Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Gabriel Marcel’

Door mijn overdenkingen van Maslow en mijn reactie daarop krijg ik opeens ook weer meer zicht en betere woorden om iets te roepen over mijn motivatie voor dit project van zijn&hebben. Als ik dit hier wil delen, zal ik een stap moeten zetten om meer te laten zien uit de context van mijn persoonlijke ontwikkeling. Daar komtie dan…

Deze zijn&hebben-blog is eigenlijk het gevolg van een crisis die ik heb ervaren in mijn denken en mijn voelen. Er is een periode in mijn leven geweest waarin ik denken en voelen aardig in balans had. Ik was toen 6 jaar (grapje=) Toen kwam er een periode waarin ik nadrukkelijk gevoelsgericht werd. Ik wilde dingen voelen en beleven die ik daarvoor nog niet had beleeft. Het ging mij toen om de “kick”. Toen kreeg ik een ervaring waardoor ik schrok van deze levenshouding. Deze ervaring bracht mij er ook toe om meer mijn heil te zoeken in rationaleit. Ik verdiepte mij in een breed veld van theoretische lectuur om maar meer grip te krijgen op de werkelijk om mij heen en in mijzelf. Ik hoopte dat dit mij gerust zou stellen en mij zou leiden naar innerlijke vrede of op zijn minst een leefbare balans.

Ook dit ging naar verloop van tijd een eigen leven leiden, zodat ik moest constateren dat mijn gevoelsleven wel erg achterbleef in mijn ervaring van de werkelijkheid. Het leek wel alsof het eerst door mijn denken moest worden gefilterd zodat ik daarna nog een vleugje emotie kon meemaken.

Toen ik hier last van kreeg, las ik veel over integratie van verstand en gevoel. Dit klinkt nuttig, maar zolang ik dit bleef lezen, zat ik nog in mijn hoofd. Maar ik voelde ergens wel dat ik een bepaalde kant op moest. Ik las bij de mensen hier uit het rechterrijtje en vond daar veel inspiratie. Soms had ik echt een aha-erlebnis en brak er iets van licht door waarin ik de integratie tussen verstand en gevoel kon beleven.

Dit proces is nog steeds in volle gang, maar ik krijg hierbij meer behoefte om mijn ontdekkingen te delen. Mijn uitdaging van deze site is om mijn individuele ervaring herkenbaar te maken voor lezers. Ik weet dat ik daar vaak niet in zal slagen. Maar ik hoop dat “jij” als lezer blijft proberen en blijft schakelen tussen je “begrip van de tekst” en de “herkenning in je ervaring“. Volgens mij is dit de enige weg om mij te kunnen volgen. Als dat al zou lukken.

Dit bedoel ik niet elitair. Het gaat niet om slimmer of meer kennis. De uitdaging hierin zie ik vooral ik het gegeven dat het een persoonlijk proces is wat ik hier in algemene, herkenbare termen wil delen. Het spijt me als ik projecteer en je daarmee onrecht aandoe, maar dit spanningsveld zal toch wel in meer of mindere mate herkenbaar zijn voor “jou” als lezer.

Mijn weg om mijn verstand en mijn gevoel te integreren is de weg van “de ervaring” geweest. De ervaring is immers normaliter het voorste treintje en de gevoelens en de gedachten kunnen daar als wagonnetjes achteraan komen. De RET-psychologie maakt hier handig gebruik van. Wanneer mijn gevoel het wagonnetje achter het treintje is en waarachter het wagonnetje van het denken hangt, wordt het een losgeslagen bende. Dan kan ik bijvoorbeeld mij door mijn angst laten leiden en angstige gedachten ontwikkelen en mij laten beperken. Of in mijn boosheid boze plannen maken en anderen geweld aandoen. Maar wanneer mijn verstand het voorste treintje is dan kan het weer een overgecontroleerde saaie boel worden waarin het signaal van het gevoel niet wordt gehoord. Een mooi voorbeeld lijkt me de filosoof Friedrich Nietzsche. Hij heeft zich ook geergerd aan de overgecontroleerde (vaak christelijke) opvattingen van de werkelijkheid. Deze waren in zijn tijd dominant aanwezig. Hij koos voor de extase (Dionysius) als vlucht uit deze nauwe misleidende werkelijkheid om uiteindelijk te komen tot een herwaardering van alle waarden. Daarin lijkt hij niet geslaagd in zijn leven. Er gaan verhalen dat hij eindigde met wanhoop en waanzin.

