsnapping uit het redelijke en het algemene. In mijn optiek maakt hij een onnodige splitsing tussen ik en de extase waardoor hij makelijker  tot een flirt komt met oosterse religies. Maslow stelt dat bij een top-ervaring van zelf-actualiserende mensen de waarneming behoorlijk ik-transcenderent zijn, waarbij het eigene wordt vergeten, ik-loos.

Dit neigt naar o.a. zen-boeddhistische uigangspunten van het ontbreken van een vaste persoonlijke kern in de mens.

Ik heb de indruk dat hij daarmee iets loslaat wat Marcel en Kierkegaard voor ogen hadden. Wanneer  we in een extase te maken hebben met een vervaging van de achtergrond ten koste van de context, dan kan hierbij het ik misschien tijdelijk uit het oog worden verloren tijdens de ervaring, maar dat kan nooit blijvend zijn. Ze blijken op een gegeven moment toch altijd weer “van mij” te zijn en ze worden pas persoonlijk als we er ook mee in verhouding staan (SK) of een persoonlijk “hebben” is (GM). Het is immers mijn extase die ik beleef.

Bij Marcel gaat dit transcenderen altijd via het hebben. Transcenderen is het besef dat “ik” boven het algemene, concrete uitga. Daarin beleef ik mijn persoonlijke zijn. Maar het blijft nog altijd mijn “ik” dat boven alles uitgaat.

Daarin bestaat ook onze verantwoordelijkheid.

Maslow lijkt dit los te laten in zijn uiteenzetting van het z-kennen, als ik hem zo goed begrijp…

Dit geeft mij een raar gevoel bij de piekervaringen van Maslow. Je kunt jezelf soms welleens verliezen. Daar komt ook een bepaalde manier van waarnemen bij. Zoals hij dit uitlegt, kan dit goed gepaard gaan met de focus op het voorgrond figuur die los wordt gezien van haar achtergrond/context.

Boeiend hierin vind ik dat Maslow hier een metafoor gebruikt uit de gestaltpsychologie van Max Wertheimer (en de zijnen) die later is overgenomen door Fritz/Frederick Perls in zijn gestalttheorie. Wat Maslow hierin “aanvoelde” heeft Perls (en misschien nog meer zijn vrouw Laura) uitgewerkt in de Gestalttherapie, die nog meer is geent op existentiele uitgangspunten.

Deze zal de extase verwoorden in termen van confluentie (samenvloeien) die in het gezonde organisme altijd weer wordt afgewisseld door deflectie (afbakening) waarin het zelf weer wordt “geherdefinieerd”. “ik ben ik en jij bent jij”

Hierbij moet ik weer opmerken dat de gestaltpsychologie iets anders is dan de gestalttheorie of therapie van Perls. De gestaltpsychologie was een eerder project van wetenschappers die zich proefondervindelijk bezighielden met een theorie over de menselijk ervaring. Perls kwam jaren later met zijn theorie die een reactie was op zijn psychoanalytische scholing en de disharmonie met zijn ontdekkingen op het terrein van de menselijke behoeften. Daarvoor heeft hij een nieuw psychologisch kader ontwikkeld met termen uit de gestaltpsychologie en existentialisme en humanistische psychologie waarin het gangbare medische model in de psychologie werd verruimd.

Maslow zegt ook in zijn boek dat hij geinspireerd raakt door de existentialisten en de gestalt psychologen, maar komt – naar mijn indruk niet tot een gelukkige “synthese”. Het zal me niets verbazen als dit komt omdat hij een nogal vooropgezet doel voor ogen heeft nl. een positief mensbeeld. De mens is goed (of neutraal) waarmee Maslow – in mijn optiek – teveel het leven wat zich in polariteiten voltrekt, loslaat.

Hij wil niet meegaan met de “pessimistische europese existentialisten” die meer uitgaan van de polariteiten in de mens waarin slechtheid, agressie, destructieve motieven ook realiteit zijn. Hierdoor mist Maslow ook de polariteit wanneer het individu weer na of tijdens zijn extase komt tot een ik-besef.

Dit lijkt me de oorzaak waarom Fritz/Frederick Perls dichterbij een “zijn en hebben” benadering komt dan Abraham Maslow.

Ze delen echter wel het tragische lot om in deze tijd wetenschappelijk niet serieus genomen te worden. En Perls nog meer dan Maslow omdat Perls ook radicaler was in zijn existentialisme, die per definitie nooit wetenschappelijk kan zijn, volgens mij. Maslow heeft “het geluk” dat zijn piramide nog altijd niet in elkaar is gestort (door gebrek aan wetenschappelijke verificatie).

“Puur” existentialisme zal er immers op gericht zijn om mensen te brengen bij de ervaring van hun uniciteit ten opzichte van andere mensen. Daarin beleeft de mens zijn persoonlijke existentie. Dit kan een onprettige eenzame ervaring zijn, maar ook een aangename ervaring van bijzonder zijn.

Van mij mag dit persoonlijk existentialisme dan ook aangevuld worden door het existentialisme van de ander. Want het is door de existetntie van de ander dat ik mijn existentie gewaarwordt (Buber, Levinas). Maar daar kom ik nog wel eens op terug.

Dit existentialisme is per definitie moeilijk te verenigen met wetenschappelijke uitgangspunten waarin wordt gezocht naar menselijke algemeenheden en patronen. Het kan boeiende hypotheses opleveren, maar wanneer dit proefondervindelijk moet worden geverifieerd of gefalsifieerd dan komt er een probleem omdat het algemene voorkomen wordt gezien als een bevestiging van de theorie.

Dat is ook de moeilijkheid die ik ondervind in het schrijven over zijn en hebben.

