Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘de leercirkel van Kolb’

Als het om leermodellen gaat, heeft het model van Kolb nog steeds een praktische waarde. Dit model laat zien op welke manier mensen leren. Het gaat er van uit dat elk mens een persoonlijke leerstijl heeft. De een leert meer door zijn eigen ervaring te observen en de ander leert meer door de toepassing van richtlijnen. Dat heeft Kolb in schema gebracht. Elk mens heeft zo een eigen leerstijl. Ik heb dit schema veel gebruikt bij de begeleiding van studenten. Het heeft me geleerd dat niet iedereen dezelfde leerstijl heeft als ik. De een leert veel door het lezen van boeken en de ander moet gewoon maar aan de slag en terugkijken op zijn eigen ervaring.

leercyluskolbDit model laat ook zien hoe praktisch filosofie kan zijn. Het model is namelijk het schema wat is terug te voeren op de hermeneutische filosofie. Namen die hierbij horen zijn Wilhelm Dilthey en Hans-Georg Gadamer.

In hun onvrede op het subject-objectschema van Descartes, kwamen zij tot hun hermeneutische kennismethode. Kennis was niet langer meer een speurtocht naar de ongrijpbare objectieve kennis in onszelf. Het besef drong door dat al ons kennen subjectief is en plaatsvindt in de tijd. In de hermeneutische visie verkrijgen we kennis door onze ervaring waarop we reflecteren en vervolgens abstraheren tot algemene concepten. Vanuit die algemene concepten benaderen we via praktische lichtlijnen de werkelijkheid die we tegenkomen in onze ervaring. En zo is de cirkel rond. Het maakt dus niet uit waar je instapt.

Deze cirkel verheldert voor mij ook de ervaring van hebben en zijn. Deze ervaring kan je immers ook voorstellen in een cirkel. Hebben is meestal de laag waar we beginnen, de concrete ervaring bij Kolb. De ‘hebben en zijn cirkel’ overstijgt echter de cirkel van Kolb, want met concepten ontstijgen we nog steeds niet ‘de sfeer van het hebben’. Concepten kunnen we immers ‘hebben’. Vanuit het hebben – waar ook de taal een belangrijk rol speelt als we reflecteren en met anderen communiceren – komen we in de existentiele cirkel tot het einde van het mededeelzame. Door het besef dat we meer zijn dan wat we hebben, overstijgen we in onze ervaring de sfeer van het hebben. Dit is de ervaring van het ‘zijn’. Of eigenlde ervaring van het feit dat we dit beseffen, is zijn.

Zo zou je een schema kunnen maken met een kleinere hermeneutische cirkel die nog altijd in het mededeelzame blijft en daaromheen nog een hogere existentiele cirkel die uitstijgt in de onmededeelbare individuele. Een soort elips met een shortcut.

In de existentiele cirkel worden we uiteindelijk geconfronteerd met onze uniciteit, in dit besef ervaren we dus ook vaak eenzaamheid. Uniciteit en eenzaamheid gaan vaak samen.

Henri Nouwen noemt in zijn boekje “Open uw hart” drie wegen: de weg naar jezelf, -de ander en -God. De eerste weg naar jezelf: “van eenzaamheid naar alleen-zijn”. Dat is een weg naar een positieve omgang met je uniciteit als houding naar jezelf. Hier valt nog meer over te zeggen.

Het gaat me nu om het moment dat we deze zijns-beleving ervaren. Het is de ervaring dat we ons ‘zelf’ niet kunnen vullen met wat we hebben. Naast eenzaamheid, uniciteit, kunnen we hierin ook leegte ervaren. En omdat eenzaamheid en leegte onrustig maken en om vulling/aanwezigheid vragen, gaan we op zoek. We kunnen dan weer in de cirkel naar de sfeer van het ‘hebben’ en ons vullen met nog meer ‘hebben-dingen’, waar we vervolgens weer zullen ontdekken dat we ons niet kunnen vullen met hebben-dingen. Filosofisch gezegd: dat is een categorische fout.

Zo was er een popster die bij een poging tot zelfmoord deze worsteling liet zien. Hij sprak over zijn zoektocht naar vervulling, waar geld en rijkdom niet in kon voorzien. De illusie dat geld zijn leegte kon vullen moest hij inleveren. De ondraaglijkheid van deze leegte dreef hem tot wanhoop. Illusies zijn tijdelijke vullingen van onze leegte.