De weg die mij tot nu toe heeft geholpen is de weg van de ervaring. Dat vond ik best een spannende weg, want hoe kan ik nu alleen op mijn ervaring vertrouwen. Dat kan omdat ik ook besef dat er meer is dan wat ik hier-en-nu ervaar. Ik heb ook deze ervaring die de geldigheid van mijn ervaring relativeert. Dwz als ik iets niet ervaar, dan betekent dit nog niet dat het er ook werkelijk niet is. Dit heb ik al als baby ervaren, toen mijn moeder mij in mijn bedje achterliet om mij te laten slapen.

En zo komen we eigenlijk via de weg van ervaring uit bij de noodzakelijkheid van vertrouwen of geloven. Dit doen we al op een niet religieuze manier in onze vroege kinderjaren. Erikson ziet het zelfs als bouwsteen voor en gezonde ontwikkeling. Het begint met vertrouwen en pas laten komt het wantrouwen als er aanleiding toe is.

De weg van de ervaring komen we in de filosofie tegen bij existentialisten, fenomenologen en hermeneutische denkers oa. In de psychologie kom ik de tegen in de humanistische psychologie, in de gestalttheorie en in de hedendaagse ervaringsgerichte theorie.

Bij Marcel en bij Kierkegaard ontdekte ik echter de waarde van “de verhouding”. Ik ben geen willoos slachtoffer van wat ik denk en wat ik voel. Zelfs ben ik geen slachtoffer van wat ik ervaar. Ik kan tot een besef komen en kan vervolgens kiezen wat ik ermee ga doen. Dat noemen we verantwoordelijkheid. Dit is wat ik hier op mijn blog probeer te delen. Het “ik” transcendeert ‘voorbij’ het denken en het voelen in de ervaring, zodat we in onze ervaring tot de verhouding komen met datgene wat we hebben (aan denken, gevoelens en ander bezit)

Tijdens mijn religieuze zoektocht heb ik ontdekt dat de bijbel daarin een aansprekelijk boek is. Via Abraham Joshua Heschel kreeg ik een ander zicht op dit aloude boek. Daar las ik over het bijbelse situationele denken ten opzichte van het meer Griekse conceptionele denken. Daar las ik over de verwondering die niet betekent een uitschakeling van het verstand, maar een ingeschakeld verstand die moet erkennen dat God hem te boven gaat. Dit is voor mij ook het ruimere kader geworden om naar het Nieuwe Testament te kijken en daar te ontdekken dat dit bij de Apostelen niet anders is.

De bijbel werd voor mij nog indrukwekkender toen ik het uit de context haalde van “gangbare” meningen en dogma’s en zo kwam tot een individuele beleving van de bijbel (1Joh2:27). Dit heeft me diverse top-ervaringen opgeleverd.

Zo ontdekte ik dat bijvoorbeeld Apostel Paulus volgens eigen zeggen en volgens anderen (bijvoorbeeld Petrus en Lucas) niet alles had bedacht maar alles had ervaren. Ook wilde hij geen leer wilde geven die knellend zou zijn, maar iets wat juist ruimte zou maken. Dit zou de liefde van God zijn die uitwerkt in de liefde voor elkaar.