Om erover te kunnen schrijven en mijn lezers mee te nemen in mijn gedachten, moet ik gebruik maken van algemeenheden en herkenbaarheden.

Je zou kunnen zeggen dat de ontdekkingen vanuit de bijzonderheden in de individuele ervaring worden geinduceerd tot algemeenheden/herkenbaarheden, die vervolgens weer worden toegepast in de deductie naar andere persoonlijke situaties. Dit is existentialistisch gezien altijd een spannend proces omdat de menselijke algemeenheden wel kunnen worden toegepast op anderen, maar het unieke van elk mens nooit via de weg van deductie kan worden gevonden.

En dat is nu precies het handicap van van de psychologie. En dat hoeft geen probleem te worden als dit maar wordt herkend en wordt toegepast.

En dat spanningsveld wordt mij duidelijk als ik Maslow lees. Hij heeft het lef om te breken met de eenzijde (beperkende) deductieve manier van psychologiseren, maar begeeft zich dan op een spannend terrein. Hij doet baanbrekende ontdekkingen en merkt daarbij ook dat we de kaders moeten verbreden om verder te komen in de psychologie. Hierbij noemt hij in zijn Apendix 1 ook de spanningen die het oplevert met de gangbare wetenschapelijke consensus. Maar ik ben met Maslow eens dat vooruitstrevende en verantwoordelijke wetenschap zich juist hierdoor uitdagen, zodat het theorieen worden ontwikkeld die rekening houden met menselijke bijzonderheden.

De mens rechtdoen in zijn uniciteit lijkt me een ethisch uitgangspunt voor goede psychologie. Dat is er ook een bewustwording van de grenzen van algemeniserende wetenschap en wordt de mens erkend in zijn uniciteit. Of misschien beter gezegd: De mens rechtdoen in zijn uniciteit lijkt me een ethisch uitganspunt (en voortdurende bezigheid) voor een goede psycholoog en alle anderen mensen die met mensen omgaan.

Deze ethische houding zouden we tegenwoordig ook kunnen toepassen op de reductionistische tendensen in de bio-psychologie, maar ook de persoonlijkheidstheorieen zoals de Big Five (Myers Briggs, Disk, Enneagram etc.).

Zo kom ik weer terecht bij een belangrijk motto van mezelf. Een houding waarin ‘goede ethiek’ als uitgangspunt wordt genomen, leidt (bijna vanzelf) tot een goede omgang met mens (en schepping) en zal ook uiterst effectief blijken te zijn als het gaat om menselijke groei en ontwikkeling.

Read Full Post »

Ondanks mijn eerder geuitte irritatie is deze zelfactualiserende mens toch een boeiend ideaal van Maslow, wat mij verder kan helpen bij een verduidelijking van mijn eigen gedachten. Daarnaast zie ik ook heilzame factoren voor mijn persoonlijke ontwikkeling, wanneer ik dit plaats in een ruimer kader van menswaardigheid en religieuziteit.

Ik wil alvast een beetje verkennen wat Maslow heeft gezegd over gezonde religie. Dat komt namelijk erg in de buurt van de theologische gedachten van mensen die zich “post-christelijk” en “religieus zonder religie” noemen. Vooral de laatste term past heel goed bij Maslow. De mens heeft onmiskenbaar religieuze functies – heeft Maslow ontdekt – maar moet voorzichtig zijn met een religie die autoritair is en de persoonlijke groei belemmert.

“Gezonde religie is gericht op menselijke groei en op volkomen respectable natuurlijke betekenissen (zoals in Fromm’s geschriften – volgens Maslow) maar in handen van een anti-intellectuele kerk zal neigen tot blind geloof, soms zelfs geloof in “wat je weet dat niet zo is”. Het heeft de neiging onvoorwaardelijke gehooraamheid te worden en onwankelbare trouw aan wat dan ook” (religie en topervaring p.23)

Dat wetenschap zich beperkt tot de “de sfeer van het hebben” is begrijpelijk als je bedenkt dat het een gesubsidieerde activiteit is binnen maatschappelijke sferen met de daarvoor geldende afspraken. Maar als religie zich ook tot deze sfeer beperkt, raakt het in de problemen die Maslow op een treffende manier aanwijst. Religieuze mensen kan je maar tot op zekere hoogte aan afspraken houden als het gaat om orde en positieve maatschappelijke betrokkenheid. Gek genoeg zitten er bijvoorbeeld in het joods-christelijk geloof juist waarden die dit zullen ondersteunen en kunnen inspireren (zoals: geloof, hoop en liefde). Verder is de religieuze “functie” vooral ook een prive aangelegenheid in kleinere kring waarin juist individuele verschillen mogen bestaan. De religieuze functie functioneert zo in een ruimer kader dan wetenschap.

Hier probeert Maslow recht aan te doen met behulp van een existentieel humanistisch kader door voor te stellen dat zowel wetenschap als godsdienst elkaar nodig hebben om verder te komen.

Daarin lijkt hij toch voorbij de sfeer van het hebben te komen tot een besef dat er meer is dan theorie en denken. De sfeer van het Zijn. Maar anders dan zijn maatjes Fromm (waarden) en Frankl (zingeving), blijft het begrip voor Maslow een grote nadruk houden (R&T, p.11) . Maar dan wel een begrip ten dienste van de menselijke groei. En wie kan daar nu tegen zijn..

