Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Stephen Toulmin’

Nu denk je misschien: hey wat vreemd de oficiele stelling luidt toch niet zoals in de titel maar is “Ik denk, dus ik besta” (cogito ergo sum). Dat klopt helemaal. Deze titel is de reactie van Gabriel Marcel op de oficiele stelling. Deze stelling van Descartes heeft volgens mij de wereld geen goed gedaan. De mens is (mede) hierdoor in een soort verscheurdheid terecht gekomen die zijn weerga niet kent. De mens is opgesloten in zichzelf en zijn denken. Zo is hij/zij het gezonde contact met mensen en andere schepsels buiten hem/haar kwijtgeraakt. Met deze mening ben ik niet de eerste, want meerdere mensen voor mij delen deze mening (vgl. Stephen Toulmin in “Een schitterend ongeluk” – VPRO). Het is niet zozeer dat ik deze mensen naspreek omdat ze goede argumenten voor hun mening hebben, maar via mijn ervaring vond ik herkenning in de analyse van deze mensen.

De filosofie na Descartes kan je misschien wel zien als pogingen om de kloof tussen subject en object te overbruggen. Dit zie ik vooral bij Husserl, Heidegger, Gadamer, Levinas etc. Maar daarover misschien een andere keer.

Waar het mij hierom gaat is de aansluiting op het thema van deze blog: Een bewust ‘verbindend’ omgaan met “zijn en hebben” in de verscheurdheid die we in onze ervaring tegenkomen. Het besef dat ik besta, ligt dan in de sfeer van “zijn”. Misschien niet eens zozeer mijn bestaan zelf, alswel ‘mijn besef dat ik besta’ of meer nog ‘mijn besef dat ik besef dat ik besta’. Dit lijkt misschien een woordenspel, maar is het geenszins. Het heeft voor mij alles te maken met een bewustwordingsbesef. Dit leven op ‘meta-niveau’ valt als “zijn” te typeren. Het denken valt voor Marcel toch echt in de sfeer van het hebben valt. Gedachten kan je immers ‘hebben’ en met woorden is er “beheersing” (vgl. Levinas in Het menselijk gelaat).

De ervaring gaat de aan gedachten vooraf. De ervaring kent immers ook voelen en zien zonder ‘denken’. Daarom kan ‘denken’ voor Marcel nooit het uitgangspunt zijn, zoals de formulering van Descartes doet vermoeden. Marcel was immers ook dramaturg en muzikant, waardoor hij ook bezig was met de ervaring van gevoel en klank.

Gabriel Marcel wil hierin nauw aansluiten bij wat hij ervaart. Hierbij wil ik niet zeggen dat dit niet de bedoeling is geweest van Descartes. Maar zijn methodische twijfel (we krijgen alleen ‘kennis’ van iets buiten ons wanneer we er een rationele onderbouwing voor hebben) en zijn nadruk op het denken en het subject lijken mij vatbaar voor een ongezonde verbondenheid tussen mens en omgeving. Zelfs als kennismethode vind ik hem te geconstrueerd. We gaan van heel veel dingen uit zonder dat we er een rationele onderbouwing voor hebben die ook nog eens is terug te voeren op onbetwijfelbare ‘fundamentele’ uitgangspunten. Als iemand tegen je zegt dat je gulp openstaat dan reageer je op het woord gulp waarschijnlijk met schrik je en kijk je direct en handel je meteen door er naar te voelen. Daarvoor heb je geen rationele argumentatie nodig. Als je verliefd bent dan speelt rationele argumentatie ook geen rol om jezelf te overtuigen van je verliefdheid voor de ander.

Deze subject-objectscheiding (zoals Descartes hem onder woorden brengt) heb ik aan der lijve gevoel in mijn dilemma tussen verstand en gevoel. In een levensfase waarin ik grote nadruk op mijn verstand legde, werd ik steeds meer geconfronteerd met mijn beperkingen. In mijn contact met mensen om mij heen, voelde ik dit als een belemmering. Spontane reacties waren mij in die tijd vreemd, omdat de informatie van buitenaf eerst moest worden verwerkt in mijn denken. Als ik het begreep of er woorden aan gaf dan kon ik terugreageren met met woorden en zelfs ook gevoelens. Dit heb ik een periode vrij extreem zo beleefd.

Mede omdat ik mijn worsteling herkende in Toulmins reactie op Descartes. En ook al eerder bij denkers als Husserl en Heidegger. Maar dat is een blog appart (of misschien wel meerdere blogs).

Bij Marcel vind ik een praktisch herkenbaar gegeven in de ervaring als uitgangspunt. De ervaring heeft niet persee het laatste woord, maar het is voor mij wel de manier geweest om een gezonde (?) houding te ontwikkelen naar mijn omgeving. In de “volheid” van de ervaring zit namelijk een grote diversiteit die de mens meer rechtdoet als creatief schepsel met intuities, verlangens en gevoelens. Wanneer ik de ratio als prioriteit verheft komen deze “functies” bij mij in het gedrang. In de psychologie is dit ooit rationalisatie genoemd. Een afweermechanisme dat onprettige gevoelens en ervaringen op een verstandelijke manier reduceert of vervormd. Een van de eerste definities kan je vinden in Anna Freud’s afweermechanismen.