In de tekst ontdekte ik steeds meer dat ook bij Paulus de ervaring voorop stond en dat deze hem op de een of andere manier overtuigde. In deze ervaring was ook het vertrouwen werkzaam als ontvankelijkheid voor de dingen van God. Dit noemde of herkende hij achteraf pas als de Heilige Geest, niet vooraf. Ook bij de apostel Johannes herken ik deze gerichtheid op de ervaring. De ervaring komt tot ons via de zintuigen (1Joh1), maar kan heel goed in tweede instantie zijn uit een getuigenis van een ooggetuige (Joh17:20). Deze ervaring vond ik niet vreemd. De rechter in onze rechtbank, beoordeelt immers ook op grond van getuigenissen of iets waar of niet waar is. Het hangt er dan wel vanaf of deze getuigenissen worden ondersteund en of ze betrouwbaar zijn. Hij was er zelf niet bij. Hij laat er geen formules en causaliteit op los. Het sterkst spreekt een getuigenis die een betrouwbare/geloofwaardige indruk wekt.

Toen ik de bijbel ging beleven en ook iets van God door de tekst ging zien. Veranderde ik in mijn denken. Ik ervoer meer liefde, betrokkenheid en kreeg meer oog voor het wonder. Volgens mij waren deze drie nodig om tot een relativering te komen van menselijke wetenschappelijke theorie. Ik kreeg minder moeite met paradoxen tussen wetenschappelijke verhalen en de verhalen die ik in de bijbel las. Zij kwamen op verschillende niveau’s bij me binnen. Misschien wel omdat mijn Godservaring een meer directe ervaring was dan de onpersoonlijke theorieen die ik tot dan toe had aangehangen. Het besef van het wonder – wat voor mij ook verassing en openheid betekent – is voor mij misschien wel het besef geweest wat mij losweekte van mijn gedachten waarin wetten van (gesloten) causaliteit tot dan toe dominant waren. Dit kon voor mij niet langer de basis zijn. Dit begon ik teveel als een constructie te zien. Misschien niet in de werklijkheid buiten mijzelf, maar wel binnen mij. Het is de volle ervaring die voorop gaat en waarin ook het wonder wordt beleeft in openheid voor datgene wat mijn verstand te boven gaat. Mijn verstand volgt op korte afstand en maakt (re)constructies. Dit is natuurlijk niet zo absoluut als ik hier verwoord. In de hermeneutische cirkel nemen wij onze gedachten ook weer mee om onze aandacht te richten en wordt onze ervaring ook daardoor gekleurd.

Filosofisch komt dit dicht bij fenomenologische gedachten van Heidegger en zijn leermeester Husserl en de hermeneutici als Dilthey en Gadamer, waar ook de leercirkel van Kolb is afgeleid.

In de bijbel vind ik herkenning als het gaat om verandering van denken (Rom 12), ontzag wat vooraf gaat aan wijsheid (Spr 1 etc) . Denken is in de bijbel van groot belang, maar de houding die daaraan vooraf gaat is niet minder belangrijk. Dit kom ik ook weer tegen bij Levinas. Voor ons begrijpen – wat beheersen is – gaat het stichten van een societeit vooraf. Daarin speelt de ethiek een belangrijke normerende rol om ons destructieve neigingen in te perken. Ethiek is optiek, aldus Levinas.

Globaal komt eigenlijk mijn hele proces neer op de ontdekking van de “pre-rationele” ervaring. De aanvliegroutes waren filosofisch, religieus en psychologisch… maar moest ik in de terugweg naar de pre-rationele ervaring achter me laten. Zo werd het misschien ook wel weer een post-rationele ervaring.

Het is deze basale ervaring die ik wil delen omdat ik de indruk heb dat het leven hierdoor veelkleuriger is geworden en ik ook meer in het hier en nu kan blijven. Daar kom ik ook de liefde tegen.  Deze verrijking wil ik niet alleen voor mezelf houden.