Read Full Post »

Excuus voor mijn soms moeilijk te lezen blogs. Daarom heb ik het 2 maanden even gelaten voor wat het was. Ik heb mij bezonnen hoe ik inzichtelijker mijn gedachten over ‘zijn&hebben’ kan verwoorden. Ik vind het dan ook onvoorstelbaar dat sommige blog’s wel 64 hits hebben en er bijna geen dag voorbij gaat zonder bezoekers op mijn blog. De reacties blijven nog wat uit, dus ik wil je aanmoedigen om gerust te reageren op mijn blogs. Zichtbare reacties hier zijn natuurlijk erg welkom, maar onzichtbaar mailen mag ook. Of het nu aanvullingen zijn of vragen, bijna alles is welkom. Er bestaan geen domme vragen bij mij, want ik besef maar al te goed mijn onvermogen om mijn beleving inzichtelijk te maken voor anderen. Daarvoor kan ik altijd wel hulp gebruiken van een kritische lezer. Ik hoop op je hulp. Ik probeer wat met je opmerkingen te doen, al is het mij deze keer niet gelukt om mijn blog kort te houden (sorry GJ). Maar volgens mij is deze alweer een stap verder in de richting van mededeelbaarheid =)

Op dit moment ben ik bezig met het opfrissen van mijn Abraham Maslow kennis. Hij is immers enorm geinspireerd door existentialistische filosofie.

piramide van Maslow Hij is als psycholoog vooral bekend geworden met zijn behoefte-piramide. Een theorie die nog steeds veel wordt toegepast ondanks de geringe onderbouwing vanuit onderzoek =)
http://www.over-maslow.com

Als psycholoog is hij ook bekend als gangmaker van de humanistische psychologie die zich vooral richt op het terrein de menselijke mogelijkheden. Een stroming die in de VS werd gevestigd met mensen als Maslow, Fromm, Rogers, Frankl etc http://nl.wikipedia.org/wiki/Humanistische_psychologie

En ik had me nog zo voorgenomen om niet uit te wijden over achtergronden en namen… Ik ellendig ‘onbegrensd’ mens wie zal mij verlossen… =)

Voor “Z&H” is Maslow een interessant man omdat hij als een van de grondleggers van de humanistische psychologie ons een jargon aanreikt waarmee ons thema van “zijn en hebben” kan worden verduidelijkt. Hij reikt niet alleen een psychologisch jargon aan om dit te verhelderen, hij maakt het ook nog eens tot een praktisch psychologisch ontwikkelingsmodel. In Maslow’s boek “psychologie van het menselijk zijn” werkt hij dit uit. Natuurlijk wil ik dit niet onkritisch overnemen, want ik zie ook beperkingen in zijn theorie. Maar dat neemt niet weg dat Maslow een praktische bijdrage levert om mijn gedachten over “zijn en hebben” in herkenbare “sferen” te brengen.

In de volgende blogs wil ik dit eens gaan verkennen.

Al in het eerste hoofdstuk erkent Maslow zijn schatplichtigheid aan de existentialisten. Kierkegaard’s journals staan vermeld in de literatuurlijst en verder baseert hij zich vooral op Colin Wilson en neemt hij ook enkele boeiende conclusies van hem over in zijn evaluatie van de existentialisten. De ja-zeggende en de nee-zegende existentialisten (doet me denken aan Buber). Daar hebben we het later nog over.

Om even een kort door de bocht vooruitblik te geven:

Maslow komt in het boek tot 2 vormen van kennis. Hij maakt onderscheid tussen:
– D-kennen: komt voort uit deficiëntie. Dit is kennis vanuit de ervaring van tekort hebben aan…(vgl. ‘nood’)
– Z-kennen: komt voort uit Zijn (…) en vindt plaats vanuit de ervaring van vervulling…

Daaraan vast koppelt Maslow ook D-liefde en Z-liefde. De D-liefde komt voort uit een tekort en is gericht op wat ik aan de ander kan beleven en van de ander kan krijgen. Z-liefde komt voort uit mijn vervulling en mijn extase en is daadwerkelijk gericht op de ander.

Dit is te vergelijken met het aloude bijbelse onderscheid tussen filios (D-liefde) en agape (Z-liefde). Hierbij is de filios meer ‘genegenheid’ en de agape meer ‘Goddelijke gevende liefde’.

Om alvast even een voorzichtige koppeling te maken met Z&H. In de sfeer van het ‘hebben’ (H-sfeer =), heeft de de D-liefde een primaire plaats. Mijn verlangen om te hebben komt immers voort uit mijn tekort. Zo begint de baby ook aan het leven. Het krijgt dorst, honger en gemis aan de veilige baarmoeder, dus het verlangt naar drinken, eten en de nabijheid/veiligheid van de verzorgster. Dit staat centraal in “de sfeer van het hebben”. Daar zal ook Maslow’s piramide uit voortkomen.

De omslag die ik heb gesignaleerd, is de omslag in het besef dat dit hebben mij niet langer kan vervullen en ik ervaar dat ik meer ben dan alles wat ik heb aan bezit maar ook aan immateriële ‘zaken’ zoals kennis, pijn, verdriet, negatieve ervaringen, geluk etc. Dan helpt het mij niet om mezelf te blijven richten met mijn d-liefde in de sfeer van het hebben. Ik blijf zoeken (tot verslaving aan toe) in de sfeer van het hebben of stel mij vervolgens gerust met mijn onvervulling. Een derde weg kan zijn een keuze voor een religieuze richting naar ‘iets of iemand’ die ons wel kan vervullen. Maar zelfs op deze derde weg kon de franse natuurkundige en filosoof Blaise Pascal niet zonder de ‘verstrooiing’. We worden immers hoe-dan-ook weer teruggeworpen in de sfeer van het hebben.

In termen van de existentialisten heet dit moment van verheffing, “transcenderen” (Marcel) of “Zijnservaring” (Heidegger). Bij Maslow komt de term “topervaring” in beeld als hij het heeft over deze zelfoverstijgende ervaring.