Sommigen noemen hier de liefde als de ultieme vervulling. Met liefde kan je een eind komen. maar een ander mens kan nooit je uiteindelijke vervulling zijn. De verschillen gaan opvallen en daar kan leegte ontstaan en eenzaamheid.

Gabriel Marcel

Gabriel Marcel

Volgens Gabriel Marcel lukt de vervulling alleen als ik deze zoek in datgene wat groter is dan ikzelf. De uiteindelijke vervulling kan ook niet zijn in het onpersoonlijke (spijtig voor boeddhisme & new age ). Het moet minimaal persoonlijk zijn en minimaal menselijk.Dan komen we uit bij God. De mens is immers uit God en God gaat boven ons uit. ‘Transcendent boven alles uit en immanent aanwezig’ is de formule die we lenen uit de theologie.

Dit is door sommigen ook wel het exitentialistisch godsbewijs genoemd, maar omdat bewijs in een existentialistisch kader moeilijk een algemeengeldend karakter kan hebben, klinkt dit ongepast. God bewijzen dient alleen een persoonlijk nut en hooguit een beperkt intersubjectief doel. Christelijke existentialisten zullen er misschien op wijzen, dat God zich in onze ervaring aandient en Hij meer en groter is dan de wereld van het rationele kennen (Ik ben dus ik denk). God gaat daar bovenuit en leren we kennen in een persoonlijke gerichtheid tot hem, voorbij het rationele. Niet alleen met ons verstand, maar met ons hart, ziel en verstand. Met alles wat we hebben staan we dan voor God in het besef dat we in een verhouding tot onszelf staan en zo ook in een verhouding tot God. Dat lijkt me een persoonlijk contact met de levende God.

Meestal niet onmiddelijk zichtbaar en niet onmiddelijk hoorbaar. God laat zich aan mij en aan anderen veelal indirect kennen en voedt zo mijn vertrouwen dat Hij er is, als de IKBEN.

Wanneer we deze cirkel tot in het uiterste zijn gegaan en onze vervulling in God beleven, dan kunnen we daar niet blijven. We zullen weer moeten landen in het leven van alledag, in het mededeelbare, de taal en de symbolen kunnen verwijzingen zijn naar deze ongrijpbare wereld, maar de incarnatie in vlees en bloed is onvermijdelijk. Dit is voorwaarde om deze ervaring te kunnen delen met anderen en ons te kunnen verbinden.

Dat kan “hebben en zijn” dus tot een praktisch ervaring maken, waarbij we via de inkeer beseffen dat niets wat we hebben ervaren ons kan vervullen. Wanneer we dit bij God kunnen vinden dan ontstijgen we het mededeelbare in een persoonlijk contact en wordt het weer vlees en bloed als we hierover met anderen willen spreken.

Dan is het bijzonder dat de bijbel spreekt over een God die afdaalt naar mensen. Jezus Christus incarneerde als God onder de mensen. Werd mens zoals wij (zie kerst). Omdat Hij incarneerde als mens, ons menszijn aandeed en zo ook onze ziekte, vreugde, zonde en pijn in zijn ervaring meemaakte en na zijn opstanding weer terug ging naar God in de hemel, is de cirkel voor ons mogelijk geworden naar God. Het is de cirkel van de Goddelijke incarnatie en de hemelvarende mens Christus Jezus, waarin Vader Zoon en Heilige Geest de cirkel rondmaken.

Een invulling die ik bij Marcel nog niet ben tegengekomen. Maar ik moet genoeg lef hebben om af en toe een eenzame weg in te gaan en mij op paden begeven waar ik (nog) geen bijval krijg. Misschien zie ik later wel dat het een weg was die al velen hebben bewandeld, misschien ook niet…

Een avontuurlijke reis die mij doet denken aan Tolkien’s sprookje “De smid van Groot-Wolding”.

verder zoeken?

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hermeneutiek

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hans-Georg_Gadamer

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelm_Dilthey

http://www.bol.com/nl/p/boeken/sprookjes-en-vertellingen/666861225/index.html

Advertenties

Read Full Post »