Al is het maar om mij daarin minder eenzaam te voelen =)

Want wat is nu verrijking als we het ook niet kunnen delen. Juist deze deelbaarheid is datgene wat de bijbel omschrijft als liefde, of verbondenheid of de wat oudere term gemeenschap. Een liefde die we kunnen ontdekken in de persoon van Jezus. Hij noemt ons vrienden omdat Hij alles met ons deelde. Hij gaf ons zijn leven (1Joh3:16)

We hebben nu een meer filosofische benadering gehad in mijn eerste blogs. We zijn nu begonnen aan een meer psychologische terreinverkenning. Via Maslow komen we dan uit bij de Gestalttheorie van Perls en de zijnen. Voor meer gedachten over geloof en denken verwijs ik graag naar mijn blog http://gelovigdenken.wordpress.com

Read Full Post »

Als het om leermodellen gaat, heeft het model van Kolb nog steeds een praktische waarde. Dit model laat zien op welke manier mensen leren. Het gaat er van uit dat elk mens een persoonlijke leerstijl heeft. De een leert meer door zijn eigen ervaring te observen en de ander leert meer door de toepassing van richtlijnen. Dat heeft Kolb in schema gebracht. Elk mens heeft zo een eigen leerstijl. Ik heb dit schema veel gebruikt bij de begeleiding van studenten. Het heeft me geleerd dat niet iedereen dezelfde leerstijl heeft als ik. De een leert veel door het lezen van boeken en de ander moet gewoon maar aan de slag en terugkijken op zijn eigen ervaring.

leercyluskolbDit model laat ook zien hoe praktisch filosofie kan zijn. Het model is namelijk het schema wat is terug te voeren op de hermeneutische filosofie. Namen die hierbij horen zijn Wilhelm Dilthey en Hans-Georg Gadamer.

In hun onvrede op het subject-objectschema van Descartes, kwamen zij tot hun hermeneutische kennismethode. Kennis was niet langer meer een speurtocht naar de ongrijpbare objectieve kennis in onszelf. Het besef drong door dat al ons kennen subjectief is en plaatsvindt in de tijd. In de hermeneutische visie verkrijgen we kennis door onze ervaring waarop we reflecteren en vervolgens abstraheren tot algemene concepten. Vanuit die algemene concepten benaderen we via praktische lichtlijnen de werkelijkheid die we tegenkomen in onze ervaring. En zo is de cirkel rond. Het maakt dus niet uit waar je instapt.

Deze cirkel verheldert voor mij ook de ervaring van hebben en zijn. Deze ervaring kan je immers ook voorstellen in een cirkel. Hebben is meestal de laag waar we beginnen, de concrete ervaring bij Kolb. De ‘hebben en zijn cirkel’ overstijgt echter de cirkel van Kolb, want met concepten ontstijgen we nog steeds niet ‘de sfeer van het hebben’. Concepten kunnen we immers ‘hebben’. Vanuit het hebben – waar ook de taal een belangrijk rol speelt als we reflecteren en met anderen communiceren – komen we in de existentiele cirkel tot het einde van het mededeelzame. Door het besef dat we meer zijn dan wat we hebben, overstijgen we in onze ervaring de sfeer van het hebben. Dit is de ervaring van het ‘zijn’. Of eigenlde ervaring van het feit dat we dit beseffen, is zijn.

Zo zou je een schema kunnen maken met een kleinere hermeneutische cirkel die nog altijd in het mededeelzame blijft en daaromheen nog een hogere existentiele cirkel die uitstijgt in de onmededeelbare individuele. Een soort elips met een shortcut.

In de existentiele cirkel worden we uiteindelijk geconfronteerd met onze uniciteit, in dit besef ervaren we dus ook vaak eenzaamheid. Uniciteit en eenzaamheid gaan vaak samen.

Henri Nouwen noemt in zijn boekje “Open uw hart” drie wegen: de weg naar jezelf, -de ander en -God. De eerste weg naar jezelf: “van eenzaamheid naar alleen-zijn”. Dat is een weg naar een positieve omgang met je uniciteit als houding naar jezelf. Hier valt nog meer over te zeggen.