Omdat filosofie zich voor mij vaak teveel in abstracties uitdrukt en daarom ook vaak moeilijk is te begrijpen/herkennen en te communiceren, maak ik hier dankbaar gebruik van Maslow’s benadering in een meer psychologisch kader. Met het jargon van Maslow hoop ik meer woorden en vergelijkingen te kunnen geven uit onze mededeelbare praktijk.

Maslow daagt zijn lezer uit om het volgende te bedenken bij “topervaring”. Hij stelt deze vraag bij een van zijn onderzoeken.

Ik daag jullie uit om stil te staan bij deze ervaring:

“Ik zou graag willen dat u eens nadacht over de wonderbaarlijkste ervaring of ervaringen uit uw leven; de gelukkigste momenten, extatische ogenblikken, momenten van verrukking, misschien van verliefd zijn of van naar muziek luisteren of een plotseling “getroffen worde’ door een boek of een schilderij, of een of ander groots creatief ogenblik. Schrijf deze eerst allemaal op. en probeer mij dan te vertellen hoe u zich voelde op dergelijke intense ogenblikken, hoe dat verschilde van de manier waarop u zich anders voelt, hoe u op dat moment als persoon anders was dan anders.”

piramidemaslovMaslow ontdekt dat mensen die deze ervaringen beschreven en regelmatig meemaakten in hun leven, een andere vorm van kennis en behoeftepatroon hadden. Mensen uit zijn onderzoek die tot deze ervaring konden komen werden daarin niet langer belemmerd en geblokkeerd. Het is deze ervaring waarin de mens komt tot een andere manier van kennen. Een kennen die niet alleen is gericht op de eigen behoeften. Dat noemt hij het “Z-kennen”. Varianten die Maslow noemt van topervaring zijn: ouder-ervaring (ouder-kind-liefde), mystieke of oceanische of natuur-ervaring, de esthetische waarneming, het creatieve moment, het therapeutische of intellectueel inzicht, de orgastische ervaring, bepaalde vormen van atletische vervulling. Momenten van hoogste geluk en vervulling.

Zo komt hij ook tot het begrip “zelfactualisering”. De zelfactualiserende persoon is het ideaal in Maslow’s psychologie. De weg naar zelfactualisatie is gericht op menselijke mogelijkheden en minder op menselijke onmogelijkheden (zoals in het medisch/ziekte model) Dat de benadering van Maslow weer actueel is voor mij, komt door mijn existentialistische interesse en mijn actuele interesse in de kortdurende oplossingsgerichte therapie (KOT). Een benadering die op dit moment erg ‘hot’ en effectief is bij RIAGG’s en bij maatschappelijk werkers en die met hun uitgangspunten teruggrijpt op ontdekkingen van Maslow.

De benadering die ik hier “zijn en hebben” noem, kan goed vergeleken worden met deze benadering van Maslow. Op psychologisch niveau zie ik veel overeenkomsten.

Zo zou ik hier kunnen zeggen dat de ervaring van “hebben naar zijn” bijna overeenkomt met de overgang van D-kennen naar Z-kennen. Niet langer eigen behoefte staan centraal, maar er is een bepaalde zelfoverstijging door het besef van vervulling waardoor er een zelfoverstijgende ruimte wordt beleefd en waarin de eigen behoeften niet meer richtinggevend zijn. De ouder-kind liefde is hierbij een illustrerend voorbeeld.

Maar als ik scherp wil zijn, dan moet ik toch zeggen dat het moment van hebben naar zijn eigenlijk pas kan komen na de topervaring zoals Maslow deze beschrijft. In de topervaring beleef ik de vervulling, maar pas daarna kan ik beleven dat deze ervaring mij niet (blijvend) kan vervullen. Ik groei er weer bovenuit. In een aangename ervaring zal ik deze beleving “ruimte” noemen en in een niet-aangename ervaring noem ik dit eerder “leegte” of misschien wel eenzaamheid. Ook de moederliefde zal in zijn gevende vorm weer moeten ‘beseffen’ dat er geen symbiose bestaat (of kan blijven bestaan) en het kind is gediend met een losmaking tot zelfstandigheid. Maar dat neemt het moment van de top-ervaring niet weg. Binnen het kader van Maslow zou je kunnen zeggen dat de Z-liefde pas kan beginnen na een top-ervaring. Vanuit je eigen volheid ga je uitdelen…

Ik wil deze gedachte van Maslow verder verkennen om tot concretisering te komen, maar ik besef nu ook al dat we telkens weer bij de grenzen zullen komen van psychologie en existentie. Dat maakt het ook zo boeiend voor mij. Psychologie is immers nog altijd een “logie” waarin het begrijpen van belang is. Existentie is per definitie een loslaten/relativeren van dit begrijpen en de overstap maken naar het ruimere kader van de ervaring. Maar het loslaten kan niet plaatsvinden als je niet eerst iets vasthoudt. Dat is nu precies waar de uitspraak naar verwijst: “je kan niet zijn zonder te hebben”. De weg naar het zijn loopt in mijn ervaring via hebben en dat maakt de benadering van Maslow voor mij zeer boeiend. Als psycholoog verkent hij dit hebben tot het uiterste.