Hoe kan ik bijvoorbeeld liefde ervaren wanneer ik dit eerst moet begrijpen? Hoe kan ik verwondering beleven als ik dit in definities en concepten wil vatten? De ervaring barst immers altijd uit de woorden en de begrippen. Om Kierkegaard maar eens creatief te citeren.

Maar de weg naar het zijn loopt voor mij wel vaak door mijn ervaring via het hebben. Bewust van wat ik heb aan ‘bezit’ ervaar ik dat ik meer ben dan mijn bezit.

“Ook al groeien geld en goed, houd je hart er vrij van!” (psalm 62:11b)

Dat maakt zijn-en-hebben tot een meditatief moment. In het moment van deze ‘inkeer’ komen we vanuit ons zomaarzijn tot ons bewustzijn. Hierbij overstijgen de de sfeer van ons hebben. We reflecteren erop. Maar onze reflectie lijkt me rijker dan woorden alleen. Het houdt voor mij ook gevoelens in. En op de reflectie in mijn gedachten en gevoelens kan ik ook weer reflecteren met gedachten en gevoelens. Daar kan ik mij bijvoorbeeld verwonderen over mijn gedachten en gevoelens en beseffen dat alles in mij en buiten mij niet in woorden is te vatten en mijn denken te boven gaat, brengt mij in verwondering.

Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven ik kan er niet bij. (psalm 139)

Voor de antieke filosofen was de verwondering ook het uitgangspunt van het denken. Taalkundig zeg je ook dat je verwondert ‘bent’ en niet dat je verwondering ‘hebt’.

Alleen is er bij mij telkens weer de ervaring dat woorden tekort schieten. En daarom kan het bestaan nooit worden herleid tot woorden alleen. Iemand die graag een (zogenaamd) wetenschappelijk wereldbeeld wil vasthouden, komt hier in logische problemen. De wereld die wij ervaren is altijd rijker dan wat de regels van de consensus in wetenschap toestaat en is ook altijd persoonlijker dan de algemeenheden daarin. Wetenschap is immers gebonden aan regels die we met elkaar afspreken en waarover zelfs nog een diversiteit aan opvattingen mogelijk is.

De wereld die wij ervaren is dus ook altijd rijker dan de woorden die we hebben. Dat is een ervaring van hebben naar zijn! Mijn woorden schieten tekort en mijn ervaring is rijker. Wat kan mijn ervaring omvatten en rechtdoen. Laat staan hoe ik mijn ervaring ten volle kan delen.

Dit lijkt me een basaal verlangen die ik bij mezelf ervaar en die ik gelukkig ook ontmoet bij anderen. Misschien lukt het dan niet om alles te delen wat we ervaren, maar dan kunnen we altijd nog de ervaring dat we dit verlangen hebben met elkaar delen.

Dus nog even over de stelling “Ik besta dus ik denk”: Mijn bestaan kan dus nooit vooraf worden gegaan door ons denken (alleen). Elke menselijke (re)act impliceert mijn “zijn”. Analytisch wordt dit duidelijk als ik ‘zijn’ logisch wil definieren. Dan ‘is’ namelijk al het woordje “is” nodig en een definitie met het te definieren woord erin, lijkt me niet echt een bijdrage aan verheldering.

Maar voorbij en vooraf aan deze logische aangelegenheid zie ik een belevingskant van deze kwestie, met het risico dat mensen zich in hun denken kunnen opsluiten, kunnen isoleren, een aan-autisme-verwant risico lijkt mij dan een passende term, als je bedenkt dat voor Descartes alle “zuivere kennis” in ons aanwezig is en we het niet nodig hebben om ons door de ervaring te richten tot de uitwendige wereld der objecten.

Maar het is alweer even geleden dat ik Descartes las, dus als ik deze man onrecht aandoe met mijn woorden dan mag dit zeker worden geroepen.

Hoe-dan-ook de kern van mijn betoog blijft staan. Een goed besef van hebben en zijn, kan bijdragen aan heelheid in jezelf en aan verbondenheid met de schepping om je heen. De verbondenheid met de schepping en met delen in jezelf gaat aan het denken en aan de rationaliteit vooraf. De weg van de ervaring is voor mij het meest bevrijdend, maar wel met het besef dat er meer is dan wat ik ervaar en dat zelf mijn ervaring daarom nooit afdoend is om de werkelijkheid te bevatten.

Dit is niet alleen bevorderend voor mijn heelheid, maar behoed mij ook voor grootspraak en overmoed. Zoals Heschel twee houdingen vergelijkt: Enerzijds de logisch positivisten die zeggen: nog even en we begrijpen heel de wereld en het heelal en wat we nu nog niet begrijpen komt straks wel. En anderzijds de houding van verwondering waarbij we de schoonheid en de complexiteit van de zandkorrel ontdekken en ons verbazen dat er een heel strand vol is met verschillende zandkorrels. De houding die natuurkundige Blaise Pascal verwoord als hij het heeft over Gods grootheid in het kleine van de schepping (moleculen) en in het grote van de schepping (het heelal).

Ronald

In voorbereiding: “zijn-en-hebben” in de ontwikkelingspsychologie en de persoonlijkheidsvorming. Het kind dat de vader- en de moederrollen verinnerlijkt en in reactie daarop zich zal ontwikkelen. En de therapie die – vanuit een zomaarzijn – mensen uitdaagt tot bewustzijn waardoor er keuzevrijheid kan ontstaan voor gedragsverandering.

Advertenties

Read Full Post »