Het gaat me nu om het moment dat we deze zijns-beleving ervaren. Het is de ervaring dat we ons ‘zelf’ niet kunnen vullen met wat we hebben. Naast eenzaamheid, uniciteit, kunnen we hierin ook leegte ervaren. En omdat eenzaamheid en leegte onrustig maken en om vulling/aanwezigheid vragen, gaan we op zoek. We kunnen dan weer in de cirkel naar de sfeer van het ‘hebben’ en ons vullen met nog meer ‘hebben-dingen’, waar we vervolgens weer zullen ontdekken dat we ons niet kunnen vullen met hebben-dingen. Filosofisch gezegd: dat is een categorische fout.

Zo was er een popster die bij een poging tot zelfmoord deze worsteling liet zien. Hij sprak over zijn zoektocht naar vervulling, waar geld en rijkdom niet in kon voorzien. De illusie dat geld zijn leegte kon vullen moest hij inleveren. De ondraaglijkheid van deze leegte dreef hem tot wanhoop. Illusies zijn tijdelijke vullingen van onze leegte.

Sommigen noemen hier de liefde als de ultieme vervulling. Met liefde kan je een eind komen. maar een ander mens kan nooit je uiteindelijke vervulling zijn. De verschillen gaan opvallen en daar kan leegte ontstaan en eenzaamheid.

Gabriel Marcel

Gabriel Marcel

Volgens Gabriel Marcel lukt de vervulling alleen als ik deze zoek in datgene wat groter is dan ikzelf. De uiteindelijke vervulling kan ook niet zijn in het onpersoonlijke (spijtig voor boeddhisme & new age ). Het moet minimaal persoonlijk zijn en minimaal menselijk.Dan komen we uit bij God. De mens is immers uit God en God gaat boven ons uit. ‘Transcendent boven alles uit en immanent aanwezig’ is de formule die we lenen uit de theologie.

Dit is door sommigen ook wel het exitentialistisch godsbewijs genoemd, maar omdat bewijs in een existentialistisch kader moeilijk een algemeengeldend karakter kan hebben, klinkt dit ongepast. God bewijzen dient alleen een persoonlijk nut en hooguit een beperkt intersubjectief doel. Christelijke existentialisten zullen er misschien op wijzen, dat God zich in onze ervaring aandient en Hij meer en groter is dan de wereld van het rationele kennen (Ik ben dus ik denk). God gaat daar bovenuit en leren we kennen in een persoonlijke gerichtheid tot hem, voorbij het rationele. Niet alleen met ons verstand, maar met ons hart, ziel en verstand. Met alles wat we hebben staan we dan voor God in het besef dat we in een verhouding tot onszelf staan en zo ook in een verhouding tot God. Dat lijkt me een persoonlijk contact met de levende God.

Meestal niet onmiddelijk zichtbaar en niet onmiddelijk hoorbaar. God laat zich aan mij en aan anderen veelal indirect kennen en voedt zo mijn vertrouwen dat Hij er is, als de IKBEN.

Wanneer we deze cirkel tot in het uiterste zijn gegaan en onze vervulling in God beleven, dan kunnen we daar niet blijven. We zullen weer moeten landen in het leven van alledag, in het mededeelbare, de taal en de symbolen kunnen verwijzingen zijn naar deze ongrijpbare wereld, maar de incarnatie in vlees en bloed is onvermijdelijk. Dit is voorwaarde om deze ervaring te kunnen delen met anderen en ons te kunnen verbinden.

Dat kan “hebben en zijn” dus tot een praktisch ervaring maken, waarbij we via de inkeer beseffen dat niets wat we hebben ervaren ons kan vervullen. Wanneer we dit bij God kunnen vinden dan ontstijgen we het mededeelbare in een persoonlijk contact en wordt het weer vlees en bloed als we hierover met anderen willen spreken.