Hoewel Maslow – voor zover ik weet – bij het schrijven van het boek niet-religieus meer is, krijg ik toch de indruk dat zijn Joodse achtergrond een rol speelt als hij deze topervaringen een ‘bijna-religieuze’ duiding geeft. Maar als humanist doet hij zijn best om binnen de grens van de psychologie te blijven. Immers als hij komt in de sfeer van ervaring die ons begrip te boven gaat, zou hij ook uit de psychologie stappen en daarmee misschien ook buiten het kader van zijn onderzoek. Toch is dat wel de “topervaring” zoals ik hem zie. De topervaring kan (achteraf) nog wel met psychologische termen beschreven worden, maar gaat zelf de psychologische kaders te buiten in de ruimere ervaring. In deze ruimere ervaring kan ik ook mijn verwondering beleven en kan ook mijn religieuze aanbidding een plaats krijgen. Omdat datgene wat we hebben ons niet kan vervullen is er een aanleiding om te komen tot degene die ons wel kan vervullen. Marcel noemt dit het moment van inkeer.

Maar de natuur/schepping dan? hoor ik een goede vriendin al tegen mij zeggen. “De natuur kan mij immers met ontzag vervullen!” De ervaring van ontzag kan tijdens de beleving van de grootsheid van de natuur/schepping klaarblijkelijk ontstaan. Dit herken ik. Toch denk ik dat de natuur mij als persoon mij niet kan vervullen. Voor sommigen kan in de ervaring de natuur immers ook vereenzamen omdat er geen persoonlijkheid in wordt beleefd. De natuur is geen persoon en kan ons niet vervullen in onze eigen persoonlijkheid. We ervaren dan geen begrip of onze mogelijkheid om begrip te projecteren… (zoals sommige mensen dit bij dieren doen) De natuur/schepping kan voor ons wel verwijzen naar de Schepper die zich in de schepping “uitdrukt” (als expressie) en zo zichzelf aan ons laat zien. Dit ervaren sommigen op momenten.
Ook kan zelfs een grote liefde ons niet blijvend vervullen omdat na de ervaring van eenwording meestal ook weer ons oog wordt gericht op het verschil en de grens tussen mij en mijn geliefde. Misschien is God degene die het meeste aanspraak zou kunnen maken op vervulling. Ook al kan er dan de ervaring zijn van het verschil en de grens tussen God en de mens.

De incarnatie van God in Jezus Christus is hierbij een tegemoetkoming. Daarin wordt dit verschil overbrugd. Jezus Christus heeft – volgens de bijbel – onze zwakheden, pijn, onrecht en zonden “op zich” genomen. Hij heeft zich vereenzelvigd met ons, zodat we nooit eenzaam hoeven te zijn omdat hij overal is geweest (Ps 139:7,8; Ef 4:9ev.). God wil ons in Hem accepteren en zien. Hij moet dan wel meer zijn dan wij zijn. Wij kunnen in Hem “verdwijnen” of beter gezegd “volledig inpassen”.

Ook de Z-liefde van Maslow krijgt een ruimer kader als we daar religieuze noties bij betrekken als “het overvloedige leven”. Jezus voorspelt dit in Joh 10:10 (NBG) leven en overvloed (en ook in Rom 5:17). Hij vult ons met zijn leven en wij mogen daarin overvloeien is de metafoor. In 2Kor8:14 zie je een mooie uitwerking van de Z-liefde die de D-liefde vervult. Mensen geven uit hun overvloed aan de anderen die in nood zijn.

Daarin heb ik nog geen goede toepassing bij Maslow gevonden, die ik wel bij Gabriel Marcel vind als hij het heeft over “van zijn terug naar hebben gaan”. In de beleving van vervulling mogen we in de sfeer van het hebben (de D-liefde) weer anderen in onze omgeving dienen.

Ten slotte moet ik ook nog even een lichte irritatie kwijt over de zelfactualiserende persoon. In mijn beleving kan dit nooit een definitief stadium zijn waarin de persoon zichzelf genoeg is. Dat is mij te onthecht en te solistisch. Dit ken ik niet uit mijn ervaring en niet uit de ervaring van grote helden in de geschiedenis. Zelfs van moeder Theresa zijn onlangs haar diepe twijfels bekend geworden in haar brieven.

In mijn beleving meen ik soms Z-liefde te ervaren, maar vooral ook veel D-liefde. Dan kan het een topervaring zijn wanneer anderen met hun Z-liefde mijn nood (D-liefde) kunnen lenigen (2 Kor 8:14) Liefde kan immers nooit op zichzelf staan. Dit lees ik in de bijbel en is volgens mij een verruimend en dienend kader voor Maslow’s boeiende inzichten en ontdekkingen.

Wanneer een zelfactualiserend persoon van de 1 op de andere dag in een rolstoel belandt, zal hij ook veel nood beleven, waarbij hij mag hopen op genoeg Z- of D-liefde van de mensen om hem heen. Volgens mij zijn we allemaal soms de gever en soms de ontvanger.

Maar het kan zijn dat ik Maslow tekort doe en dat is niet mijn bedoeling. Dat hoor ik dan graag…

Read Full Post »

Als het om leermodellen gaat, heeft het model van Kolb nog steeds een praktische waarde. Dit model laat zien op welke manier mensen leren. Het gaat er van uit dat elk mens een persoonlijke leerstijl heeft. De een leert meer door zijn eigen ervaring te observen en de ander leert meer door de toepassing van richtlijnen. Dat heeft Kolb in schema gebracht. Elk mens heeft zo een eigen leerstijl. Ik heb dit schema veel gebruikt bij de begeleiding van studenten. Het heeft me geleerd dat niet iedereen dezelfde leerstijl heeft als ik. De een leert veel door het lezen van boeken en de ander moet gewoon maar aan de slag en terugkijken op zijn eigen ervaring.

leercyluskolbDit model laat ook zien hoe praktisch filosofie kan zijn. Het model is namelijk het schema wat is terug te voeren op de hermeneutische filosofie. Namen die hierbij horen zijn Wilhelm Dilthey en Hans-Georg Gadamer.

In hun onvrede op het subject-objectschema van Descartes, kwamen zij tot hun hermeneutische kennismethode. Kennis was niet langer meer een speurtocht naar de ongrijpbare objectieve kennis in onszelf. Het besef drong door dat al ons kennen subjectief is en plaatsvindt in de tijd. In de hermeneutische visie verkrijgen we kennis door onze ervaring waarop we reflecteren en vervolgens abstraheren tot algemene concepten. Vanuit die algemene concepten benaderen we via praktische lichtlijnen de werkelijkheid die we tegenkomen in onze ervaring. En zo is de cirkel rond. Het maakt dus niet uit waar je instapt.

Deze cirkel verheldert voor mij ook de ervaring van hebben en zijn. Deze ervaring kan je immers ook voorstellen in een cirkel. Hebben is meestal de laag waar we beginnen, de concrete ervaring bij Kolb. De ‘hebben en zijn cirkel’ overstijgt echter de cirkel van Kolb, want met concepten ontstijgen we nog steeds niet ‘de sfeer van het hebben’. Concepten kunnen we immers ‘hebben’. Vanuit het hebben – waar ook de taal een belangrijk rol speelt als we reflecteren en met anderen communiceren – komen we in de existentiele cirkel tot het einde van het mededeelzame. Door het besef dat we meer zijn dan wat we hebben, overstijgen we in onze ervaring de sfeer van het hebben. Dit is de ervaring van het ‘zijn’. Of eigenlde ervaring van het feit dat we dit beseffen, is zijn.

Zo zou je een schema kunnen maken met een kleinere hermeneutische cirkel die nog altijd in het mededeelzame blijft en daaromheen nog een hogere existentiele cirkel die uitstijgt in de onmededeelbare individuele. Een soort elips met een shortcut.

In de existentiele cirkel worden we uiteindelijk geconfronteerd met onze uniciteit, in dit besef ervaren we dus ook vaak eenzaamheid. Uniciteit en eenzaamheid gaan vaak samen.

Henri Nouwen noemt in zijn boekje “Open uw hart” drie wegen: de weg naar jezelf, -de ander en -God. De eerste weg naar jezelf: “van eenzaamheid naar alleen-zijn”. Dat is een weg naar een positieve omgang met je uniciteit als houding naar jezelf. Hier valt nog meer over te zeggen.

Het gaat me nu om het moment dat we deze zijns-beleving ervaren. Het is de ervaring dat we ons ‘zelf’ niet kunnen vullen met wat we hebben. Naast eenzaamheid, uniciteit, kunnen we hierin ook leegte ervaren. En omdat eenzaamheid en leegte onrustig maken en om vulling/aanwezigheid vragen, gaan we op zoek. We kunnen dan weer in de cirkel naar de sfeer van het ‘hebben’ en ons vullen met nog meer ‘hebben-dingen’, waar we vervolgens weer zullen ontdekken dat we ons niet kunnen vullen met hebben-dingen. Filosofisch gezegd: dat is een categorische fout.

Zo was er een popster die bij een poging tot zelfmoord deze worsteling liet zien. Hij sprak over zijn zoektocht naar vervulling, waar geld en rijkdom niet in kon voorzien. De illusie dat geld zijn leegte kon vullen moest hij inleveren. De ondraaglijkheid van deze leegte dreef hem tot wanhoop. Illusies zijn tijdelijke vullingen van onze leegte.

Sommigen noemen hier de liefde als de ultieme vervulling. Met liefde kan je een eind komen. maar een ander mens kan nooit je uiteindelijke vervulling zijn. De verschillen gaan opvallen en daar kan leegte ontstaan en eenzaamheid.

Gabriel Marcel

Gabriel Marcel

Volgens Gabriel Marcel lukt de vervulling alleen als ik deze zoek in datgene wat groter is dan ikzelf. De uiteindelijke vervulling kan ook niet zijn in het onpersoonlijke (spijtig voor boeddhisme & new age ). Het moet minimaal persoonlijk zijn en minimaal menselijk.Dan komen we uit bij God. De mens is immers uit God en God gaat boven ons uit. ‘Transcendent boven alles uit en immanent aanwezig’ is de formule die we lenen uit de theologie.

Dit is door sommigen ook wel het exitentialistisch godsbewijs genoemd, maar omdat bewijs in een existentialistisch kader moeilijk een algemeengeldend karakter kan hebben, klinkt dit ongepast. God bewijzen dient alleen een persoonlijk nut en hooguit een beperkt intersubjectief doel. Christelijke existentialisten zullen er misschien op wijzen, dat God zich in onze ervaring aandient en Hij meer en groter is dan de wereld van het rationele kennen (Ik ben dus ik denk). God gaat daar bovenuit en leren we kennen in een persoonlijke gerichtheid tot hem, voorbij het rationele. Niet alleen met ons verstand, maar met ons hart, ziel en verstand. Met alles wat we hebben staan we dan voor God in het besef dat we in een verhouding tot onszelf staan en zo ook in een verhouding tot God. Dat lijkt me een persoonlijk contact met de levende God.

Meestal niet onmiddelijk zichtbaar en niet onmiddelijk hoorbaar. God laat zich aan mij en aan anderen veelal indirect kennen en voedt zo mijn vertrouwen dat Hij er is, als de IKBEN.

Wanneer we deze cirkel tot in het uiterste zijn gegaan en onze vervulling in God beleven, dan kunnen we daar niet blijven. We zullen weer moeten landen in het leven van alledag, in het mededeelbare, de taal en de symbolen kunnen verwijzingen zijn naar deze ongrijpbare wereld, maar de incarnatie in vlees en bloed is onvermijdelijk. Dit is voorwaarde om deze ervaring te kunnen delen met anderen en ons te kunnen verbinden.