Dan is het bijzonder dat de bijbel spreekt over een God die afdaalt naar mensen. Jezus Christus incarneerde als God onder de mensen. Werd mens zoals wij (zie kerst). Omdat Hij incarneerde als mens, ons menszijn aandeed en zo ook onze ziekte, vreugde, zonde en pijn in zijn ervaring meemaakte en na zijn opstanding weer terug ging naar God in de hemel, is de cirkel voor ons mogelijk geworden naar God. Het is de cirkel van de Goddelijke incarnatie en de hemelvarende mens Christus Jezus, waarin Vader Zoon en Heilige Geest de cirkel rondmaken.

Een invulling die ik bij Marcel nog niet ben tegengekomen. Maar ik moet genoeg lef hebben om af en toe een eenzame weg in te gaan en mij op paden begeven waar ik (nog) geen bijval krijg. Misschien zie ik later wel dat het een weg was die al velen hebben bewandeld, misschien ook niet…

Een avontuurlijke reis die mij doet denken aan Tolkien’s sprookje “De smid van Groot-Wolding”.

verder zoeken?

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hermeneutiek

http://nl.wikipedia.org/wiki/Hans-Georg_Gadamer

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelm_Dilthey

http://www.bol.com/nl/p/boeken/sprookjes-en-vertellingen/666861225/index.html

Read Full Post »

Nu denk je misschien: hey wat vreemd de oficiele stelling luidt toch niet zoals in de titel maar is “Ik denk, dus ik besta” (cogito ergo sum). Dat klopt helemaal. Deze titel is de reactie van Gabriel Marcel op de oficiele stelling. Deze stelling van Descartes heeft volgens mij de wereld geen goed gedaan. De mens is (mede) hierdoor in een soort verscheurdheid terecht gekomen die zijn weerga niet kent. De mens is opgesloten in zichzelf en zijn denken. Zo is hij/zij het gezonde contact met mensen en andere schepsels buiten hem/haar kwijtgeraakt. Met deze mening ben ik niet de eerste, want meerdere mensen voor mij delen deze mening (vgl. Stephen Toulmin in “Een schitterend ongeluk” – VPRO). Het is niet zozeer dat ik deze mensen naspreek omdat ze goede argumenten voor hun mening hebben, maar via mijn ervaring vond ik herkenning in de analyse van deze mensen.

De filosofie na Descartes kan je misschien wel zien als pogingen om de kloof tussen subject en object te overbruggen. Dit zie ik vooral bij Husserl, Heidegger, Gadamer, Levinas etc. Maar daarover misschien een andere keer.

Waar het mij hierom gaat is de aansluiting op het thema van deze blog: Een bewust ‘verbindend’ omgaan met “zijn en hebben” in de verscheurdheid die we in onze ervaring tegenkomen. Het besef dat ik besta, ligt dan in de sfeer van “zijn”. Misschien niet eens zozeer mijn bestaan zelf, alswel ‘mijn besef dat ik besta’ of meer nog ‘mijn besef dat ik besef dat ik besta’. Dit lijkt misschien een woordenspel, maar is het geenszins. Het heeft voor mij alles te maken met een bewustwordingsbesef. Dit leven op ‘meta-niveau’ valt als “zijn” te typeren. Het denken valt voor Marcel toch echt in de sfeer van het hebben valt. Gedachten kan je immers ‘hebben’ en met woorden is er “beheersing” (vgl. Levinas in Het menselijk gelaat).

De ervaring gaat de aan gedachten vooraf. De ervaring kent immers ook voelen en zien zonder ‘denken’. Daarom kan ‘denken’ voor Marcel nooit het uitgangspunt zijn, zoals de formulering van Descartes doet vermoeden. Marcel was immers ook dramaturg en muzikant, waardoor hij ook bezig was met de ervaring van gevoel en klank.

Gabriel Marcel wil hierin nauw aansluiten bij wat hij ervaart. Hierbij wil ik niet zeggen dat dit niet de bedoeling is geweest van Descartes. Maar zijn methodische twijfel (we krijgen alleen ‘kennis’ van iets buiten ons wanneer we er een rationele onderbouwing voor hebben) en zijn nadruk op het denken en het subject lijken mij vatbaar voor een ongezonde verbondenheid tussen mens en omgeving. Zelfs als kennismethode vind ik hem te geconstrueerd. We gaan van heel veel dingen uit zonder dat we er een rationele onderbouwing voor hebben die ook nog eens is terug te voeren op onbetwijfelbare ‘fundamentele’ uitgangspunten. Als iemand tegen je zegt dat je gulp openstaat dan reageer je op het woord gulp waarschijnlijk met schrik je en kijk je direct en handel je meteen door er naar te voelen. Daarvoor heb je geen rationele argumentatie nodig. Als je verliefd bent dan speelt rationele argumentatie ook geen rol om jezelf te overtuigen van je verliefdheid voor de ander.

Deze subject-objectscheiding (zoals Descartes hem onder woorden brengt) heb ik aan der lijve gevoel in mijn dilemma tussen verstand en gevoel. In een levensfase waarin ik grote nadruk op mijn verstand legde, werd ik steeds meer geconfronteerd met mijn beperkingen. In mijn contact met mensen om mij heen, voelde ik dit als een belemmering. Spontane reacties waren mij in die tijd vreemd, omdat de informatie van buitenaf eerst moest worden verwerkt in mijn denken. Als ik het begreep of er woorden aan gaf dan kon ik terugreageren met met woorden en zelfs ook gevoelens. Dit heb ik een periode vrij extreem zo beleefd.

Mede omdat ik mijn worsteling herkende in Toulmins reactie op Descartes. En ook al eerder bij denkers als Husserl en Heidegger. Maar dat is een blog appart (of misschien wel meerdere blogs).

Bij Marcel vind ik een praktisch herkenbaar gegeven in de ervaring als uitgangspunt. De ervaring heeft niet persee het laatste woord, maar het is voor mij wel de manier geweest om een gezonde (?) houding te ontwikkelen naar mijn omgeving. In de “volheid” van de ervaring zit namelijk een grote diversiteit die de mens meer rechtdoet als creatief schepsel met intuities, verlangens en gevoelens. Wanneer ik de ratio als prioriteit verheft komen deze “functies” bij mij in het gedrang. In de psychologie is dit ooit rationalisatie genoemd. Een afweermechanisme dat onprettige gevoelens en ervaringen op een verstandelijke manier reduceert of vervormd. Een van de eerste definities kan je vinden in Anna Freud’s afweermechanismen.

Hoe kan ik bijvoorbeeld liefde ervaren wanneer ik dit eerst moet begrijpen? Hoe kan ik verwondering beleven als ik dit in definities en concepten wil vatten? De ervaring barst immers altijd uit de woorden en de begrippen. Om Kierkegaard maar eens creatief te citeren.

Maar de weg naar het zijn loopt voor mij wel vaak door mijn ervaring via het hebben. Bewust van wat ik heb aan ‘bezit’ ervaar ik dat ik meer ben dan mijn bezit.

“Ook al groeien geld en goed, houd je hart er vrij van!” (psalm 62:11b)

Dat maakt zijn-en-hebben tot een meditatief moment. In het moment van deze ‘inkeer’ komen we vanuit ons zomaarzijn tot ons bewustzijn. Hierbij overstijgen de de sfeer van ons hebben. We reflecteren erop. Maar onze reflectie lijkt me rijker dan woorden alleen. Het houdt voor mij ook gevoelens in. En op de reflectie in mijn gedachten en gevoelens kan ik ook weer reflecteren met gedachten en gevoelens. Daar kan ik mij bijvoorbeeld verwonderen over mijn gedachten en gevoelens en beseffen dat alles in mij en buiten mij niet in woorden is te vatten en mijn denken te boven gaat, brengt mij in verwondering.

Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven ik kan er niet bij. (psalm 139)

Voor de antieke filosofen was de verwondering ook het uitgangspunt van het denken. Taalkundig zeg je ook dat je verwondert ‘bent’ en niet dat je verwondering ‘hebt’.