Dat kan “hebben en zijn” dus tot een praktisch ervaring maken, waarbij we via de inkeer beseffen dat niets wat we hebben ervaren ons kan vervullen. Wanneer we dit bij God kunnen vinden dan ontstijgen we het mededeelbare in een persoonlijk contact en wordt het weer vlees en bloed als we hierover met anderen willen spreken.

Dan is het bijzonder dat de bijbel spreekt over een God die afdaalt naar mensen. Jezus Christus incarneerde als God onder de mensen. Werd mens zoals wij (zie kerst). Omdat Hij incarneerde als mens, ons menszijn aandeed en zo ook onze ziekte, vreugde, zonde en pijn in zijn ervaring meemaakte en na zijn opstanding weer terug ging naar God in de hemel, is de cirkel voor ons mogelijk geworden naar God. Het is de cirkel van de Goddelijke incarnatie en de hemelvarende mens Christus Jezus, waarin Vader Zoon en Heilige Geest de cirkel rondmaken.

Een invulling die ik bij Marcel nog niet ben tegengekomen. Maar ik moet genoeg lef hebben om af en toe een eenzame weg in te gaan en mij op paden begeven waar ik (nog) geen bijval krijg. Misschien zie ik later wel dat het een weg was die al velen hebben bewandeld, misschien ook niet…

Een avontuurlijke reis die mij doet denken aan Tolkien’s sprookje “De smid van Groot-Wolding”.

verder zoeken?

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hermeneutiek

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hans-Georg_Gadamer

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelm_Dilthey

http://www.bol.com/nl/p/boeken/sprookjes-en-vertellingen/666861225/index.html

Read Full Post »

Het proces van ‘hebben’ naar ‘zijn’ kan je als het om de menselijke ontwikkeling gaat, misschien wel het best samenvatten met: “worden wie je bent”

In dit proces zit ik bij aanvang in een fase van ‘zomaar-zijn’. Dan word ik mij op een gegeven moment bewust van deze staat van zijn. Dan treed de vervreemding op en wordt ik mij bewust van ervaringen die mij hebben gemaakt tot wat ik nu ben. Ik wordt mij bewust van ervaringen die ik ‘heb’.

Dit kunnen concrete ervaringen zijn, dingen die ik heb geleerd, leuke ervaringen die mij bevestigen in mijn kunnen. Dit kan ook een besef zijn van wat ik nu heb aan overtuigingen, gevoelens en gedachten. Het kan zomaar zijn dat ik mij toch schuldig voel ten opzichte van mensen omdat ik iets heb nagelaten wat ik moest doen. Deze gevoelens kunnen behulpzaam zijn als signaal in het relationele verkeer. Maar natuurlijk ook een gewaarwording van van vrienden om mij heen die mij steunen of van een God die van mij houdt.

Als het gaat om mijn ontwikkelingsproces ontkom ik niet aan de rol van en mijn relatie met mijn ouders. Mijn bewustwording van mijn relatie met m’n ouders gebeurt al vroeg. In mijn pubertijd vind er een belangrijk moment plaats. Ik ga dan in een proces van “zomaar-kind-zijn” naar “bewust-kind-zijn”. Dit gebeurt vaak via een tegenreactie. Daarvoor was alles nog een geheel en was ik ‘vanzelfsprekend’ al aangepast aan mijn ouders en mijn omgeving. Mijn moeder was een schat en mijn vader een held.

Dan komt er een soort breuk die gepaard gaat met bewustwording en afkeuring van m’n ouders. Ik wil mijn ‘eigen’ pad kiezen, maar mijn vrienden worden ook belangrijker. Ik ga me schamen voor m’n ouders en ik wil anders zijn, mezelf onderscheiden. Dit kan soms heel heftig gepaard gaan met conflicten en agressie. Een goed tegenspel van de ouders kan bijdragen aan het behoud van een gezonde hechting. Als ouder draag je bij aan een gezonde hechting door het kind te stimuleren in verbondenheid maar vooral ook in zelfstandigheid. Dat laatste is vaak moeilijker voor ouders.

In deze ontwikkeling naar zelfstandigheid is er ook vaak angst en onzekerheid aanwezig. Het is bekend dat een baby in de “nee-fase” extra angsten ontwikkelt voor verlies van de ouders. Met het ‘nee-zeggen’ tegen de ouders wordt immers de relatie onder spanning gebracht. Angst voor de vrijheid (vgl. Fromm) kan dus zijn de angst voor contact-verlies of de angst voor de eenzaamheid en misschien wel ten diepste angst voor het niet-zijn, als we ervan uitgaan dat we een ‘ik’ kunnen zijn door de ‘ander/Ander’. Maar dat wordt weer filosofisch…

In de psychologie is het ook bekend dat dochters vaak moeilijker tot zelfstandigheid komen dan jongens. Dat heeft dan te maken met de moedersymbiose. De eenheid tussen moeder en kind is vanaf de baarmoeder enorm sterk. Het kind groeit op en ontwikkelt een eigen identiteit. Echter omdat de meisjes lichamelijk meer op de moeder lijken is het voor hen moeilijker in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid. Zo leren psycho-analytici.

Vanuit het zomaar-zijn volgt dus de bewustwording van datgene wat je hebt (invloed van ouders etc). Wat heb ik in mij aan invloeden uit mijn verleden? Welke ervaringen hebben mij gevormd? Hoe was mijn relatie tot mijn ouders? Waarin heb ik dingen gemist en waarin heb ik dingen ontvangen? Hoe ben ik omgegaan met mijn loyaliteit t.o.v mijn ouders? Welke verlangens zijn onderweg opgedroogd omdat er niet in werd voorzien?