Alleen is er bij mij telkens weer de ervaring dat woorden tekort schieten. En daarom kan het bestaan nooit worden herleid tot woorden alleen. Iemand die graag een (zogenaamd) wetenschappelijk wereldbeeld wil vasthouden, komt hier in logische problemen. De wereld die wij ervaren is altijd rijker dan wat de regels van de consensus in wetenschap toestaat en is ook altijd persoonlijker dan de algemeenheden daarin. Wetenschap is immers gebonden aan regels die we met elkaar afspreken en waarover zelfs nog een diversiteit aan opvattingen mogelijk is.

De wereld die wij ervaren is dus ook altijd rijker dan de woorden die we hebben. Dat is een ervaring van hebben naar zijn! Mijn woorden schieten tekort en mijn ervaring is rijker. Wat kan mijn ervaring omvatten en rechtdoen. Laat staan hoe ik mijn ervaring ten volle kan delen.

Dit lijkt me een basaal verlangen die ik bij mezelf ervaar en die ik gelukkig ook ontmoet bij anderen. Misschien lukt het dan niet om alles te delen wat we ervaren, maar dan kunnen we altijd nog de ervaring dat we dit verlangen hebben met elkaar delen.

Dus nog even over de stelling “Ik besta dus ik denk”: Mijn bestaan kan dus nooit vooraf worden gegaan door ons denken (alleen). Elke menselijke (re)act impliceert mijn “zijn”. Analytisch wordt dit duidelijk als ik ‘zijn’ logisch wil definieren. Dan ‘is’ namelijk al het woordje “is” nodig en een definitie met het te definieren woord erin, lijkt me niet echt een bijdrage aan verheldering.

Maar voorbij en vooraf aan deze logische aangelegenheid zie ik een belevingskant van deze kwestie, met het risico dat mensen zich in hun denken kunnen opsluiten, kunnen isoleren, een aan-autisme-verwant risico lijkt mij dan een passende term, als je bedenkt dat voor Descartes alle “zuivere kennis” in ons aanwezig is en we het niet nodig hebben om ons door de ervaring te richten tot de uitwendige wereld der objecten.

Maar het is alweer even geleden dat ik Descartes las, dus als ik deze man onrecht aandoe met mijn woorden dan mag dit zeker worden geroepen.

Hoe-dan-ook de kern van mijn betoog blijft staan. Een goed besef van hebben en zijn, kan bijdragen aan heelheid in jezelf en aan verbondenheid met de schepping om je heen. De verbondenheid met de schepping en met delen in jezelf gaat aan het denken en aan de rationaliteit vooraf. De weg van de ervaring is voor mij het meest bevrijdend, maar wel met het besef dat er meer is dan wat ik ervaar en dat zelf mijn ervaring daarom nooit afdoend is om de werkelijkheid te bevatten.

Dit is niet alleen bevorderend voor mijn heelheid, maar behoed mij ook voor grootspraak en overmoed. Zoals Heschel twee houdingen vergelijkt: Enerzijds de logisch positivisten die zeggen: nog even en we begrijpen heel de wereld en het heelal en wat we nu nog niet begrijpen komt straks wel. En anderzijds de houding van verwondering waarbij we de schoonheid en de complexiteit van de zandkorrel ontdekken en ons verbazen dat er een heel strand vol is met verschillende zandkorrels. De houding die natuurkundige Blaise Pascal verwoord als hij het heeft over Gods grootheid in het kleine van de schepping (moleculen) en in het grote van de schepping (het heelal).

Ronald

In voorbereiding: “zijn-en-hebben” in de ontwikkelingspsychologie en de persoonlijkheidsvorming. Het kind dat de vader- en de moederrollen verinnerlijkt en in reactie daarop zich zal ontwikkelen. En de therapie die – vanuit een zomaarzijn – mensen uitdaagt tot bewustzijn waardoor er keuzevrijheid kan ontstaan voor gedragsverandering.

Read Full Post »