Dit hoeft niet uit te monden in eindeloos navelstaren. Je bewustworden in wat je hierin aan vorming hebt ontvangen, maakt je ook weer bewust hoe je bent geworden tot wat je nu bent en vooral ook om zo je beleving van jezelf te ontplooiien. Je zelfbeeld wordt ingevuld al naar gelang je bewustwording van je verleden en van je heden. Ook reacties van mensen om je heen kunnen hiertoe bijdragen.

Bewustwording van je behoefte aan loyaliteit naast je behoefte aan vrijheid, kan je motiveren om ook te zorgen voor je loyaliteitsbanden. Volgens Nagy heeft een kind altijd deze loyaliteit in zich. Naast fysieke- en psychologische factoren speelt ook de relationele ethiek een belangrijk rol in de ontwikkeling. Door het besef van al deze factoren kom je tot een besef van wat je ‘hebt’ aan vorming en overtuigingen.

Maar dit beeld blijft altijd open en onafgerond. Telkens groeit je bewustzijn en doe je nieuwe ervaringen op. Dat maakt ‘zijn’ dus altijd ‘worden’. Juist omdat ik een geschiedenis achter mij ‘hebt’ en een toekomst voor me ‘hoopt’, is mijn ‘zijn’ altijd ‘worden in de tijd’.

Maar het groeien in dit besef van mijn ‘hebben’, is noodzakelijk om ook tot deze ontwikkeling te komen. Door dit besef zal ik genoodzaakt zijn om te reageren. Dit kan met gedachten, gevoelens maar ook met daden wanneer ik bijvoorbeeld besef dat ik tekort schiet in mijn loyaliteit aan mijn ouders.

Er zijn verschillende therapeutische stromingen die dit terrein van ‘hebben’ exploreren om zodoende het probleemoplossend vermogen van de mens te vergroten. Ik noemde al de contextuele therapie van Iwan Boszormeni-Nagy (spreekt uit als nodsj) die wijst op loyaliteitsbanden en op zoek gaat naar roulerende rekeningen. Hoe kan je een positieve draai geven aan je familie-erfenis. Maar ook Hellinger met zijn gezinsopstellingen lijkt mij een bijdrage aan de exploratie van de sfeer van het hebben. “Erkennen wat er is”, is een kreet dit ik daar veel tegenkom. Roel Bouwkamp, doet ook een duit in het hebben-zakje als hij in de mens twee “rollen” signaleert. De zorgende moeder en de structurerende vader. Als je je bewust wordt in wat je hierin hebt ontvangen en wat je hierin mist en zodoende tot goede verhoudingen komt waarbij het receptieve in harmonie met het vormende is dan kom je tot een verbreding van je bewustwording en je vermogen om actief te sturen en kan je problematisch gedrag beter corrigeren. Symptoomgedrag wordt dan in de receptieve houding ontvangen en ge-exploreerd, waardoor er bewust op kan worden gereageerd vanuit de vormende rol. Verandering lijkt dan mogelijk.

De gestalttherapie gaat uit van de awareness-gedachte. Een groei in bewustwording van jezelf en confrontatie met je eigen ontwikkeling en gevoelens geven je meer diepgang in het contact met anderen. Daarvoor is het wel nodig dat je bewust omgaat met je eigen projecties (samenvloeien) en telkens weer komt tot erkenning van jezelf en de ander (deflectie) “Ik ben ik en jij bent jij!”

Van zomaar-zijn naar bewust-hebben en uiteindelijk ook weer bewust-zijn is de route die mij nuttig lijkt voor een overkoepelend ervaringsgericht model om jezelf te ontwikkelen in relatie tot de ander, waarbij je ook nog eens een bijdrage kunt leveren tot de groei van de ander.

Ervaringsgericht bedoel ik hier niet als methodisch foefje, maar als een wezenlijke keuze die aan de theorievorming vooraf gaat. Existentieel zijn we verbonden met de ander (en onze omgeving) en komen we dit het eerst tegen in onze ervaring. Verbondenheid kan niet worden bedacht, maar wel worden ervaren, beseft of zo je wilt worden beleefd. De ervaring kan immers meer bieden dan het denken kan bevatten.

Dat lijkt me een visie die ik in de bijbel herken. De grote nadruk op ‘getuigenis’ gaat voorbij aan het probleem van subjectiviteit/objectiviteit. Getuigenis heeft per definitie een subjectief karakter en we hoeven hier niet minderwaardig over te doen.
Daarnaast lezen we in de bijbel dat God ons leert wie Hij is door goed te kijken naar onszelf en elkaar. Hierin speelt Christus een centrale rol. In Zijn uitnodigende acceptatie mogen we we ook accepterend naar onszelf kijken. De wandel in het licht waar de eerste Johannesbrief over spreekt, zegt ook iets over transparantie en openheid. Zo open leven voor God en je naaste in het besef dat God getrouw en rechtvaardig is om onze zonden te vergeven, kan ons vrijmoedig maken naar God en elkaar. Er is geen veroordeling meer. We mogen vrij zijn van het oordeel van God, onszelf en van elkaar. We mogen vrijmoedig zijn om lief te hebben en elkaar te dienen en om met elkaar te delen in wat we van God hebben ontvangen. In de volle betekenis van het woord.

Ik zeg bewust “mogen” en “kan maken” omdat dit niet altijd door onze ervaring wordt bevestigd. Het is een belofte waarin we mogen groeien en een toekomst waar we hoopvol naar uit mogen zien.

Ronald

Read Full Post »

Older Posts »